De notionele interestaftrek : sterkhouder in woelige budgettaire tijden

  • Share

In budgettair moeilijke tijden moet worden bespaard maar wordt logischerwijze ook gedacht aan de bijsturing van onze belastingregels om meer inkomsten naar de schatkist te loodsen. Eén van de hot topics in dit verband in ons belastinglandschap is ongetwijfeld de notionele interestaftrek die een aantal jaren geleden werd ingevoerd.

Vandaag stelt de heer Van der Maelen, volksvertegenwoordiger van de SPA, voor om het regime van de notionele interest aftrek te laten uitdoven omdat de kostprijs te hoog zou zijn opgelopen en geen aanleiding heeft gegeven tot meer investeringen maar vooral ook omdat dit belastingregime geen verhoging van de tewerkstelling met zich mee heeft gebracht. Daarbij wordt verwezen naar de studie die door EY werd gemaakt inzake de attractiviteit van België als investeringsland. In deze studie werd aangetoond dat over de laatste jaren de investeringen in Belgie niet in stijgende lijn zijn gegaan. Daar zijn verschillende redenen voor, oa. de hoge belastingdruk, de enorm hoge loonkost, het politiek onstabiel klimaat ... Nooit heeft EY een verband gelegd tussen de notionele Interest en de tewerkstelling. Daartoe is immers in België geen betrouwbaar cijfermateriaal beschikbaar. De heer Van der Maelen stelt vast dat de tewerkstelling in 2007 en 2008 niet is gestegen en concludeert daar uit dat het regime van de notionele interestaftrek haar doel niet heeft bereikt. Het lijkt erop of de notionele interestaftrek alleen verantwoordelijk zou moeten zijn voor de groei van de tewerkstelling.

In onze studie van 2010 is wel aan bedrijven gevraagd of een wijziging aan het NID regime een invloed zou hebben op de toekomstige tewerkstelling. Het antwoord was duidelijk. Meer dan 90% van de ondervraagden stelde dat een wijziging aan het NID regime een 'negatieve' invloed zou hebben op investeringen.

Ernst &Young is van oordeel dat NID er toe bij gedragen heeft dat men de dalende trend aan investeringen en tewerkstelling deels heeft kunnen afzwakken. De notionele interestaftrek heeft maw op een positieve wijze bijgedragen aan de tewerkstelling en het investeringsklimaat.

Belangrijk is ook de politieke en economische context niet uit het oog te verliezen ten tijde van de invoering van de notionele interestaftrek. De notionele interestaftrek die destijds als maatregel in het leven is geroepen teneinde (1) coördinatiecentra te behouden (2) buitenlandse investeerders aan te trekken en (3) ondernemingen meer kapitaalkrachtig te maken, is een maatregel die België terug op de fiscale wereldkaart heeft gezet.

Een verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting, zoals dat het geval was in andere Europese landen was in België destijds niet haalbaar ondanks het feit dat andere Europese landen wel dat tarief verlaagden(o.m. Nederland naar 25%). De invoering van de notionele interestaftrek heeft ook toegelaten het effectieve belastingtarief op een concurrentieel niveau te houden. Het is de eenvoud dat de Belgische notionele interestaftrek attractief maakt, namelijk de automatische toepassing van een aftrek ten belope van de lange termijn interest % op kapitaalfinanciering, net zoals er een interestaftrek wordt toegestaan voor de financiering door leningen.

Nu deze maatregel afschaffen of zelfs maar wijzigen zou bijzonder slecht zijn voor de reputatie van ons land en meer in het bijzonder voor de rechtszekerheid.

België heeft in het verleden reeds ettelijke malen haar fiscale wetgeving al te snel gewijzigd en heeft daarmee haar reputatie inzake rechtszekerheid geschaad. Het begrip 'notionele interest' is inmiddels wereldwijd gekend bij die internationale bedrijven waarvan we hopen dat ze in ons land zullen investeren. Nederlandse, Luxemburgse en Zwitserse overheden die investeringen in hun land promoten zullen deze wijziging manifest gebruiken om aan te tonen dat Belgie wederom zijn wetgeving wijzigt. De indruk wordt gewekt dat bedrijven die zich in België vestigen omwille van een attractieve maatregel daar wellicht in de toekomst niet kunnen op rekenen.

De vraag is eveneens of we in deze tijden, met alles wat we geleerd hebben uit de financiële crisis, bedrijven moeten aanzetten te ontlenen ipv te kapitaliseren. Het zijn juist de meest gekapitaliseerde bedrijven die op termijn de beste perspectieven geven voor werkgelegenheid.

Vooral moet men zich echter de vraag stellen of het gebruik van notionele interest voor intragroepsfinanciering België zo uniek maakt, maw. of er geen alternatieven zijn. Die alternatieven zijn er zeker vooral voor buitenlandse bedrijven. Amerikaanse bedrijven kunnen zelfs een fiscaal meer rendabele structuur opzetten in onze buurlanden, Luxemburg of Nederland. Immers deze landen lenen zich tot doorstroom financiering en het ruling regime in deze landen geeft oplossingen die net zo goed dan wel beter zijn dan in Belgie.

Zonder enige twijfel zal de koppeling van notionele interest aan tewerkstelling financiële centra en vroegere coördinatie centra ertoe aanzetten te verhuizen naar Luxemburg of Nederland. Zonder enige twijfel is de notionele interest een van de weinige steunmaatregelen die de tewerkstelling in financiële centra en vroegere coördinatie centra bevordert. In plaats van het kind met het badwater weg te gooien zou men maw.beter concentreren op die redenen die investeerders weerhouden om te investeren in ons land : het bijzonder oncompetitief sociaal - en loonklimaat, de hoge fiscale druk en ... het aanslepend politiek onstabiel klimaat wat aanleiding geeft tot veel rechtsonzekerheid. Dit kwam oa tot uiting in de Barometer van de Belgische Attractiviteit van vorig jaar.

Herwig Joosten / Geert Gemis
EY Tax Consultants