EU hinkt achterop inzake innovatie

  • Share

Brussel, 4 mei 2011. De Europese concurrentiekracht voor innovatie valt terug. De VS en Japan consolideren hun voorsprong, en de BRIC-landen halen hun achterstand snel in. Dat blijkt uit EY’s rapport Next generation innovation policy, opgesteld in samenwerking met het Centrum voor Europese Politieke Studies (CEPS). Het rapport wordt vandaag in primeur voorgesteld op de Summit Government & Innovation in Brussel. Ruim 200 vertegenwoordigers van de Europese autoriteiten en het Europese bedrijfsleven gaan er met elkaar in dialoog over manieren om de groeiende innovatiekloof te dichten. Voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy lanceert het debat, en de gerenomeerde innovatie-expert Charles Leadbeater zorgt voor een inspirerende slottoespraak.

In Europa werden het voorbije decennium steeds meer initiatieven met het oog op innovatie gelanceerd, maar het succes ervan lijkt uit te blijven. De complexe aard van het innovatiebeleid wordt nog duidelijker in een meerlagig overheidsbestel zoals de Europese Unie.

Het rapport suggereert dat het tijd wordt om het huidige innovatiebeleid te wijzigen, door de openbare overheden die een substantiële koopkracht hebben, aan te moedigen om dat middel te hanteren om innovatie te stimuleren. Als het om innovatie gaat, doet de Europese openbare sector namelijk minder koopinspanningen dan andere geografische omschrijvingen.

Jay Nibbe, markets leader voor Europa, Midden-Oosten, India en Afrika, stelt namens EY: “Innovatie is de sleutel voor langetermijngroei. Om deze te bestendigen, en opdat Europa welvarend zou blijven, moet een marktgestuurd beleid gevoerd worden dat een context van innovatie stimuleert, en dat die nieuwe ideeën omzet in nieuwe business en oplossingen.”

De kracht van een vraagbeleid aanwakkeren

Het rapport besluit dat overheden de innovatie kunnen aanzwengelen door niet alleen op te treden als facilitators en regulators, maar ook als klanten die nieuwe producten en diensten behoeven. Overheden kunnen, door hun behoefte aan innoverende producten en diensten te uiten, een motor zijn voor nieuwe investeringen en voor de toepassing van innoverende technologische oplossingen. Een domein waar overheidsbestedingen beslissend kunnen zijn voor de toekomst van Europese concurrentie is zeker eco-innovatie, een groene overheidsbesteding.

De EU2020-strategie, en meer bepaald haar speerpuntinitiatief Innovation Union, bevat enkele elementen van een vraagbeleid, maar er lijkt veel meer nodig om overheidsbestedingen te doen uitgroeien tot motor voor innovatie en groei. Europa moet ook zijn overheidsbestedingen in innoverende oplossingen opvoeren, vooral via pre-commerciële inkopen. In de EU zijn overheidsbestedingen goed voor omstreeks 19,4% (€ 2.200 miljard) van het bbp van de EU.

Overheidsaankopen worden om diverse redenen onvoldoende aangewend om in Europa de innovatie te stimuleren. Zo worden foute incentives gegeven (neiging naar goedkopere en risicovrije oplossingen), gebrek aan kennis en talent bij overheidsbesteders, geen strategie die de overheidsbesteding koppelt aan doelstellingen van het overheidsbeleid (bv. gezondheid, milieu, transport) of aan typisch met subsidies gesteunde R&D&I-initiatieven (onderzoek, ontwikkeling en innovatie), fragmentering in vraag, moeilijke toegang tot overheidscontracten vermits KMO's niet opgewassen zijn tegen de eerste fase van overheidsbestedingen en dus vaak als onderaannemers werken. Dit belemmert de toegang van openbare overheden tot het innoverende potentieel van KMO's die een sleutelrol spelen in innovatie.

Naar een marktgestuurd innovatiebeleid

Het rapport “Next generation innovation policy – the future of EU innovation policy to support market growth” bespreekt hoe onze politieke leiders het innovatiebeleid van de EU kunnen hervormen om reeds in een zeer vroeg stadium rekening te houden met zowel milieu- als industriële behoeften en evoluerende markttrends.

Een continue dialoog tussen de beleidsmakers en de belanghebbenden vanuit de industrie is noodzakelijk, naast maatregelen tot aanpassing van wettelijke en financiële voorwaarden zodat het voor innovatieve bedrijven gemakkelijker wordt om hun producten en oplossingen op de markt te brengen. Verder heeft Europa ook nood aan een meer effectieve technologietransfer tussen universiteit en industrie en het aanzwengelen van de kracht van publiek-private partnerships. Het is ook belangrijk de governance van EU-innovatie te verbeteren en snel de domeinen te identificeren waar de versnippering van nationale innovatiebeleidsvisies de concurrentiekracht van de EU hindert.

Europa opnieuw op de sporen zetten

Het is duidelijk dat er nood is aan een 'innovatief innovatiebeleid'. Met een gepaste hervorming van de regelgeving en een vereenvoudiging van de wetgeving inzake investeringen, tonen deze voorstellen het potentieel om Europa weer op de sporen te zetten, op weg naar een internationaal concurrentievermogen. Landen zoals de VS en Japan tonen nu al de weg naar deze ontwikkelingen. Het is ook enigszins geruststellend dat de Europese Commissie, ondanks haar beperkte macht, lijkt in te zien hoe absoluut noodzakelijk het is om in de richting van een meer gecoördineerd, dynamisch en technologieneutraal innovatiebeleid op te schuiven.

Nibbe besluit: “Inzicht in de oorzaken van de huidige 'innovatiekloof' in Europa is de eerste stap naar een aanvaardbare oplossing. Maar omdat markten en technologieën constant evolueren, is het weinig zinvol om alleen naar de actuele economie te kijken. Regeringen moeten hun engagement versterken en hun voeling met de toekomstige marktontwikkelingen aanscherpen. Zij moeten ervoor zorgen dat de antwoorden van vandaag oplossingen bieden voor de noden van morgen.”

“Dit is te realiseren via een voortgezette dialoog met Europese bedrijven, om inzicht te verwerven in de veranderingen die plaatsvinden op de markten van morgen, en in de concurrentiepositie die Europese organisaties moeten handhaven om tegemoet te komen aan toekomstige behoeften van industrie en consumenten. De toekomst van Europese organisaties en ondernemingen is vervlochten met het vermogen van de Europese beleidsmakers om de context te creëren waarin innovatie kan bloeien. Wij kijken ernaar uit om onze rol te spelen in dat debat."