Het ondernemersvertrouwen in België als investeringslocatie staat steeds meer onder druk

Buitenlandse investeerders verwachten geen eenmalige doch structurele maatregelen van de Belgische regering

  • Share

View this page in French

Brussel, 27 maart 2013 – Uit het eerste deel van de Barometer van de Belgische Attractiviteit, een jaarlijks rapport van EY dat de perceptie van België als investeringslocatie in kaart brengt, blijkt dat het vertrouwen van buitenlandse investeerders in ons land nog relatief hoog is. Slechts 17% van de ondernemers gelooft dat België onvoldoende gewapend is om de huidige crisis te doorstaan, wat erop wijst dat investeerders ons land nog steeds aanzien als een betrouwbare en dynamische plek om te investeren. Toch is er een negatieve tendens waar te nemen bij het optimisme van de investeerders. Ons land dreigt dus zonder meer aan aantrekkelijkheid in te boeten. Onze hoge loonlasten en torenhoge fiscale en parafiscale druk dreigen te leiden tot een terugval van de investeringen en toenemende de-lokalisatie. België moet dringend het roer omgooien en werk maken van een echt relancebeleid met structurele maatregelen om het precaire vertrouwen niet verder te laten afglijden.

 

Uit de barometer blijkt dat België nog steeds troeven in huis heeft om investeerders te behagen. De belangrijkste troeven zijn al langer gekend, met name de diversiteit en goede scholing van onze werknemers (71%), onze capaciteit om te innoveren (43%) en de hoge koopkracht (44%). Ook de aanwezigheid van tal van hoofdkantoren, zowel van private ondernemingen als van internationale publieke organisaties blijft een voordeel. Een opmerkelijke en hoopgevende bevinding uit het onderzoeksrapport is dat vele investeerders (25%) potentieel zien in onze farmaceutische industrie en de Belgische biotechnologie. Samen met de logistieke en distributiesector (24%), en de sector van de informatietechnologie (22%) zijn deze sectoren volgens de respondenten belangrijk voor economische groei in België in de komende jaren. Uit het rapport blijkt ook dat de belangrijkste investeringen zich in de volgende jaren vooral zullen situeren in onderzoek en ontwikkeling (44%) en in logistieke centra (24%).

Minder investeringsplannen, minder optimisme en stijgende de-lokalisatie zijn overduidelijke tekenen aan de wand

Toch vallen er ook veel negatieve geluiden te horen bij de investeerders, en die moeten ernstig worden genomen. Het aantal bedrijven dat investeringsplannen heeft in 2013 daalt naar 20%. In 2010 bedroeg dit nog 30%. Hiermee scoort ons land duidelijk onder het Europees gemiddelde (38%). Ook de investeringstendens van de afgelopen drie jaar was weinig hoopvol. Slechts 45% van de reeds aanwezige investeerders deed de afgelopen drie jaar nieuwe investeringen in ons land, de helft via expansie. Hiermee scoort België het slechtst sinds 2009. Voor het eerst sinds de eerste barometer in 2005 is het aantal ondervraagde ondernemingen die in België investeert lager dan het aantal dat niet investeert.

Maar ook het optimisme van de investeerders is gedaald. Het aantal buitenlandse investeerders dat zich uitgesproken positief heeft uitgelaten over de capaciteit van België om de crisis te overwinnen, is gedaald van 40% in 2012 naar 23% in 2013.  Daarenboven zijn de investeerders ook somber gestemd over de aantrekkelijkheid van ons land op de langere termijn. Slechts 28% denkt dat onze aantrekkingskracht in de volgende drie jaar zal toenemen. Dat is veel lager dan het Europees gemiddelde van 39%. Dit is ook het slechtste resultaat sinds 2005. Zo’n 15% verwacht zelfs een daling van onze aantrekkelijkheid. Daarenboven houdt een toenemend aantal investeerders er rekening mee België te zullen verlaten. Slechts 84% is nog enigszins zeker te blijven, een daling met 7% in vergelijking met 2012. Naar schatting zullen zo’n 10 in België aanwezige bedrijven de-lokaliseren. 9% van ondervraagden met productieactiviteit in België geeft aan over 10 jaar niet meer te produceren in ons land. Bovendien is het aantal productiebedrijven dat zich uitgesproken positief uitlaat om in België te blijven sterk gedaald, van 50% in 2012 naar zo’n 36% in 2013.

 

Loonlasten en fiscaliteit blijven de achilleshiel van de Belgische aantrekkelijkheid

De investeerders blijven wijzen op enkele belangrijke knelpunten van onze economie. Maar liefst 46% van de respondenten vindt dat de loonlasten in België moeten dalen om ons land aantrekkelijker te maken. Liefst 65% van de ondervraagde, reeds in België aanwezige bedrijven meent dat de loonhandicap onaanvaardbaar hoog is. Meer dan 90% legt de oorzaak van de Belgische loonhandicap bij de te hoge loonkost of het mechanisme van de automatische loonindexering. Daarenboven vindt 35% van de ondervraagden dat de belastingdruk in ons land te hoog is. 45% van de bedrijven met een omzet van meer dan 1,5 miljard geeft aan de fiscale lasten te groot te vinden.

Herwig Joosten, Managing Partner Tax van EY België trekt aan de alarmbel: “De investeerders geven een duidelijk signaal aan de regering om van deze problemen een absolute topprioriteit te maken. Er is dringend nood aan een realistisch debat over de niet-concurrentiële loonhandicap van België en het effect van de automatische loonindexering daarop. Alle statistieken bevestigen immers dezelfde trend. Onze loonhandicap en te hoge belastingdruk zijn immers structurele mankementen die de Belgische aantrekkelijkheid op termijn dreigen te nekken.”

Uit het onderzoek blijkt ook dat investeerders in toenemende mate te kampen hebben met een negatieve administratieve druk op hun economische activiteiten. 37% van de ondervraagden ervaart inmenging vanwege de overheid, een stijging met 7%. De in België aanwezige investeerders voelen deze administratieve last het meest (44%) aan. Ook de recente fiscale maatregelen van de regering Di Rupo hebben een negatieve invloed op onze aantrekkelijkheid. Zo’n 51% is zich bewust van deze maatregelen, hoofdzakelijk ook bedrijven die reeds in België aanwezig zijn. De maatregelen worden trouwens niet door iedereen in dank afgenomen: 15% overweegt een desinvestering. Wel blijft het mechanisme van de notionele interestaftrek zeer belangrijk voor de investeerders. Ondanks de recente wijzigingen vindt 74% van respondenten die het systeem kennen (dit is 72% van de totale groep ondervraagden) het nog steeds een aantrekkelijke maatregel.

De investeringsagentschappen en de rulingcommissie worden als zeer efficiënt beschouwd maar een meer proactieve marketing en ruimere budgetten voor deze diensten kunnen zeker tot betere resultaten leiden dan nu het geval is.

Brussel beent Vlaanderen bij

Vlaanderen krijgt stevige concurrentie van onze hoofdstad als motor van de Belgische aantrekkelijkheid. Voor het eerst wordt Brussel als aantrekkelijker gepercipieerd dan Vlaanderen. Ondanks de verkeerscongestie (41%) beschouwt 36% van de investeerders Brussel als meest aantrekkelijke regio. Deze hoge score heeft onze hoofdstad vooral te danken aan investeerders die niet aanwezig zijn in België.  50% onder hen kiest immers voor Brussel.

Vlaanderen (33%) moet ten opzichte van Brussel en Wallonië aan populariteit inboeten. Toch blijft Vlaanderen populair bij de reeds in België gevestigde bedrijven. 51% daarvan ziet Vlaanderen als de aantrekkelijkste regio in België. Deze aantrekkelijkheid wordt door de gekende ingrediënten gevormd: goed geschoolde werknemers (43%), een sterk vertakte transportinfrastructuur (36%), en de beschikbaarheid van financiële middelen voor onderzoek en ontwikkeling (34%).

Met een stijging van 4% begint ook Wallonië (14%) voorzichtig aan een inhaalbeweging ten opzichte van de andere regio’s. Deze opmars heeft ze te danken aan de grote beschikbaarheid van industriezones (32%), de toegang tot regionale subsidies (16%) en de minimale verkeerscongestie. Toch blijft de regio kampen met enkele pijnpunten. Zo geeft 30% aan dat het gebrek aan meertaligheid een drempel is. Ook de macht van de Waalse vakbonden blijft investeerders afschrikken (28%).

Herwig Joosten nuanceert echter: “De verschillen tussen de regio’s mogen niet op de spits gedreven worden. Van de niet in België aanwezige investeerders kiest de helft voor de hoofdstad en heeft 35% geen uitgesproken keuze, slechts 15% kiest voor Wallonië of Vlaanderen. Dit geeft zeer duidelijk aan dat de verschillen tussen de regio’s bij niet in België aanwezige ondernemingen vrijwel onbekend zijn.

De perceptie zegt bovendien nog niets over de reële investeringscijfers. In het 2de deel van de Barometer van de Belgische Attractiviteit 2013 zal op basis van de reële investeringscijfers duidelijk worden of het gevoel van de investeerders zich vertaald heeft in concrete investeringsprojecten in de verschillende regio’s.”

Toch is al duidelijk dat de regio’s een grotere aantrekkelijkheid kunnen ontwikkelen door in te zetten op innovatie en creativiteit. Ook een betere ondersteuning van onze hightech industrie en de KMO’s zal ongetwijfeld een positieve impact hebben op de aantrekkelijkheid. Daarenboven moet er echt meer geïnvesteerd worden in “image building” in het buitenland bij bedrijven die de Belgische eigenheden niet kennen.” aldus Herwig Joosten, Managing Partner Tax van EY.

“Het vertrouwen in België blijft hoog maar de concurrentie neemt alsmaar toe. De beleidsmakers dienen de hefbomen te gebruiken om de Belgische attractiviteit voor buitenlandse investeerders op lange termijn te waarborgen. We hopen dan ook dat deze jaarlijkse studie oriënterend kan werken bij het maken van de juiste keuzes", aldus Rudi Braes, Managing Partner EY België.

– Einde persbericht –

Over de Barometer van de Belgische Attractiviteit

Met de jaarlijkse Barometer van de Belgische Attractiviteit – die in 2013 aan zijn tiende editie toe is – houdt EY de vinger aan de pols van het Belgische investeringsklimaat. De barometer wordt sinds vorig jaar in 2 delen gepubliceerd waarbij de nadruk van het 1e deel op de perceptie van de buitenlandse investeerders ligt. In het 2e deel, dat in de loop van juni gepubliceerd zal worden, zal de nadruk op de reëel geplande investeringen in België liggen. De studie is gebaseerd op een tweevoudige, originele methodologie die ten eerste de ‘waargenomen’ attractiviteit weergeeft van België en zijn concurrenten aan de hand van een representatief panel van 205 internationale beslissers  en ten tweede de echte attractiviteit van België weergeeft voor directe buitenlandse investeerders aan de hand van de European Investment Monitor (EIM) van EY.