Fiscus bepaalt BTW-aftrek

Nieuwe BTW-regeling voor bedrijfswagens

  • Share

Sinds België in het kielzog van de btw-richtlijn een aftrekbeperking voor alle bedrijfsmiddelen heeft ingesteld, worden bedrijfswagens stevig op de korrel genomen. We bespreken drie mogelijkheden die de fiscus in de praktijk toelaat om het professioneel gebruik van de vloot te berekenen.

De btw-richtlijn werd in 2009 door de Europese wetgever uitgebreid met een regel over de btw-aftrek van onroerende goederen. Die aftrek werd beperkt naar evenredigheid van het gebruik voor de bedrijfsactiviteiten. De lidstaten kregen de mogelijkheid om die regel uit te breiden, en België heeft daar gebruik van gemaakt. In ons land geldt een aftrekbeperking voor alle bedrijfsmiddelen sinds 2011. De btw-administratie heeft sindsdien al diverse malen een beslissing genomen over het berekenen van het professioneel gebruik. Na twee jaar is dat proces nog steeds niet volledig afgerond.

Drie methoden

Specifiek voor bedrijfswagens heeft de fiscus drie methoden bedacht:

  1. Werkelijke kilometers
    Volgens de eerste methode houdt de werkgever de werkelijke kilometers dag per dag bij. Daartoe worden de wagens uitgerust met een aangepast gps-systeem of noteren de bestuurders manueel de verreden kilometers.

  2. Semiforfaitair
    De tweede methode is semiforfaitair en houdt rekening met de afstand tussen woon- en werkplek, een forfaitair aantal dagen op kantoor (200 per jaar) en een forfaitair aantal extra privékilometers (6.000 per jaar).

  3. Forfaitair
    Om de belastingplichtige van de administratieve rompslomp te verlossen, staat de fiscus een derde methode toe: een forfaitaire aftrek van 35 procent voor het hele wagenpark. Dat is slechts mogelijk voor vloten van meer dan vier voertuigen en moet voor minstens drie jaar worden toegepast. Welke methode er ook gekozen wordt, de maximumbegrenzing van 50 procent btw-aftrek op de aankoop- of leasefactuur blijft bestaan. Indien de belastingplichtige voor het gebruik van de wagen een bijdrage vraagt aan de werknemer, heeft hij wel steeds recht op die 50 procent.

Bezwaren

Het standpunt van de fiscus stuit op meerdere bezwaren. Ten eerste strookt de gelijkschakeling van leasewagens met aangekochte wagens niet met de Europese btw-regels. Leasewagens zijn vanuit btwoogpunt immers geen bedrijfsmiddel voor de leasingnemer. Voor leasewagens zijn er daarom voldoende gronden om de aftrekbeperking van 50 procent toch toe te passen.

Bovendien is er iets mis met elk van de drie methoden. De eerste is onpraktisch, onwerkbaar en oncontroleerbaar. De tweede houdt in dat hoe meer privékilometers de belastingplichtige aflegt, hoe meer btw kan worden afgetrokken, wat toch niet de bedoeling kan zijn. En de derde schendt een verplichting van België van 1978 die de fiscus verbiedt het forfait van 50 procent te verminderen. Initieel verkondigde de minister van Financiën dat die maatregel slechts een beperkte budgettaire impact zou hebben, maar na een ‘grondige berekening’ komt de regering uit op een extra inkomst van 105,3 miljoen euro voor de bedrijfswagens. Het nettoresultaat is dus een zuivere belastingverhoging.

De reactie van het bedrijfsleven is voorspelbaar. De werkgevers met grote wagenparken van leasewagens zijn veelal geneigd om voor de forfaitaire aftrek te opteren om conflicten met de fiscus zoveel mogelijk te vermijden. In een land waarin de bedrijfswagen als alternatieve verloning wordt gebruikt om de torenhoge lasten op arbeid enigszins te verlichten, is dat een kwalijke evolutie. Voor leasewagens zonder eigen bijdrage is het des te meer laakbaar omdat er geen wettelijke basis is die toelaat om het recht op aftrek verder te beperken dan 50 procent.