KMO’s stuwen Waalse economie meer dan ooit vooruit

Financiering blijft echter de achilleshiel van de Waalse KMO

  • Share

View this page in French

Waver, 28 april 2014 – De kleine en middelgrote ondernemingen worden een steeds belangrijkere bouwsteen van de Waalse economie en zijn goed voor maar liefst 19% van het Waalse BBP. Daarenboven kenden de Waalse KMO’s een grotere groei dan deze in Vlaanderen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van EY bij meer dan 11.000 Waalse KMO’s tussen 2006 en 2012. Toch zijn er belangrijke kanttekeningen. Er zijn immers nog te weinig Waalse KMO’s én er verdwijnen er jaarlijks te veel. Vooral een gebrekkige financiering speelt hen parten en maakt de Waalse KMO’s bijzonder kwetsbaar.

Meer dan elders in Europa hebben de kleine en middelgrote ondernemingen in België afgelopen jaren bijgedragen aan onze welvaart. Tussen 2006 en 2012 namen de KMO’s in België maar liefst 36% van de groei van het BBP voor hun rekening. Daarbij zijn wel grote verschillen te merken tussen beide landsdelen. De Waalse KMO’s hebben in 2012 een gecumuleerde toegevoegde waarde van € 5.513 per inwoner gecreëerd, wat 85% minder is dan in Vlaanderen

Ondanks dit grote verschil zijn de Waalse KMO’s er weldegelijk in geslaagd voor een heropleving van de Waalse economie te zorgen. En dat is in grote mate te danken aan de sterke diversifiëring van de Waalse KMO’s die de Waalse economie zo een fundamenteel ander gezicht geven. Volgens de studie hebben de Waalse KMO’s immers een bijzonder hoge graad van sectorale diversifiëring van 81% ten opzichte van het gemiddelde in West-Europa. De provincies Waals-Brabant (82%) en Luik (77%) scoren daarbij het best. De provincie Luxemburg scoort het slechtst (48%). De Vlaamse KMO’s zijn echter nog een beetje meer gediversifieerd (85%).

Waalse KMO’s groeiden meer dan de Vlaamse KMO’s

De toegevoegde waarde van de Waalse KMO’s is tussen 2006 en 2012 toegenomen met 42%. Dit komt overeen met een gemiddelde jaarlijkse groei van 5,15%, wat jaarlijks 0,20% meer is dan de Vlaamse KMO’s (4,95%). De KMO’s uit de provincies Henegouwen (5,7% in West-Henegouwen en 5,8% in Oost-Henegouwen) en Namen (5,5%) kenden de meeste groei in Wallonië. Ter vergelijking, de snelst groeiende Vlaamse provincie in termen van toegevoegde waarde was Vlaams-Brabant (5,5%).

Wat het aantal nieuwe banen betreft, tekenden de Waalse KMO’s in de periode 2006-2012 een opmerkelijke groei op van 15% tegenover 9% voor de Vlaamse KMO’s. In termen van netto-creatie van arbeidsplaatsen hebben de onderzochte Waalse KMO’s in dezelfde periode 28.000 nieuwe banen gecreëerd, tegenover 58.000 voor de Vlaamse KMO’s. Vooral in de bouwsector en de dienstverlenende sector aan bedrijven en particulieren werd de grootste groei opgetekend.

Toch blijven de Waalse KMO’s financieel gezien gemiddeld kleiner. De toegevoegde waarde voor 2012 bedroeg gemiddeld € 1,4 miljoen per Waalse KMO en € 1,8 miljoen per Vlaamse KMO. In Wallonië zijn er in verhouding dus minder grote ondernemingen en meer kleine of zeer kleine ondernemingen. Dit grootteverschil wordt gedeeltelijk verklaard door het grote aantal jonge Waalse ondernemingen, die nog in volle groei zijn en er zo voor zorgden dat Waalse KMO’s meer groei bewerkstelligden dan de Vlaamse KMO’s.

Wallonië lijdt nog steeds onder een belangrijk tekort aan KMO’s

Deze goede cijfers mogen echter niet verbergen dat de Waalse KMO’s een stevige inhaalbeweging moeten maken. Het Waalse KMO-weefsel is immers minder dens dan in Vlaanderen. Zo telde Wallonië in 2012 324 KMO’s per 100.000 inwoners, Vlaanderen 487 KMO’s per 100.000 inwoners. Dat is maar liefst 50% meer dan in Wallonië. Vooral het oosten van Henegouwen (253) en de provincie Namen (295) hinken achterop. Waals-Brabant heeft de grootste densiteit (466). Ter vergelijking, de Vlaamse provincie met de hoogste KMO-densiteit is West-Vlaanderen (563) en die met de laagste densiteit is Vlaams-Brabant (396).

Een verklaring hiervoor ligt bij het lager aantal opstartende KMO’s in Wallonië. Tussen 2006 en 2012 werden 2.307 Waalse ondernemingen die minstens 3 werknemers tewerkstellen, geregistreerd bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, of 69 ondernemingen per 100.000 inwoners. Dat is maar liefst 24% minder dan in Vlaanderen, waar 82 nieuwe ondernemingen gestart werden per 100.000 inwoners (in totaal 5.094). Bekijken we de evolutie van het percentage nieuwe KMO’s over een langere periode, dan stellen we vast dat de verschillen kleiner worden met de verjonging van de KMO's. In 1970 bedroeg dit nog 53%, tegenover 31% in 1990 en slechts 18% in 2010.

Uit de studie blijkt dus dat een lager oprichtingspercentage van KMO’s in Wallonië slechts gedeeltelijk verklaart waarom de KMO-densiteit lager is. Een andere verklarende factor is het hoger percentage KMO’s dat de boeken sluit.

De afgelopen jaren verdwenen immers veel KMO’s. In 2013 bevond 6,3% van de Waalse KMO’s zich in het faillissement, concordaat, uitstel van betaling of vereffening. In Vlaanderen ging het maar om 3,9%. Concreet betekende dit dat niet minder dan 5.542 arbeidsplaatsen (voor de geanalyseerde bevolking) in gevaar waren in Wallonië. Uit een financiële analyse blijkt dat in 2012 niet minder dan 23,5% van de Waalse KMO’s financiële problemen kende, tegenover 19,5% in Vlaanderen. Dezelfde analyse toont aan dat 36,8% van de Waalse KMO’s financieel gezond was, tegenover 42,7% in Vlaanderen.

Gebrekkige financiering en kapitalisatie spelen Waalse KMO’s te veel parten

Op het gebied van investeringen stonden de KMO’s van beide gewesten lange tijd op vergelijkbare niveaus, maar dit is veranderd zodra de eerste gevolgen van de financiële crisis zich lieten voelen. Zowel in het noorden als in het zuiden van het land werd de financiering van de KMO’s sterk getroffen door de crisis, maar de omvang van die impact was wel verschillend in beide landsdelen. De Waalse KMO’s zijn vanaf 2009 gevoelig minder gaan investeren. Het dieptepunt werd in 2012 bereikt, met een investeringsgraad van amper 15% van de toegevoegde waarde, zo’n 10% minder dan de Vlaamse KMO’s.

Tussen 2006 en 2012 bedroeg de langetermijnfinanciering, die veiliger is voor een onderneming, gemiddeld 34% van de toegevoegde waarde voor de Waalse KMO’s en 53% voor de Vlaamse KMO’s. Dit verschil kwam na 2008 nog sterker tot uiting: de langetermijnfinanciering bedroeg 26% van de toegevoegde waarde voor de Waalse KMO’s en 48% voor de Vlaamse KMO’s.

De inkrimping van de investeringen van de Waalse KMO’s kan dus te maken hebben met een minder gemakkelijke toegang tot financiering wegens hun meer risicovol profiel. Deze kwetsbaardere financiële gezondheid van de Waalse KMO’s wordt verklaard door een lagere kapitalisatie en doordat meer gebruik wordt gemaakt van alternatieve financieringswijzen zoals de verlenging van de betalingstermijnen.

“Het is belangrijk dat er een wijziging komt in de ondernemerscultuur van de Waalse KMO’s. Momenteel willen de Waalse kleine en middelgrote ondernemers hun kapitaal nog steeds te weinig openstellen, terwijl dit de financiële slagkracht ten goede zou komen, wat op zich ook een waarborg is voor nieuwe financieringsvormen via het hefboomeffect", meent Philippe Pire, vennoot bij EY België.

“De studie van EY bevestigt de diagnose die UWE nu al 15 jaar geleden heeft gesteld: Wallonië heeft nood aan meer en grotere bedrijven. Dit houdt belangrijke implicaties in voor het toekomstig economisch beleid van de Waalse overheid. In ieder geval moet de creatie en de groei van bedrijven prioritair blijven. Nu komt het erop aan deze prioriteit te concretiseren in efficiënte regionale beleidsmaatregelen”, concludeert Vincent Reuter, gedelegeerd bestuurder van de Union Wallonne des Entreprises (UWE).

Samengevat

Enkele kerncijfers die een overzicht geven van de situatie van de Waalse KMO’s:

  • het Waalse KMO-weefsel is sterk gediversifieerd: 81% ten opzichte van de Europese economie.
  • In 2012 vertegenwoordigde de totale toegevoegde waarde gegenereerd door KMO’s 19% van het BBP.
  • Tussen 2006 en 2012 heeft het Waalse KMO-weefsel voor 33,5% bijgedragen tot de groei van het BBP van het gewest.
  • Er zijn 324 KMO’s per 100.000 inwoners (2012), wat 50% minder is dan in Vlaanderen (487 KMO’s)
  • Deze bedrijven kenden tussen 2006 en 2012 een gemiddelde jaarlijkse groei van 5,2% van de toegevoegde waarde, ten opzichte van 5% in Vlaanderen.
  • Met een kapitalisatie van 14% van de activa bevinden de Waalse KMO’s zich op een laag niveau.
  • De investeringsgraad ten opzichte van de toegevoegde waarde bedraagt 24,5%. In verhouding tot hun grootte investeren de kleine en middelgrote ondernemingen beduidend minder in het zuiden dan in het noorden van het land. Dit is een recente trend ten gevolge van de crisis.
  • Globaal genomen zijn de Waalse KMO’s financieel kwetsbaarder dan de Vlaamse. In 2012 bevond 23,5% van de KMO’s zich in een financieel kwetsbare positie. In Vlaanderen 19,5%.