Erfopvolging in Belgische familiebedrijven stilaan minder vanzelfsprekend?

  • Share

Brussel, 18 oktober 2012 – Vandaag presenteert EY de resultaten van een internationale studie bij 28.000 studenten die peilt naar hun intentie om na hun studies in het familiebedrijf te stappen. Het onderzoek dat uitgevoerd werd in 26 landen, toont aan dat studenten uit een ondernemersfamilie nog zelden geïnteresseerd zijn om onmiddellijk na het afronden van hun studies het bedrijf van hun ouders over te nemen. Ook België scoort slecht in dit verband. Meer nog, we behoren zelfs tot de groep landen met de zwakste opvolgingsintentie bij jongeren. Bepalende factoren om in de voetsporen van moeder of vader te treden, situeren zich vooral op familiaal niveau zoals het in stand houden van de familietraditie, de emotionele band met het bedrijf en de voorbeeldfunctie van de ouders.

Van de schoolbanken niet (onmiddellijk) naar het familiebedrijf

Uit de studie, uitgevoerd in opdracht van EY en het Center for Family Business aan de universiteit van St.Gallen (CH), blijkt dat slechts 7% van de studenten uit een ondernemersfamilie direct na het beëindigen van hun studie bereid is om in het familiebedrijf te stappen. Maar liefst twee derde van de ondervraagden geeft er de voorkeur aan om zijn professionele loopbaan als werknemer in een andere organisatie aan te vatten. Dit beeld wordt wel positiever als gepeild wordt naar de loopbaanplannen van studenten vijf jaar na afronding van hun studie. Het percentage studenten dat na vijf jaar wil werken voor het familiebedrijf stijgt naar bijna 13%. Een groot deel van de studenten is dan zelfs bereid een eigen bedrijf op te richten (38%).

De opvolgingsintentie is het sterkst aanwezig bij studenten in landen als Griekenland, Rusland, Roemenië en Mexico. In deze opkomende economieën wordt het familiebedrijf namelijk vaak uit noodzaak verdergezet. “In België en onze buurlanden Nederland en Frankrijk stellen we daarentegen maar een heel beperkte interesse in de overname van het familiebedrijf vast”, vult Eric Van Hoof, Family Business Leader bij EY, verder aan “Studenten kiezen er opvallend vaker voor om na hun studies eerst een andere professionele ervaring op te doen, maar houden wel de optie open om later naar het familiebedrijf terug te keren.”

Voorbeeldfunctie ouders cruciaal

De keuze om het familiebedrijf over te nemen wordt sterk bepaald door de familietraditie en de emotionele band van de student met het familiebedrijf. Studenten die positieve gevoelens koesteren ten aanzien van hun familiebedrijf zullen meer streven naar een loopbaan binnen deze onderneming. “Hier spelen uiteraard de ouders een cruciale rol”, verklaart Eric Van Hoof “De indruk die zij nalaten over het familiebedrijf en wat het betekent dergelijk bedrijf te leiden, is bepalend voor de keuze van hun kinderen. Ondernemende ouders lijken voor jongeren nog steeds een heuse inspiratie te zijn om zelf een jonge ondernemer te worden.”

Naast de voorbeeldfunctie van de ouders is ook hun reactie ten opzichte van de carrièrekeuze van hun kind belangrijk.. Een negatieve reactie weerhoudt nakomelingen die in principe bereid zijn de rol van opvolger op zich te nemen ervan zich voor het familiebedrijf in te zetten.

Hoewel een sterke familieband een belangrijke rol speelt voor de meeste jongeren bij hun keuze, kan een té nauwe band ook vaak een negatieve invloed hebben. Uit het onderzoek blijkt immers dat kinderen die zich verstikt voelen door de alomtegenwoordige rol van hun ouders, minder geneigd zijn om toe te treden tot het familiebedrijf. Volgens Eric Van Hoof is dit “ook sterk afhankelijk van de zelfstandigheid en het zelfvertrouwen van de student.” De cijfers wijzen er immers op dat hoe meer zij overtuigd zijn van hun eigen kwaliteiten, hoe minder zij het in overweging nemen om in het familiebedrijf te stappen. Zelfverzekerde studenten kiezen er liever voor een eigen bedrijf op te richten. Zo kunnen zij in alle vrijheid zelf controle houden over hun levenswandel.

Individualisme troef? 

Niet alleen familiale factoren spelen een rol in de intentie van studenten om het familiebedrijf over te nemen, maar ook de samenlevingsvorm heeft haar weerslag op deze keuze. Waar in individualistische maatschappijen de verbondenheid tussen individuen niet bijster groot is, primeert in collectivistische samenlevingen samenhorigheid en loyauteit waardoor de verantwoordelijkheid om in de voetstappen van de ouders te treden sneller opgenomen zal worden. “Hoe individualistischer de samenleving waarin de student opgroeit echter is, hoe kleiner de kans wordt dat hij een loopbaan als opvolger zal kiezen. Ook dit verklaart waarom de opvolgingsintentie bij onze Belgische studenten eerder aan de lage kant ligt”, besluit Eric Van Hoof.