Darwiniaans bedrijfsvoeren: aanpassen of uitsterven

  • Share

Nieuw bedrijfsmodel gunstig voor Belgische economie?

Brussel, 22 december 2011 - Bedrijven die sinds het losbarsten van de financieel economische crisis toch goed hebben gepresteerd? Ze bestaan! En ze hebben met elkaar gemeen dat ze er een eigenzinnig en ambitieus bedrijfsmodel op na houden. Dit leren we uit een recente, wereldwijde studie ‘Growing Beyond’ van EY.  In de studie werden meer dan 600 bedrijven gevolgd sinds het uitbreken van de wereldwijde crisis in 2008. Het onderzoek sloopt enkele heilige huisjes en maakt onder meer duidelijk dat klassieke recepten als snoeien in het personeelsbestand en andere extreme vormen van kostenbesparingen in tijden van crisis zelden echt effectief blijken te zijn.
Bij het begin van de crisis zochten vele bedrijven inderdaad gauw hun toevlucht  tot   traditionele maatregelen van kostenbesparing. Het slabakkend economisch klimaat bleek echter hardnekkiger dan gedacht. Sommige bedrijven zagen in dat ze het geweer van schouder moesten veranderen.  Eerder dan terug te plooien op zichzelf, kozen ze voor de vlucht vooruit.  Ze begonnen nieuwe markten te verkennen en trokken volop de kaart van productvernieuwing.

Kiezen voor de definitieve vlucht vooruit

De studie van EY toont aan dat sommige bedrijven erin slagen van de crisis een opportuniteit te maken.  Het gaat om bedrijven die – zelfs in crisistijd – geen genoegen nemen met het louter vrijwaren van hun marktaandeel, ze willen het op een doordachte manier, gericht uitbreiden. Ze leggen zich niet neer bij een status quo, maar kiezen resoluut voor de vlucht vooruit. Flexibiliteit en creativiteit laten hen toe om opportuniteiten snel om te zetten in groei. Ook opvallend is dat de bedrijven die in deze crisistijden goed presteren niet gekozen hebben voor kostenbeperkingen, meer eerder opteerden voor schuldherschikking en het ophalen van extra kapitaal.

“Een groeiend aantal bedrijven hebben door de aanhoudende economische malaise gekozen voor de vlucht vooruit en daarbij een nieuw type bedrijfsmodel ontwikkeld. Nu zien we dat deze ondernemingen stilaan beloond worden voor hun moed en flexibiliteit met goede bedrijfsresultaten. Het is een kwestie van aanpassen of uitsterven, bedrijven die hier niet toe in staat zijn zullen onherroepelijk achterop raken" aldus Marc Cosaert, vennoot bij EY.

Wat is het geheime recept?

De studie toont aan dat er geen geheim recept is voor groei in de huidige markt. Maar, er werden wel 4 gemeenschappelijke factoren geïdentificeerd, met name : klantenbereik, operationele alertheid, kostencompetitiviteit en het vertrouwen van de stakeholders. Het aantal bedrijven dat momenteel voordeel haalt uit de nieuwe marktomstandigheden is sinds de start van de studie in 2008 gestegen van 19 % naar 29 %.

Bedrijven zullen niet langer grote investeringen doen in grootse R&D-centra maar zullen veeleer een voorzichtige aanpak van incrementele innovatie nastreven. Daarbij probeert men hogere prijzen te kunnen doorrekenen op basis van een verbeterd productdesign en een regionale marktaanpak. De studie wijst uit dat 30% van de goede presteerders hun productaanbod met meer dan 20% hebben uitgebreid de voorbije 2 jaar, en dit vooral in de meest winstgevende markten.

Ook zien we dat binnen het bedrijfsmodel van de goede presteerders talentmanagement een centrale plaats inneemt. Bedrijven zetten meer in op het beschikbare talent en schakelen het bewuster dan ooit in om te innoveren en de efficiëntie van het bedrijf te verhogen. Deze bedrijven zijn ook bereid meer te betalen voor dit talent.

“Bedrijven proberen voor zichzelf meer onbetwiste marktruimte te creëren die hogere marges en prijzen toestaan. De sleutel bestaat erin dat een bedrijf voor zichzelf een ‘Blue Ocean’ creëert waarin het minder concurrentie moet vrezen” volgens Marc Cosaert.

Overheid kan actievere rol spelen

In de studie werd de vraag opgenomen welke factoren bijdragen tot  het succesvol  binnentreden van een markt. Daarbij spelen de marktvraag, de prijsstrategie eigen aan de markt en toegang tot de consument een belangrijke rol. Opvallend is dat maatregelen zoals vrije handel, een voordelig belastingklimaat en goede infrastructuur veel lager scoren. Nochtans zijn dit de factoren waarin de overheid een actieve rol zou kunnen spelen. Daarentegen vinden de respondenten de grootste risicofactoren bij het evalueren van marktopportuniteiten abrupte wijzigingen in het overheidsbeleid, een niet-ondersteunend investeringsbeleid en een gebrek aan politieke en bestuurlijke stabiliteit. 

 “Voor de  overheden is er nog werk aan de winkel. Ze slagen er nog te weinig in om bedrijven over de streep trekken. Specifiek in het geval van België lijkt de reputatie van bestuurlijke stabiliteit een drempel te vormen voor het aantrekken van investeringen.” aldus Marc Cosaert.

Nieuw bedrijfsmodel zegen voor kleine open economie als België?

Toch zijn er ook voor België opportuniteiten. Uit de studie blijkt immers dat bedrijven in toenemende mate heil zien in een meer gedecteraliseerd organisatiemodel. De goed presterende bedrijven tonen zich flexibel en staan kort bij de klant, ook op het vlak van productie.

“Dit is potentieel goed nieuws voor een economie als de onze. België telt relatief weinig hoofdzetels, zeker in vergelijking met Londen, Parijs of Genève. Dit nieuwe bedrijfsmodel brengt de beslissingsbevoegdheid en het productieproces opnieuw dichter bij de regionale markt. België heeft met zijn koopkracht en aantrekkelijke markt hier belangrijke troeven in handen” zo zegt Marc Cosaert.

Communicatie en transparantie zijn koning

Een laatste belangrijke conclusie uit de studie ‘Growing Beyond’ is het gegeven dat goed presterende bedrijven meer aandacht besteden aan de relatie met hun ‘stakeholders’ en aan het managen van hun reputatie. In de communicatie wordt daarbij vooral nadruk gelegd op de financiële prestaties van het bedrijf, de blootstelling aan risico en de langetermijnvisie en -strategie. Opvallend is dat goed presterende bedrijven meer aandacht en belang hechten aan de communicatie rond de duurzame- en ecologische aspecten van hun bedrijfsvoeren. Kortom, men kijkt niet langer enkel naar de resultaten van het bedrijf maar ook naar de strategie, naar het risicobeheer en naar het duurzaamheidsbeleid.

Growing beyond minisite