Persbericht: België, sponsor van de Luxemburgse Staatskas in crisistijden ?

  • Share

De economische unie tussen België en Luxemburg, opgericht d.m.v. het zgn. BLEU Verdrag, had als doel de samenwerking en de integratie tussen beide landen te versterken. Tot op heden wordt dit verdrag in stand gehouden want dit voorziet een compensatie voor België als gevolg van het verlies aan belastingsinkomsten doordat Belgen tanken in Luxemburg en er ook hun sigaretten kopen. Uit onderzoek gevoerd door EY blijkt dat Luxemburg in 2006 nog steeds een aanzienlijk bedrag aan België doorstortte ter compensatie, om en bij 70 miljoen euro, maar ook dat dit ondertussen niet langer het geval is. De laatste twee jaar sponsort de Belgische staatskas Luxemburg. De grote vraag is dan ook of deze Unie nog zin heeft in de huidige Europese context? En wat als andere landen de Belgische overheid een compensatie zouden vragen voor hun verlies aan inkomsten door grensverkopen?

De BLEU (Belgisch Luxemburgse Economische Unie) werd in 1921 opgericht als een economisch en monetaire unie tussen België en Luxemburg. Het BLEU Verdrag bevat bepalingen omtrent de samenwerking van beide landen op verschillende beleidsdomeinen, ook wat belastingen betreft. Het Verdrag legt namelijk “gemeenschappelijke” belastingen op in beide landen onder de vorm van douane- en gemeenschappelijke accijnsrechten. Dit resulteerde in dezelfde tarieven voor beide belastingen in België en Luxemburg. Daarenboven worden deze belastingen gemeenschappelijk geïnd en nadien herverdeeld tussen beide landen, op basis van de bepalingen in het BLEU Verdrag.

De BLEU kan beschouwd worden als de voorloper van de Benelux en Europese Economische Unie, ondertussen omgedoopt tot de Europese Unie. Ondanks die voortrekkersrol is de praktische relevantie van de BLEU nagenoeg volledig verdwenen gezien de meeste beleidsdomeinen in het BLEU Verdrag dezer dagen door EU wetgeving worden gereguleerd. Alleen wat de “gemeenschappelijke” belastingen betreft blijft de BLEU relevant: deze bepalingen hebben een impact om bijna 5% van de totale Belgische belastingsinkomsten. De geïnde douane- en gemeenschappelijke accijnsrechten worden namelijk beschouwd als de gemeenschappelijke inkomsten van de BLEU.

Het BLEU verdrag bepaalt eveneens de herverdeelsleutels voor deze “gemeenschappelijke” belastingen. De douanerechten worden herverdeeld naar verhouding van de bevolking van beide landen, terwijl de accijnsrechten worden herverdeeld op basis van de effectieve consumptie van EU accijnsproducten (i.e. alcohol, tabakswaren en energieproducten) in beide landen.

In een antwoord geformuleerd op een eerdere parlementaire vraag, werd duidelijk dat de herverdeelsleutel voor accijnsrechten op een zodanige manier wordt bepaald dat zij het Belgische inkomstenverlies door de Luxemburgse verkopen van accijnsproducten aan Belgen compenseert, de zogenaamde grensverkopen. In het verleden compenseerde Luxemburg deze verliezen effectief, maar de laatste twee jaar is deze situatie omgeslagen en vloeit er belastingsgeld naar Luxemburg. Er is bovendien geen enkele reden om aan te nemen dat deze trend tijdelijk is. Met andere woorden, de BLEU kost België op dit moment geld in plaats van geld in het Belgische laatje te brengen.

Daarenboven zorgt de BLEU ervoor dat de Belgische regering minder fiscale autonomie heeft, want de Belgische regering kan de tarieven van de gemeenschappelijke accijnsrechten niet zelf bepalen. De tarieven op de accijnsproducten zijn nochtans een belangrijk instrument in andere beleidsdomeinen zoals de gezondheidszorg en het milieu. Wat nog meer vragen oproept is dat het compensatiemechanisme tussen België en Luxemburg een belangrijk precedent kan scheppen binnen de EU: wat als andere regeringen ook compensaties zouden vragen voor hun verliezen door de grensverkopen. Stel dat de Britse regering bijvoorbeeld een compensatie zou eisen van België voor de Belgische verkopen van tabak aan de Britten in West-Vlaanderen?

Het BLEU Verdrag wordt om de 10 jaar automatisch vernieuwd, behalve als één van de Partijen het verdrag tijdig opzegt, zijnde één jaar voor de vervaldatum. De effectieve vervaldatum is evenmin duidelijk, want het Belgische Ministerie van Financiën publiceerde recent twee verschillende data: 31 december 2011 en 31 december 2012. Het BLEU Verdrag lijkt dus een eigen leven te leiden.

Het BLEU Verdrag heeft niet alleen een negatieve financiële impact op de Belgische Staatskas, maar tast ook de Belgische soevereiniteit aan. Het lijkt dan ook aangewezen de toegevoegde waarde en het nut van het BLEU Verdrag te herbekijken in de huidige financiële context.