Buitenlandse investeringen in België dalen, tegen Europese trend in

  • Share

Brussel 20 juni 2012 – België heeft in 2011 zijn 6de plaats op de lijst van de meest aantrekkelijke Europese investeringslanden kunnen behouden. Tot zover het goede nieuws. Terwijl in Europa de buitenlandse investeringen gemiddeld toenemen met +4% zijn de investeringen in België met 4% gedaald. Opvallend: België moet voor het eerst Nederland laten voorgaan in de ranglijst. Onze Noorderburen stijgen van de 8ste naar de 5de plaats. Ook de jobcreatie die rechtstreeks voortvloeit uit buitenlandse investeringen kende in 2011 een terugval met maar liefst 10% en dit terwijl de jobcreatie in Europa liefst 15 % stijgt. Vlaanderen is niet in staat gebleken om de sterke groei van vorig jaar te consolideren. Brussel zag in 2011 de investeringen verdubbelen en doet het daarmee beter dan Wallonië dat een lichte stijging kende. Dat alles blijkt uit de negende editie van de jaarlijkse 'Barometer van de Belgische Attractiviteit', die vandaag door EY gepubliceerd wordt.

Europa doet het goed, maar blijft terrein verliezen op China 

Europa mag dan wel in economisch en politiek moeilijk vaarwater zitten, buitenlandse investeerders blijven de weg vinden naar het ‘Oude Continent’. In 2011 is het aantal buitenlandse investeringen met 4% gestegen in vergelijking met 2010. De lage groei, hoge overheidstekorten en het gefragmenteerde politieke systeem blijken voor vele investeerders alvast geen onoverkomelijke hindernissen. China blijft onder voor 44% van de investeerders de meest aantrekkelijke investeringslocatie. De kloof met West-Europa, op de tweede plaats met 33%, blijft groeien. Centraal en Oost-Europa lijkt op de terugweg en zakt van 29% naar 21%, eenzelfde score als Noord-Amerika en India.

België houdt stand op de zesde plaats

Het aantal buitenlandse investeringen in België is in 2011 gedaald van 159 naar 153. In absolute cijfers niet dramatisch, maar deze daling met 4% gaat wel in tegen de gemiddelde Europese tendens waar een stijging met 4% wordt genoteerd. Ondanks deze terugval blijft België zijn zesde plaats in de ranking van meest aantrekkelijke investeringslocaties in Europa behouden. Traditioneel moeten we de grote West-Europese economieën zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Spanje laten voorgaan. De vijfde plaats in de ranking die in 2010 nog door Rusland werd bezet wordt in 2011 ingenomen door Nederland dat vorige jaar nog vrede moest nemen met de 8ste plaats. Voor het eerst moet België zijn Noorderburen laten voorgaan. “De negatieve evolutie in de perceptie van België als investeringsland is verontrustend. Beleidsmakers moeten zich ervan bewust zijn dat buitenlandse investeerders nog steeds de kern van onze innovatie en export zijn.”, meent Leo Sleuwaegen, Professor International Business Strategy en Partner Vlerick Leuven Gent Management School.

Vlaanderen, en vooral de regio Antwerpen, krijgt klappen

Vlaanderen, dat in 2010 nog goed was voor 108 investeringen, valt in 2011 terug tot 74. Vooral de provincie Antwerpen maakt een slechte beurt. Daar vallen de investeringen terug van 55 naar 25, een daling met meer dan de helft. Ook Limburg (van 13 naar 5) en Oost-Vlaanderen (van 17 naar 11) delen in de klappen. Enkel in Vlaams Brabant (van 15 naar 21) en in West-Vlaanderen (van 8 naar 12) stijgt het aantal buitenlandse investeringen.

Licht herstel in Wallonië 

Wallonië noteert, na een dieptepunt in 2010, nu een licht herstel: het aantal investeringen steeg van 31 naar 39, doch geen redenen tot euforie, 2010 was immers een barslecht jaar. Maar de Waalse regio blijft hiermee nog steeds onder het niveau van de periode 2006-2009. Het is vooral de provincie Henegouwen die buitenlandse investeerders wist te bekoren. Het aantal projecten stijgt er van 12 naar 21. Luik noteert een lichte stijging van 6 naar 9. Waals-Brabant daalt van 11 naar 7 projecten. Namen en Luxemburg blijven stabiel.

Brussel piekt, en beperkt de schade 

Brussel deed het in 2011 dan weer bijzonder goed en kon aldus de schade voor België nog wat beperken. Het aantal buitenlandse investeringen verdubbelde vorig jaar van 20 naar 40. Brussel noteert hiermee een historisch hoge score en doet het zelfs beter dan Wallonië, dit voornamelijk dankzij investeringen in sales & marketing kantoren.

Het investeringsaandeel van de BRIC-landen blijft stijgen maar de Verenigde Staten en onze buurlanden blijven de belangrijkste investeringsbronnen

De Verenigde Staten blijven als vanouds de lijst aanvoeren van de landen die in België investeren. In 2011 daalden de investeringen van Amerikaanse bedrijven echter naar hun niveau van 2008, van 50 naar 38 investeringen, wat verontrustend is. België moet het daarnaast vooral hebben van intra-Europese investeringen. Frankrijk (17 investeringen) en het Verenigd Koninkrijk (13 investeringen) vertonen een verhoogde interesse. Ook Duitsland (11 investeringen) en Nederland (10 investeringen) blijven van belang voor ons land, al tonen deze cijfers dan weer een dalende trend.
De Verenigde Staten en onze buurlanden zijn samen goed voor 58,8% van alle directe buitenlandse investeringen in België. Positief is dat het investeringsaandeel van de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) blijft toenemen tot 11,8%. Hier scoort Belgie trouwens hoog in de Europese investerings-parade. Vooral China en India spelen hierbij de hoofdrol met respectievelijk 8 en 6 projecten. Maar ook vanuit Rusland groeit de interesse (van 1 project in 2010 naar 4 projecten in 2011).

Jobcreatie blijft dalen

Waren de directe buitenlandse investeringen twee jaar geleden nog goed voor 4010 nieuwe arbeidsplaatsen, dan moesten we het in 2011 met 3.599 jobs stellen, een daling van maar liefst 10%. Ook op dit vlak zwemmen we steevast tegen de Europese stroom in aangezien de jobcreatie door buitenlandse investeringen in Europa gemiddeld steeg met 15%. “Helaas liggen de Belgische cijfers in lijn met de conclusies van het perceptieonderzoek. Daaruit bleek al dat buitenlandse investeerders de huidige loon-en arbeidskosten als problematisch beschouwen voor de aantrekkelijkheid van ons land. Op zich is het logisch dat er minder banen gecreëerd worden als er minder investeringen zijn, maar het is een teken aan de wand als een nieuw investeringsproject slechts 23 jobs oplevert terwijl het Europese gemiddelde op 40 nieuwe jobs ligt. Het is immers ongesproken aangetoond door alle statistieken van internationale onafhankelijke organisaties dat Belgie de allerhoogste loonkost heeft in Europa”, waarschuwt Herwig Joosten, Managing Director Tax.
Hoopgevend is dan weer dat 65,4% van de investeringen in België zogenaamde ‘greenfield’-projecten zijn. Het betreft ‘nieuwe’ projecten, en dus geen loutere expansie van reeds bestaande projecten. Met 100 greenfield-projecten op een totaal van 153 directe buitenlandse investeringen blijven we op een relatief hoog niveau en kunnen we spreken van een bevredigend resultaat.

Nederland – België: 1 - 0

Voor het eerst moeten we Nederland laten voorgaan in de ranglijst van de meest aantrekkelijke Europese investeringslanden. Met maar liefst 170 buitenlandse investeringsprojecten stijgen onze Noorderburen naar de 5de plaats. Nederland scoort vooral goed op het vlak van sales & marketingactiviteiten (van 55 naar 84 investeringen) en investeringen in logistieke faciliteiten (van 12 naar 29 investeringen). Ook het aantal R&D centra blijft gestaag toenemen waarmee Nederland zijn ambitie om kennisintensieve activiteiten aan te trekken kracht bij zet. Voorts gaf maar liefst 27% van de ondervraagde bedrijfsleiders aan concrete plannen te hebben voor het opzetten of uitbreiden van een vestiging in Nederland. In België is dat slechts 21%. “Het volgehouden investeringspromotiebeleid van Nederland dat sterk gericht is op het aantrekken van regionale hoofdkantoren, en van investeringen in hoogtechnologische nijverheid en diensten, heeft het land geen windeieren opgeleverd, maar heeft Nederland op de kaart gezet als een van de aantrekkelijkste vestigingslanden in Europa.”, aldus Leo Sleuwaegen, Professor International Business Strategy en Partner Vlerick Leuven Gent Management School, die de studieresultaten kritisch heeft geanalyseerd.

Nederland maakt het verschil met België door zijn fiscaal regime en onder andere dankzij een aantal zeer aantrekkelijke maatregelen voor buitenlandse bedrijven die investeren in innovatie (de “Innovatiebox” of de Research and Development Aftrek, “RDA”) . België doet het beter op het vlak van expertise met betrekking tot specifieke industrieën zoals de chemische, farmaceutische of auto-industrie. Voorts is de toename van het aantal greenfield-projecten in Nederland opvallend. In België maken nieuwe projecten 65,4% uit van alle investeringen terwijl dit in Nederland 79% is. Nederland trekt vooral veel nieuwe investeerders aan in de zakelijke dienstverlening en de softwareontwikkeling. En in tegenstelling tot België slaagt Nederland er in om wel meer investeerders uit de Verenigde Staten aan te trekken.

Naar de toekomst toe ziet het er voor onze Noorderburen nog beter uit aangezien slechts 11% van de ondervraagden de aantrekkelijkheid van Nederland als investeringslocatie ziet afnemen. Voor ons land daarentegen verwacht 17% van de ondervraagde investeerders een verslechtering van onze aantrekkelijkheid. “Nederland slaagt er in om veel betere cijfers voor te leggen dan ons land. Meer zelfs, België wordt bij de ondervraagde investeerders zelf niet langer beschouwd als een reële concurrent van Nederland, wat in strakke tegenstelling staat tot de ‘all is good news show’ van de laatste weken. Ons land ligt in de touwen en moet het roer dringend omgooien om onze Noorderburen bij te benen.”, besluit Herwig Joosten.

Aanbevelingen voor de nieuwe regering

  1. Stop met het probleem van de te hoge loonkost te ontkennen en maatregelen vooruit te schuiven. Hou een grondig en realistisch debat inzake de houdbaarheid van de hoge arbeidskosten en het effect van de indexatie daarop. Verlaag de kosten op arbeid en laat het verschil tussen bruto- en nettoloon effectief dalen.
  2. Investeerders naar België halen vraagt een langetermijnvisie en structurele beleidsmaatregelen op diverse fronten. Verworvenheden moeten daarvoor in vraag kunnen worden gesteld en taboes doorbroken.
  3. Het verder laten verhogen van de belastingen is onder geen beding een optie. Verander het geweer dus van schouder: verlaag de belastingen op kapitaal en arbeid en breng de belastingen op consumptie en milieu op het Europese gemiddelde.
  4. Geef investeringsagentschappen meer middelen en organiseer een sterkere positionering richting de BRIC-landen.
  5. Investeer extra in onderwijs en vorming, innovatie en de ontwikkeling van een cultuur van vernieuwing en creativiteit. Een verruiming van het Belgische innovatiebeleid is noodzakelijk.
  6. Stop de politieke heisa rond de effectief stimulerende notionele interestaftrek en geef een duidelijk signaal dat deze maatregel blijft bestaan.
  7. De rulingcommissie geeft investeerders rechtszekerheid. Geef ze dan ook meer speelruimte, ruimere budgetten & resources.
  8. Laat de vennootschapsbelasting dalen naar het voorbeeld van onze Europese partners.
  9. Maak duidelijke en niet-complexe wetgeving zodat er slechts één interpretatie mogelijk is en de rechtszekerheid toeneemt.
  10. Hervorm het Belgisch sociaal model en de financiering ervan om de competitiviteit van België op lange termijn te bewaren.

 

Over de Barometer van de Belgische Attractiviteit

Met de jaarlijkse Barometer van de Belgische Attractiviteit – die in 2012 aan zijn negende editie toe is – houdt EY de vinger aan de pols van het Belgische investeringsklimaat. De barometer werd dit jaar in 2 delen opgesplitst waarbij de nadruk van het 1e deel op de perceptie lag. Het 1e deel werd gepubliceerd in mei. In het 2e deel ligt de nadruk op de reëel geplande investeringen in België. De studie is gebaseerd op een tweevoudige, originele methodologie die ten eerste de echte attractiviteit van Europa weergeeft voor directe buitenlandse investeerders aan de hand van de European Investment Monitor (EIM) van EY, en ten tweede de ‘waargenomen’ attractiviteit weergeeft van Europa en zijn concurrenten aan de hand van een representatief panel van 206 internationale beslissers. De studie kan opgevraagd worden bij christophe.ballegeer@be.ey.com en is eveneens te downloaden via www.ey.com/be.