Investeerders lokken kan slim en goedkoop

  • Share

Geert Gemis

  • Is partner bij EY.
  • Stelt vast dat België kampt met enkele fiscale nadelen in vergelijking met concurrerende landen.
  • Suggereert vijf maatregelen met weinig budgettaire impact om België aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeerders.

Investeerders lokken kan slim en goedkoop

Handelsmissies, zoals de recente naar China, hebben weinig zin als het land dat zich aanprijst geen schoonheidsprijzen wint als investeringsland. Maar zelfs met weinig budgettaire speelruimte kan België zich met slimme maatregelen aantrekkelijker maken.

Onze beleidsmakers kunnen beter handelen als bedrijfs- leiders, met een strategie die België in de markt aantrekkelijker maakt.

De klassieke argumenten waarmee België zich in het buitenland kan verkopen, liggen voor de hand: ligging ('Your Gateway to Europe'), productiviteit, kwaliteit van de arbeidsmarkt, meertalig, multicultureel. De inspanningen van handelsmissies en onze agentschappen voor buitenlandse investeringen en handel om buitenlandse ondernemingen en vooral Chinese investeerders naar hier te lokken, hebben weinig zin als we geen dynamisch en aantrekkelijk investeringsklimaat aanbieden. Dat begint bij de formaliteiten om in België voet aan wal te kunnen zetten. Een mooi voorbeeld zijn de verblijfsvergunningen, waar België niet uitblinkt in snelheid. Onze concurrenten - vooral naburige Europese landen - aarzelen niet ons onderuit te halen met een aantal fiscale nadelen. Onze politieke leiders zullen zeggen dat er geen budgettaire ruimte is voor verandering. Dat is naast de kwestie, omdat goedkope verbeteringen mogelijk zijn. Enkele voorbeelden.

  1. Dynamische internationale fiscaliteit
    Ons land heeft een schitterend netwerk van verdragen om dubbele belasting te vermijden. In 2009 werd met China een van de meest voordelige dubbelbelastingverdragen getekend, maar dat verdrag is nog steeds niet geratificeerd. Dat geldt ook voor enkele andere verdragen. De oorzaak is dat ook de gewesten die verdragen moeten ratificeren. Onze overheden verslikken zich in die complexe multiratificatie. Spijtig, want ondertussen worden we door onze concurrenten ingehaald.
  2. Neutrale doorstroom van belaste winsten
    Als een Belgische vennootschap een dividend ontvangt (dat bestaat uit al belaste winsten) kan ze een aftrek bekomen van 95 procent, de zogenaamde DBI-aftrek. Buurlanden zoals Nederland laten geen kans onbenut om erop te wijzen dat zij 100 procent aftrek toestaan. België moet de kans krijgen uit te leggen dat die 5 procentpunten veelal niet belast worden wegens compensatie met bijvoorbeeld een aantal kosten. Waarom wordt dit concurrentieel nadeel dan niet gewoon afgeschaft? De budgettaire impact is immers toch klein. Bovendien zal een volledige aftrek ons zonder twijfel een betere concurrentiepositie opleveren als het centrale EU-holdingland voor de Europese structuur van de buitenlandse investeerder. Dat sluit ook perfect aan op de vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden die naar het thuisland worden gerepatrieerd. De buitenlandse investeerder zal appreciëren dat een belastinglek wordt gedicht voor de repatriëring van reeds al winsten.
  3. Aanvaardbaar effectief belastingtarief
    België hanteert een wereldvreemd nominaal tarief van 34 procent in de vennootschapsbelasting. Onze concurrenten zitten al een hele tijd rond 25 procent. Ook in Azië is dat niet anders. Zo heeft China een tarief van 25 procent. Aan buitenlandse investeerders moet dan ook een ingewikkeld verhaal verteld worden dat via een reeks fiscale aftrekken (zoals de notionele intrestaftrek of de aftrek voor patentinkomsten) het 'effectieve' belastingtarief veel lager en ook rond 25 procent ligt. Indien een lager nominaal tarief budgettair niet haalbaar blijkt, is het absoluut nodig om deze fiscale aftrekken te behouden. Een effectief belastingtarief boven 30 procent zou de aantrekkelijkheid van ons land sterk hypothekeren. Ik zeg niet dat een belastingtarief allesbepalend is, maar het is wel een 'sleutelelement' waarmee een land het zichzelf erg moeilijk of gemakkelijk kan maken. De keuze is aan onze beleidsmensen. De notionele intrestaftrek beperken zal volgens mij niet tot meer fiscale inkomsten leiden. Investeerders zullen naar andere Europese alternatieven overschakelen. Kapitaal en tewerkstelling zullen verdwijnen, zonder dat de schatkist daar beter van wordt.
  4. Slim fiscaal beleid voor innovatie 
    Wie niet groot en sterk is, moet slim proberen te zijn. Dat is ook voor België een goede spelregel in de veldslag met de grote concurrenten. Het fiscaal aanmoedigen van innovatie en onderzoek en ontwikkeling is voor ons land dan ook vanzelfsprekend. Ons hoge onderwijsniveau is een uitstekende bron. De overheid moet het beleid van fiscale aanmoedigingen intakt laten en daar verder op inzetten. Zo is de aftrek van octrooi-inkomsten nogal beperkt en zou het goed zijn als een reeks andere intellectuele rechten ook in aanmerking genomen wordt voor een fiscaal gunstige regeling. Dat is trouwens ook in onze buurlanden het geval. Dat zou veel intellectuele rechten naar België draineren of hier houden. Buitenlandse investeerders zullen gek zijn op een land dat hersens naar waarde weet te schatten. Een minder zware fiscale behandeling zal meer licentievergoedingen naar ons land doen stromen. Less is more.
  5. Rechtszekerheid is sleutel tot vertrouwen
    Buitenlandse investeerders hebben een hekel aan het voortdurend wijzigen van het fiscaal beleid. Fiscale prikkels die met de grote trom worden aangeboden en daarna worden beperkt of ingetrokken, bezorgen ons een bijzonder slecht imago. De notionele intrestaftrek werd sterk gepromoot, wat wereldwijd veel goodwill creëerde. De aftrek nu wijzigen, zou heel wat van die goodwill teniet doen.
    Voor de rechtszekerheid is ook een goed draaiende rulingcommissie cruciaal. Investeerders kennen graag op voorhand hun fiscale route als ze in een buitenlands avontuur stappen. Dat met de fiscus afspraken kunnen worden gemaakt, smaken de Chinese investeerders enorm. De fiscus als vriend en niet als vijand.
    Nu onze beleidsmakers zich buigen over de budgettaire toestand, zou het goed zijn dat ze handelen als bedrijfsleiders, met een strategie die België nog aantrekkelijker maakt. Ze kunnen het zich niet veroorloven België door een onverstandig fiscaal beleid te laten uitrangeren als aantrekkelijk land voor buitenlandse investeerders.