Het DNA van de CIO

Inzicht

De brug tussen IT en business

  • Share

‘We zien de laatste drie à vijf jaar enorme kansen ontstaan voor de CIO om te innoveren en strategisch mee te denken. Toch blijft zijn rol in de directiekamer daarbij achter’, zegt Andy Deprez, vennoot van EY Advisory. In de studie ‘The DNA of the CIO’ neemt EY de kloof tussen de IT-functie en de rest van de business onder de loep.

De titel CIO bestaat nauwelijks vijftien jaar, terwijl CEO en CFO al veertig jaar zijn ingeburgerd. Tot einde jaren negentig heette de CIO simpelweg Directeur Informatica of Hoofd Technische Dienst, en zat hij letterlijk en figuurlijk een paar verdiepingen lager dan het directiecomité. Het waren andere tijden: e-mail was een nieuwigheid, internet leek nog een hype, en IT een rechttoe- rechtaan processing job.

‘Intussen heeft IT zich razendsnel ontwikkeld van een 'enabler' tot een 'driver'’, stelt Deprez. 'Van een instrument om de efficiëntie te vergroten werd het een manier om een organisatie te differentiëren van de concurrentie. De crisis die vier jaar geleden losbarstte, heeft de potentiële rol van de CIO in een stroomversnelling gebracht.’

Communicatievaardigheden

Onderzoekers van EY bekeken wat er van die potentiële rol terechtkomt op het terrein. Voor de studie The DNA of the CIO spraken ze wereldwijd met meer dan 350 topmensen uit grote organisaties. Onmiskenbare vaststelling: 87 procent van de CIO's geloven dat ze een belangrijke toegevoegde waarde kunnen leveren voor de business. Ze zijn erg gemotiveerd om bij de andere leden van het management de achterhaalde perceptie weg te werken van IT als ondersteunende functie. Maar dat lukt hen niet altijd.

‘CIO's hebben een sterke technische achtergrond’, legt Andy Deprez uit. ‘Maar het ontbreekt hen vaak aan communicatievaardigheden. Daardoor slagen ze er niet altijd in om in de directiekamer een overtuigend verhaal te brengen over wat IT kan betekenen voor de organisatie. Voor de CFO ligt dat heel anders. Het is tekenend dat de kandidaat-CEO slechts in 2 à 3 procent van de gevallen een CIO is, en in 40 à 50 procent van de gevallen een CFO. Op die manier krijg je in de directiekamer automatisch een taalgebruik dat sterk financieel gericht is en dat de CIO minder ligt.’

Kruisbestuiving

Deprez pleit voor kruisbestuiving: ‘Er moeten meer mensen vanuit de business CIO worden. Zij denken vanuit de functionaliteit, en sturen zo de IT. Neem bijvoorbeeld een sales manager die op het terrein ziet wat je met een iPad kunt doen. Als hij CIO wordt, zal hij met zijn projecten heel dicht bij de business zitten. Omgekeerd zou het een goede zaak zijn als de kandidaat-CIO eerst ervaring opdoet in de business.’

Kruisbestuiving betekent dat de CIO zijn comfortzone moet verlaten. ‘Servers bezitten en beheren hoeft niet langer een kernactiviteit van een onderneming te zijn’, stelt Deprez. ‘Dat kan allemaal uitbesteed worden. De CIO die zichzelf niet overbodig wil maken, moet zorgen dat de 'I' uit zijn titel staat voor innovatie. Hij moet nieuwe tendensen en technologie detecteren, en die kanaliseren naar de behoeften die hij waarneemt in de business.’

‘Veel jongeren beschikken vandaag al privé over de beste mobiele toestellen. Is het dan de rol van de organisatie om hen ook nog eens daarmee uit te rusten? Laat je hen die privétoestellen professioneel gebruiken? En zo ja, hoe doe je dat op een efficiënte en veilige manier? Aan de CIO om op dat soort vragen een sluitend antwoord te geven en dat te vertalen naar de directiekamer. Dat vergt visie, communicatietalent en coördinatievaardigheden. Maar de CIO die daarin slaagt, wordt automatisch een strategische stem in het management.’