Heeft België wel een federale regering nodig ?

  • Share

Drie kwart van de buitenlandse investeerders voorspelt dat politieke crisis aantrekkelijkheid van België verder zal eroderen

Brussel 25 mei 2011 – België heeft in 2010 zijn 6de plaats op de lijst van de meest aantrekkelijke Europese investeringslanden kunnen behouden. Dit is voornamelijk de verdienste van Vlaanderen dat, na jarenlang terreinverlies op Wallonië, terug op overtuigende wijze uit het dal klimt. Wallonië en Brussel maakten in 2010 een slechte beurt. Dat alles blijkt uit de achtste editie van de jaarlijkse 'Barometer van de Belgische Attractiviteit', die vandaag door EY gepubliceerd wordt. Met 159 buitenlandse investeringsprojecten in 2010, waarvan 97 volledig nieuwe projecten zijn, houdt ons land goed stand als potentieel investeringsland. Betekent dit dat de politieke onzekerheid geen effect heeft op het investeringsklimaat? Toch niet. Drie kwart van de ondervraagde investeerders ziet het somber in. De investeringen die in 2010 werden gerealiseerd waren immers al eerder gepland. Het echte effect van de politieke impasse komt ongetwijfeld nog op ons af.

Vlaanderen benadert beste score ooit

Het aantal buitenlandse investeringen in België is in 2010 gestegen van 146 naar 159 in vergelijking met 2009. Vlaanderen is daarbij goed voor 108 investeringen, en maakt hiermee een jarenlange daling van investeringen in één klap goed. Na een historisch dieptepunt van 64 investeringen in 2009 benadert Vlaanderen in 2010 opnieuw de resultaten van het topjaar 2005. In Wallonië daarentegen komt aan de positieve tendens van de voorbije jaren een abrupt einde. Na het record van 57 investeringen in 2009 valt Wallonië plots terug op 31 projecten in 2010. Ook Brussel incasseert klappen: het aantal investeringen daalt van 25 naar 20.

In Vlaanderen gaan alle provincies erop vooruit. Maar het is vooral Antwerpen dat de groei aandrijft met zowaar een verdubbeling van de investeringsprojecten : 55 t.o.v. 27 investeringen in 2009. Dat vooral de regio Antwerpen scoort, mag niet verbazen: Pfizer investeerde in zijn R&D faciliteit in Puurs, andere voorbeelden zijn Genzyme, Paccar,…

Aan de overzijde van de taalgrens valt vooral de provincie Luik op. De investeringen vallen er terug van 21 in 2009 naar 6 in 2010.

Amerikaanse bedrijven tekenen voor één derde van alle investeringen in België

De Verenigde Staten voeren als vanouds de lijst aan van de landen die in België investeren. Amerikaanse bedrijven tekenen voor maar liefst 50 investeringsprojecten, dit is bijna één derde van het totale aantal. België moet het daarnaast vooral hebben van intra-Europese investeringen. Duitsland (15 investeringen in 2010) en Nederland (11 investeringen in 2010) vertonen een verhoogde interesse. Ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (beide 9 investeringen in 2010) zijn van belang voor ons land, al tonen de cijfers een dalende trend.

De Verenigde Staten en onze buurlanden zijn samen goed voor 59% van alle directe buitenlandse investeringen in België. Positief is dat het aandeel van de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) een opmerkelijke groei vertoont. Met een stijging van 6 naar 17 projecten, vertegenwoordigen ze vandaag 10,7% van de directe buitenlandse investeringen in België. India en China spelen hierbij de hoofdrol, met respectievelijk 8 en 6 projecten. Merken we ten slotte nog op dat Zuid-Korea opvallend aanwezig is met 8 nieuwe investeringen. Mooie voorbeelden zijn de overname van Volvo Gent door Geely (China) en de investeringen van China Electric Equipment groep in een zonnepaneelverdeelcentrum.

Jobcreatie blijft ondermaats

De nieuwe investeringen in België hebben 4.010 nieuwe jobs gecreëerd. De cijfers leren ons ook dat de buitenlandse investeringen trendmatig minder jobs opleveren. Dit ligt in het verlengde van wat de rondvraag bij de investeerders ons leert. Deze geven immers mee dat lagere loon- en arbeidskosten de belangrijkste factoren zijn die de Belgische attractiviteit op korte termijn zouden kunnen verbeteren.

"De bevinding dat buitenlandse investeringen in België trendmatig minder jobs creëren per project wijst op de ontmoedigende rol van de (te) hoge loonlasten. Het beste beleid om nieuwe investeringen aan te trekken is zonder twijfel een ontlasting van zowel laaggeschoolde als hooggeschoolde arbeid" aldus Professor Leo Sleuwaegen van de K.U.L. en de Vlerick Leuven Gent Managementschool die de studieresultaten kritisch heeft geanalyseerd.

Hoopgevend is dat 61% van de investeringen in België zogenaamde ‘greenfield’-projecten zijn. Het betreft ‘nieuwe’ projecten en dus geen loutere expansies van reeds aanwezige projecten. België zakt weliswaar met 7% ten aanzien van 2009 maar, in vergelijking met 2008, blijven de nieuwe projecten op een relatief hoog niveau, en dat is een goed signaal. Nieuwe investeringen zijn immers een zeer goede barometer om de investeringsattractiviteit van een land te beoordelen.

Politieke impasse is een tikkende tijdbom

Afgaand op de stabiliteit in het aantal investeringsprojecten zou men kunnen besluiten dat de politieke impasse die nu al bijna een jaar aansleept weinig impact lijkt te hebben op de aantrekkelijkheid van ons land op kandidaat investeerders. De werkelijkheid is echter anders. Feit is dat de beslissingen voor de investeringen die in 2010 werden gerealiseerd uiteraard al vroeger waren genomen. En deze beslissingen werden niet afgeblazen. Een investeringsbeslissing gaat immers niet over één nacht ijs. De vraag is dus vooral hoe happig investeerders vandaag zijn om beslissingen te nemen over toekomstige projecten. De peiling van EY is in dat opzicht weinig hoopgevend : drie kwart van de 204 ondervraagde bedrijfsleiders is van oordeel dat het ontbreken van een volwaardige federale regering en de hele politieke impasse een negatief effect zal hebben op het investeringsklimaat. Rudi Braes, managing partner (vanaf 1 juli 2011) van EY België wijst erop : “Ook al zien we vandaag misschien nog geen onmiddellijk effect, de politieke impasse zou wel eens een tikkende tijdbom kunnen blijken te zijn voor wat toekomstige investeringen betreft, maar een slecht akkoord dat geen rekening houdt met de behoeften van investeerders is dat ook"”.

De studie bevestigt overigens net als vorige jaren dat ‘bestuurlijke stabiliteit en transparantie van het politieke en wettelijke kader’ een belangrijk beslissingscriterium blijft. Welnu, de beoordeling van deze bestuurlijke stabiliteit en transparantie in België neemt een historisc he duik en zakt van 60% in 2009 naar 41% in 2010.

Wat maakt ons land en de regio’s aantrekkelijk?

De perceptie over België bij de buitenlandse investeerders kan echter ook rekenen op een aantal sterke punten. Een constante is bijvoorbeeld de positieve waardering van de ‘levenskwaliteit’. Maar liefst 90% van de respondenten vindt België op dat vlak aantrekkelijk. Ook de ‘telecom-infrastructuur’ (83%) blijft een belangrijke troef, al noteren we een daling van 4%. De plaatsen drie tot en met vijf worden achtereenvolgens ingevuld door de ‘transport- en logistieke infrastructuur’ (77%, - 6%), de ‘competenties van de Belgische werknemers’ (75%, -7%) en de ‘Belgische taalvaardigheid, cultuur en waarden’ (73%, -1%). De sterkste stijger dit jaar is ‘aantrekkelijkheid van de Belgische binnenlandse markt’, van 53% naar 66%, goed voor een achtste plaats.

Herwig Joosten, National Director of Tax van EY België stelt dat België echter op twee primaire punten structureel slecht blijft scoren, namelijk haar torenhoge fiscale kost en de sociale lasten alsook daaruit volgende niet competitieve arbeidskosten. Op de vraag welke maatregelen een toekomstige regering zou moeten nemen om België attractiever te maken worden logischerwijze drie voorstellen gedaan door investeerders: de versoepeling van de fiscaliteit, een hervorming van het sociaal model en een beter beleid inzake innovatie. De verschillende regio’s in België hebben echter verschillende sterke en zwakke punten. Zo zijn de competente werknemers en de toegang tot vervoersinfrastructuren en de beschikbaarheid van kwantitatieve R&D middelen de aantrekkelijke punten voor Vlaanderen. Wallonië scoort dan weer omwille van de beschikbaarheid van bedrijfsterreinen en subsidiemogelijkheden maar kampt met een imago van te militante vakbonden en onvoldoende kennis van vreemde talen. Het belangrijkste probleem van Brussel blijft de verkeersproblematiek.

Wat eveneens opvalt in de studie is dat slechts een zeer beperkt percentage van de in België gevestigde en ondervraagde bedrijven hun activiteiten op korte termijn zouden willen verhuizen. De loyaliteit is blijkbaar hoog bij wie België kent

Kan de overheid nog een rol spelen?

Maar wat kan de overheid doen om deze cijfers positief te beïnvloeden? Heeft de overheid nog een rol of is ze een speelbal geworden van de globalisering? Zo zijn er maatregelen getroffen zoals de welbekende notionele intrestaftrek en de rulingcommissie. De kennis van het bestaan van de notionele intrestaftrek bij de investeerders is dit jaar enigzins gedaald. Toch blijft het een gewaardeerde maatregel. Slechts 13 % van de ondervraagden is van oordeel dat een beperking of afschaffing van de notionele interest geen impact zou hebben op de aantrekkelijkheid van België als investeringsland. Wat ook duidelijk blijkt uit de studie is dat de Belgische ruling commissie een ruimere en positievere marketing nodig heeft, dit naar het voorbeeld van de Nederlandse en Luxemburgse ruling diensten die door de bedrijven zeer gewaardeerd worden.

Het onderzoek wijst ten slotte ook op de relatieve onbekendheid van de regionale en federale investeringsagentschappen. Van de groep ondernemingen die in de afgelopen 3 jaar in België investeerde, heeft slechts 19% een beroep gedaan op een overheidsdienst. Van die laatste groep, is echter 85% tevreden over de dienstverlening.

De bevraging bij de buitenlandse investeerders leert ons dat België – en dus ook de overheid – prioriteit moet geven aan een versoepeling van de juridische en fiscale omgeving, een hervorming van het sociaal stelsel en het stimuleren van innovatie. Steunmaatregelen op korte termijn moeten dan weer gericht zijn op lagere belastingen en arbeidskosten.

Net als België trekt Europa opnieuw aan

België maakt niet alleen een goede beurt. Het aantal directe buitenlandse investeringsprojecten in Europa steeg in 2010 met 14% tot 3.757 projecten. In 2009 moest het Europese continent nog een daling van 11% optekenen. Vooral de sterke stijging van Polen (+40%) valt op. Het niveau van voor de crisis wordt dus geëvenaard. Het ergste lijkt dus achter de rug maar het is nog te vroeg voor euforie. Investeerders beperken immers de omvang van hun investeringsprojecten. Een nieuw investeringsproject creëert in 2010 gemiddeld 44 banen waar dit in 2006 nog 60 was. Het aantal door directe buitenlandse investeringsprojecten gecreëerde banen steeg met 10% tot 137 337 jobs.

Aanbevelingen voor de nieuwe regering

  1. Politieke stabiliteit is cruciaal, een federaal platvorm is noodzakelijk om dringende structurele beslissingen te nemen naar het voorbeeld van onze Europese partners
  2. Notionele intrestaftrek: niet negatief wijzigen en positief promoten
  3. Rulingcommissie: ruimere budgetten & resources ter beschikking stellen, meer speelruimte voor deze dienst en vooral respect & appreciatie voor deze instelling die investeerders rechtszekerheid kan verschaffen
  4. Investeringsagentschappen: meer middelen geven, nog beter positioneren naar de BRIC-landen toe,
  5. Een beter fiscaal beleid inzake innovatie, verruiming van de te strikt Belgische 80 % patent-box, dit naar het voorbeeld van de Nederlandse innovatie box
  6. Algemene daling van de vennootschapsbelasting naar het voorbeeld van onze Europese partners, het nominale Belgische tarief is het tweede hoogste in Europa
  7. Een grondig en realistisch debat inzake de houdbaarheid van de hoge arbeidskosten en het effect van de indexatie daarop. Een debat omtrent het Belgische sociaal model in algemeen en de financiering daarvan alsook de gevolgen op midden lange termijn op de Belgische competitiviteit tov. onze buurlanden bij een behoud van bepaalde verworvenheden.

 

Over de Barometer van de Belgische Attractiviteit

Met de jaarlijkse Barometer van de Belgische Attractiviteit – die in 2011 aan zijn achtste editie toe is – houdt EY de vinger aan de pols van het Belgische investeringsklimaat. De studie is gebaseerd op een tweevoudige, originele methodologie die ten eerste de echte attractiviteit van Europa weergeeft voor directe buitenlandse investeerders aan de hand van de European Investment Monitor (EIM) van EY, en ten tweede de ‘waargenomen’ attractiviteit weergeeft van Europa en zijn concurrenten aan de hand van een representatief panel van 814 internationale beslissers.