Fraude-onderzoek EY: 1 op 3 Belgische bedrijven die deelgenomen hebben aan onderzoek vindt betalen van steekpenningen verdedigbaar in tijden van crisis

  • Share

Brussel, 7 juni 2012 – Niet minder dan 42% van de Belgische respondenten is van mening dat uitgaven voor relatiegeschenken en ontspanning geoorloofd zijn om opdrachten voor de onderneming binnen te halen en te behouden en bijgevolg te kunnen overleven in de huidige economische crisistijden. 34% van de Belgische respondenten wil nog een stap verder gaan, namelijk het voorzien van financiële stimuli. Zo’n 10% van de ondervraagden zou er niet voor terugschrikken om de financiële cijfers rooskleuriger voor te stellen. Deze Belgische percentages steken schril af tegen de West-Europese gemiddelden (relatiegeschenken en ontspanning: 26%, tegemoetkoming in cash: 11%, opsmukken resultaten: 5%). Dat zijn de meest in het oog springende bevindingen van de Global Fraud Survey 2012 van EY die vandaag gepubliceerd wordt. Dit onderzoek is uitgevoerd onder 1700 managers in 43 landen en geeft hun percepties op het gebied van fraude en corruptie weer. In België werden 50 bedrijven bevraagd.

De aanhoudende economische crisis doet het draagvlak voor ethische bedrijfsvoering blijkbaar afbrokkelen. Daar waar meer dan 80% van de Belgische ondervraagden van mening is dat corruptie en omkoping slechts in beperkte mate plaatsvindt, is 12% toch van mening dat deze praktijken zijn toegenomen als gevolg van de huidige financieel-economische crisis. Hoewel deze praktijken volgens de respondenten niet frequent blijken plaats te vinden, werden in meer dan de helft van de ondernemingen toch reeds medewerkers gesanctioneerd voor inbreuken op het anti-corruptie en anti-fraudebeleid. Met een score van 54% ligt het Belgische cijfer significant hoger dan het West-Europese gemiddelde (40%).

Er blijkt een schril contrast te bestaan tussen enerzijds het formeel aannemen van een gedragscode betreffende corruptie en omkoping (78%) terwijl er in slechts 38% van de gevallen personeelstrainingen in deze materie plaatsvinden. Het West-Europese gemiddelde percentage inzake personeelstrainingen in het domein van anti-corruptie en anti-omkoping ligt veel hoger dan de Belgische score, namelijk 56%.

Belgische ondernemingen hebben meer vertrouwen in externe bedrijfsrevisor dan in eigen interne auditafdeling voor het signaleren van fraude en corruptie

Om fraude en corruptie bloot te leggen rekenen de Belgische ondervraagden eerder op de externe bedrijfsrevisor (82%) dan op de eigen interne auditafdeling (78%). De West-Europese percentages daarentegen zijn net omgekeerd. Het belang van interne klokkenluiders wordt wel erkend maar ligt significant lager dan het Europese gemiddelde (België: 40%, West-Europa: 49%). “Dat Belgische ondernemingen meer vertrouwen hebben in externe revisor dan in de eigen interne controlemechanismen is veelzeggend. Nochtans maakt het blootleggen van corruptie en fraude geen deel uit van de opdracht van de commissaris”, besluit Han Wevers, vennoot EY Fraud Investigation and Dispute Services.

 

– Einde persbericht –

Over de studie

De Global Fraud Survey van EY is een onderzoek bij 1758 executives in 43 landen in West-Europa en wereldwijd, waaronder ook België (50 respondenten). In tegenstelling tot de voorgaande surveys werden in dit fraudeonderzoek ook afzonderlijke resultaten voor België betreffende fraude en corruptie bekend gemaakt. Op basis van 50 respondenten werd gepeild naar percepties en ervaringen betreffende fraude en corruptie. Het merendeel van de Belgische respondenten oefent een executive functie uit in departementen zoals finance/accounting en risk/interne audit bij ondernemingen in een tiental sectoren.