Amerikaans innovatiebeleid doeltreffender dan beleid in Europa

Belgische ondernemers vinden dat Europese Unie voortrekkersrol moet spelen

  • Share

View this page in French 

Brussel, 23 april 2013 – Slechts 24% van de Belgische bedrijfsleiders heeft het gevoel dat het innovatiebeleid in ons land verbeterd is. Daarenboven zijn de bedrijfsleiders het erover eens dat de Europese Unie op het vlak van innovatie nog steeds achterop hinkt op de Verenigde Staten. Dat blijkt uit het nieuwste ‘Growing Beyond’ onderzoek van EY in samenwerking met het Centre for European Policy Studies naar de perceptie van het innovatiebeleid in de Europese Unie. De studie bevat concrete aanbevelingen voor de Europese Unie: meer samenwerking tussen bedrijven en onderwijs meer aandacht voor de ontwikkeling van infrastructuur en een grotere rol voor de bedrijfswereld om een nieuwe impuls aan innovatie te geven.

Gemiddeld 39% van de Europeanen denkt dat het innovatiebeleid in hun eigen lidstaat is verbeterd. Met slechts 24% doet België het een stuk slechter dan andere Europese landen. Gepeild naar de algemene perceptie van innovatie in de Europese Unie, overheersen er vooral gemengde gevoelens bij de bedrijfsleiders. 38% denkt dat het Europees beleid rond innovatie afgelopen jaren verbeterde. 18% meent eerder een verslechtering te zien.

Verenigde Staten blijft koploper

De EU blijft inzake innovatie nog steeds achter op de Verenigde Staten. 68% van de bedrijfsleiders denkt dat het innovatiebeleid in de VS doeltreffender is dan in de EU. Op dit moment zijn er bijvoorbeeld twee keer meer Amerikaanse bedrijven actief in de gezondheidssector dan Europese, in de ICT-sector zelfs 3,5 maal meer. De meeste Europese bedrijfsleiders (44%) vinden dan ook dat de VS de samenwerkingspartner bij uitstek is voor de EU om haar competitiviteit te verbeteren. China volgt met 24% en daarna Brazilië en India met 6%.

Het hoeft dus niet te verwonderen dat er bij de bedrijfsleiders unaniem te horen valt dat er nog aardig wat werk aan de winkel is. Onze Belgische bedrijfsleiders verwachten vooral van de Europese Unie dat ze het voortouw neemt. De meerderheid van de Belgische bedrijfsleiders (65%) is overtuigd dat een innovatiebeleid op het Europees niveau het meest doeltreffend is. Maar liefst 74% van onze bedrijfsleiders denkt dat het innovatiebeleid meer gecentraliseerd dient te worden op het niveau van de EU.

Versnippering bevoegdheden en tekort aan financiële middelen nefast

Dat het innovatiebeleid in Europa nog steeds minder efficiënt is dan in Amerika heeft verschillende oorzaken. Volgens de respondenten (76%) heeft de Europese Unie te lang enkel ingezet op concurrentiekracht en te weinig op het creëren van incentives tot innovatie. 66% vindt dat er in Europa niet genoeg geld werd geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Bijkomend probleem is dat de economische crisis belet dat overheden hun taak als fondsenverstrekker terdege kunnen opnemen. Momenteel denkt 83% van de Belgische ondernemers dat er niet genoeg geld beschikbaar is om innovatie te bevorderen in Europa. 94% vindt dat de Europese Unie meer middelen moet vrijmaken voor innovatie, 84% vindt dat de toegang tot Europese gelden eenvoudiger gemaakt dient te worden.

Ook de versnippering van de bevoegdheden met betrekking tot het innovatiebeleid is de bedrijfsleiders een doorn in het oog. Niet minder dan 81% is het erover eens dat het Europees beleid te gefragmenteerd is en meer coördinatie nodig heeft. Een meerderheid (74%) denkt dat er nood is aan een gespecialiseerd EU agentschap voor innovatie. Bij de Belgische bedrijfsleiders is dit zelfs 91%.  Momenteel beschouwen de bedrijfsleiders de Europese Investeringsbank op het Europees niveau als meest daadkrachtige instelling bij de bevordering van innovatie.

Concrete aanbevelingen aan Europa

 
Het rapport bevat een aantal zeer concrete aanbevelingen aan de Europese overheden, met name:

  1. Er dient meer ingezet worden op samenwerking tussen de bedrijfswereld en universiteitsinstellingen om een beter kennisoverdracht te stimuleren
  2. De private sector moet gesteund worden om haar rol van innovatieversneller ten volle te kunnen waarmaken
  3. Er moet prioriteit gegeven worden aan de uitbouw van een duurzaam infrastructuurnetwerk
  4. Er is meer centralisering en coördinatie van het innovatiebeleid op het niveau van de EU nodig

 

Bruggen bouwen tussen onderwijs en bedrijfswereld

Er moet meer ingezet worden op samenwerking tussen de bedrijfswereld en academische instellingen om innovatie te stimuleren en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. De bedrijfsleiders vinden dat beleid rond innovatie een grotere kennisoverdracht tussen beide werelden moet bewerkstelligen. Universiteiten hebben een cruciale rol te vervullen bij de creatie en overdracht van nieuwe technologieën. Zo kan er gewerkt worden aan de ontwikkeling van gezamenlijke onderwijsprogramma’s die vaardigheden bijbrengen waar de Europese industrie een grote behoefte aan heeft. Het is de taak van de overheden om de curricula van universiteiten zo in te vullen dat academici korter bij de industriële noden staan.

Zo’n 77% van de Belgische bedrijfsleiders meent dat meer samenwerking tussen de bedrijfs- en academische wereld en tussen academische instellingen onderling zou bijdragen tot innovatie in hun sector. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, slaagden universiteiten als Stanford of MIT er wel al in hun grote technologische expertise ten dienste van de bedrijfswereld te stellen, wat het land duidelijk geen windeieren gelegd heeft op vlak van innovatie. Ook op het Europees niveau moet het innovatiebeleid volgens 88% van de respondenten meer focussen op opleiding en vaardigheden.

Grotere rol voor bedrijfswereld en private financiering

Nu de meeste overheden krap bij kas zitten, wordt de rol die de private sector kan vervullen des te groter, in het bijzonder op financieel vlak. Grote bedrijven kunnen financiële middelen ter beschikking stellen van KMO’s die wel de nodige flexibiliteit aan de dag kunnen leggen om nieuwe producten te ontwikkelen. In dit kader vindt 71% van de bedrijfsleiders dat grote bedrijven zich eerder als zogenaamde innovatie-intermediairen moeten opstellen. Nu er ook op het Europees niveau voor het eerst het mes in de meerjarenbegroting gezet werd, zal er nog meer gekeken worden naar de private sector om de kar te trekken. Vandaag al vinden veel bedrijfsleiders dat private middelen een belangrijke bijdrage zijn voor technologische en wetenschappelijke innovatie in hun land (74%).

Ook moet er meer gebruikt gemaakt worden van publiek-private samenwerking. 90% van de respondenten vindt dat het systeem van PPS gebruikt zou moeten worden bij de ontwikkeling van faciliterende technologieën als breedbandnetwerken. In het algemeen moet er meer ingezet worden op geavanceerde infrastructuur omdat vele bedrijfsleiders hun beslissing om te investeren laten afhangen van de aanwezigheid van een goed infrastructuurnetwerk.

We hebben in de Europese Unie nood aan een echte innovatieve cultuur om onze plaats op het economische wereldtoneel te handhaven. Het onderzoek toont duidelijk dat meer innovatie in Europa afhangt van nauwere samenwerking tussen bedrijven, onderzoekers, beleidsmakers en academici. Maar ook dat we moeten afstappen van de traditionele top-down benadering, en eerder een aanpak moeten nastreven waarbij de private sector (pro)actief deelneemt aan innovatie”, vat Rudi Braes, managing partner EY België samen.

 

- Einde persbericht -

 

Over het rapport

Het rapport beoogt de kloof te dichten tussen het standpunt van de EU en dat van de bedrijfswereld over de mogelijkheden om innovatie en ondernemerschap binnen de EU te stimuleren. Het idee achter het rapport houdt in dat innovatie cruciaal is voor duurzame groei binnen de eurozone tijdens een periode van aanhoudende economische moeilijkheden. In totaal werden 680 bedrijfsleiders uit 15 landen (België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) binnen Europa ondervraagd over de doeltreffendheid van het Europees innovatiebeleid. Het rapport doet eveneens aanbevelingen om dit beleid te versterken.