Het nieuwe bankieren

Terugblik en toekomstvisie voor een sector in beweging

  • Share

View this page in French

Rond de tafel zit een uitgelezen panel: Rudi Bonte, bijzonder mandataris voor het banktoezicht bij de Nationale Bank van België, Peter Vandekerckhove, lid van het directiecomité, verantwoordelijk voor retail, private en ondernemersbank bij BNP Paribas Fortis en Frank De Jonghe, vennoot bij EY en hoogleraar aan de UGent. We vragen de heren naar de lessen die ze trokken uit de bankencrisis van vijf jaar geleden. En we horen hen uit over hun visie op de bank van de toekomst.

Hoe kijkt u vijf jaar na datum terug op de financiële crisis?

Vandekerckhove: Het vertrouwen heeft een behoorlijke deuk gekregen, en het duurt jaren om dat weer recht te trekken. De mensen in de banken beseffen dat en handelen ernaar. Niet alleen het regelgevend kader, maar de hele cultuur is gewijzigd. Risicobeperking en klantentevredenheid worden nu ernstig genomen, en bepalen een groot deel van de agenda.

De Jonghe: De banken- en de eurocrisis hebben veel verworvenheden van de eurozone in twee jaar tijd ongedaan gemaakt. De sector is gedeeltelijk gebalkaniseerd, een belangrijk deel van de activa zijn schuldtitels van de eigen overheden. De grensoverschrijdende geldstromen moeten weer hersteld worden om opnieuw een meer competitieve markt in de kredietverstrekking te creëren. Ook aan het interbancaire vertrouwen is nog veel werk.

Bonte: De crisis toonde ons dat zelfregulering een fabeltje is. Een nieuw regelgevend kader was broodnodig om het vertrouwen op termijn te herstellen. Het is de taak van de regelgever om de banken de wacht aan te zeggen op drie domeinen: naleving van de prudentiële regels, de gezondheid van de financiële structuur, het aangepast karakter van de interne controle en het risicobeheer. De laatste vijf jaar zijn daar veranderingen in doorgevoerd, die voor de financiële instellingen zeer ingrijpend zijn.

De Jonghe: Het risico van een te grote complexiteit van de bankenwereld is nog altijd reëel. Het is haast onmogelijk om een gedetailleerd beeld te krijgen van de hele waardeketen. Voor de crisis vertrouwden we bijvoorbeeld te veel op de ratingagentschappen voor de risico-inschatting van bepaalde kredieten. Daar moeten alle partijen lessen uit trekken. Risicobeheer kan niet gedelegeerd worden. Is de relatie tussen banken en regelgevers constructief?

Vandekerckhove: In de bankwereld leeft sinds de crisis het besef dat het anders moet, maar ook dat het anders kan. Met de regelgevers zijn er soms wrijvingen, maar ik heb het gevoel dat we samenwerken aan hetzelfde doel. Ik heb meestal geen probleem met de regels zelf, soms wel met de timing waarop we ze moeten invoeren. En alle spelers moeten dezelfde regels volgen, vind ik, zeker op Europees en internationaal vlak. Ook moet zowel kredietverlening als rendabiliteit voldoende beschermd worden.

Bonte: Gelukkig staan de neuzen in dezelfde richting: alle partijen focussen op het belang van financiële stabiliteit, op het aanhouden van voldoende kapitaal en liquiditeit, op de beperking van de hefboomwerking, en op een deugdelijk bestuur. We hebben ook aandacht voor de gevolgen van onze regels op de structuur en rendabiliteit van de banken. We ondervragen hen over hun strategie en hun bedrijfsmodel. Dat is nodig om te oordelen of het gaat om ‘sound and prudent banking’: gezond en voorzichtig bankieren, zoals de bankenwet het formuleert.

Wat is jullie visie op de maatschappelijke rol van de bankier?

De Jonghe: Door kredietverstrekking levert de bankier zuurstof aan de economie. De regelgever moet daar voorzichtig mee omgaan. Vroeger gaf een bedrijf bij wijze van spreken zijn goede naam in onderpand, nu worden bij een kredietverstrekking steeds meer tastbare activa in onderpand gevraagd, deels aangezet door de regelgeving. Door deze ‘collateralisation’ krijgen meer ondernemers problemen om kapitaal te vinden. Gecontroleerd risico nemen is inherent aan bankieren.

Vandekerckhove: De rol van de bankier is inderdaad breder dan spaarboekjes openen en hypothecair krediet verstrekken. We hebben een rol te spelen als kredietverstrekker van de economie, zowel nationaal als internationaal, en zeker in de begeleiding van de internationale handel van onze klanten. Om dat waar te kunnen maken, moeten we wel rendabel kunnen opereren.

Voorts is er ook een grote verantwoordelijkheid naar de consument en een sociale verantwoordelijkheid. We moeten klanten helpen om hun risico’s te managen en hun projecten te realiseren. We willen hen geen dingen aanbieden die ze niet begrijpen en hen geen risico's laten dragen waarvoor hun schouders niet breed genoeg zijn.

Technologie

Hoe zal technologie het bankieren in de toekomst veranderen?

Vandekerckhove: De impact van smartphones en tablets is nauwelijks te overschatten. De verhouding tussen de aanbieder en de koper van diensten is grondig veranderd. De klant neemt nu controle over die relatie.

Ik ben er diep van overtuigd dat we door écht naar de klant te luisteren de nieuwe technologie zo kunnen inzetten dat we toch rendabel kunnen bankieren. De strategie van BNP Paribas in het retailsegment is dan ook volledig gefocust op de verbetering van de klantenervaring. Ook intern hebben we van de technologische omwentelingen geprofiteerd om onze organisatie drastisch te reorganiseren. Alle bedrijfsafdelingen werden dwars doorgeknipt en geherstructureerd om end-to-end processen op een meer natuurlijke manier te ondersteunen.

Bonte: Al die nieuwe technologie brengt ook nieuw risico mee. Voor de nieuwe spelers en de aanbieders van services als mobiel bankieren en dergelijke mogen het operationele risico en de IT-beveiliging niet onderschat worden, zeker wanneer delen van het proces uitbesteed worden.

De Jonghe: Bankieren is een omgeving met nultolerantie. Eén fout en het vertrouwen kan volledig weg zijn. De risicodepartementen liggen inderdaad wakker van die nieuwe technologie als bron van nieuwe risico’s.

Waardeketen

Wat zijn voor jullie de uitdagingen van de toekomst?

Bonte: In de nabije toekomst zijn er een aantal voor de hand liggende uitdagingen voor de regelgevers. Aan de Europese bankunie is nog veel werk, maar we zijn toch goed op weg. Volgend jaar treedt het gemeenschappelijk toezichtmechanisme in werking, en wordt de Europese Centrale Bank de banktoezichthouder in de eurozone.

Dan moet er nog gesleuteld worden aan een systeem voor de eenduidige afwikkeling van falende banken, en ten slotte is er de grote droom van een eengemaakt depositogarantieschema. Een belangrijke ontwikkeling in de besprekingen daarover is de invoering van een ‘bail in’-regime, waarbij de schuldeisers van banken kunnen worden aangesproken bij de afwikkeling van een bank, en dit vooraleer de overheid moet bijspringen.

Ten slotte is er nog de groei van shadow banking of het uitoefenen van bankgerelateerde activiteiten door ongereguleerde spelers als hefboomfondsen of zogenoemde ‘special purpose vehicles’. We moeten absoluut een kader scheppen voor wie buiten het reguliere circuit bankiert. De regulatoren hebben daar nog een hele kluif aan.

Een andere bekommernis is het lage rendement van onze banken. In 2012 hebben de Belgische banken met een eigen vermogen van 60 miljard nog geen 2 miljard winst gemaakt. Dat is een rendement op eigen vermogen onder de 3 procent. Vroeger hadden de banken ook een eigen bedrijfsprofiel, nu lijken ze qua diensten en producten meer en meer op elkaar. Hoe gaan die banken, die allemaal in dezelfde vijver vissen, zich profileren en rendabel zijn? Het logische gevolg lijkt me meer en meer concentratie in het bancaire landschap.

De Jonghe: Als je de hele waardeketen overziet, dan hebben banken drie hefbomen om aan rendabiliteit te werken. Ten eerste in de frontoffice.
Daar bieden de digitalisering en de revolutie in de klanteninteractie beloftevolle perspectieven. Door die digitalisering krijg je in je systemen ook meer en meer informatie over de klant en zijn gedrag. Daar komen issues over privacy en vertrouwelijkheid bij kijken, maar dat biedt ook ongekende opportuniteiten voor cross-selling en profilering. In de backoffice ten slotte zien we een trend naar straightthrough- processing. Daar is simplificatie de uitdaging. Tien jaar geleden was bij wijze van spreken elke hypotheek op maat gemaakt. Aan de commerciële kant kan dat aantrekkelijk lijken, maar op IT-gebied is dat een nachtmerrie.

Bonte: Ik zie voor de afzienbare toekomst de banken lokaal hun rol blijven spelen, en dat is nodig om de lokale economie te ondersteunen. Je blijft ook nood hebben aan een internationaal banksysteem dat de grensoverschrijdende stromen kan blijven begeleiden. Dat vraagt een geëgaliseerd speelveld. Daarvoor moet ook shadow banking voldoende aan banden gelegd worden.

De Jonghe: Je kunt het als volgt samenvatten. Voor de crisis hadden we allemaal te goedkope bankproducten: te veel beschikbaar kapitaal tegen een te lage rente. Regelgeving heeft ervoor gezorgd dat liquiditeit weer een meer realistische prijs heeft gekregen. Belangrijk is ook dat de klant duidelijk weer in het centrum van de belangstelling staat. Voor de crisis verkocht men de klant wat hij zich maar droomde. Nu stelt de bankier de vraag: is dat wel een goed idee? Bankiers hebben neen leren zeggen. Je ziet nu al dat een aantal banken een aantal diensten niet meer aanbieden.
Gevolg? Rendabiliteitsdruk en dus een scherpere concurrentie. Uiteindelijk floreren de spelers die daar het best mee omgaan, en die het meest maatschappelijk relevante producten en diensten aanbieden.

Vandekerkchove: Eerst en vooral moet onze dienstverlening op topniveau blijven. We moeten - lokaal én internationaal - aan de top blijven qua innovatie en dienstverlening. Daarnaast willen we ook een fundamenteel menselijke bank blijven, ondanks alle technologische innovaties. Want hoe belangrijker digitalisering wordt, hoe belangrijker ook de kennis en de mensen die relaties beheren. En dat alles ten slotte, als een zeer veilige en rendabele instelling.