Eindejaarsplanning

  • Share

View this page in French

Het einde van een kalenderjaar is voor vele ondernemingen ook het einde van het boekjaar. En dat is dan weer het uitgelezen moment om een goed beeld te krijgen van het bedrag dat u volgend jaar aan belastingen zal moeten ophoesten. Maar misschien kan het beter ? Met onderstaande check list brengen wij enkele opportuniteiten in herinnering. Maar ook enkele verplichtingen die u best niet vergeet. Sommige van die regels zijn héél erg evident, zo evident zelfs dat ze wel eens uit het oog worden verloren. Heeft u nog vragen, aarzel dan niet om uw gebruikelijke contactpersoon te contacteren voor meer informatie.

Meerwaarden

Onaantastbaarheidsvoorwaarde

In bepaalde gevallen is de vrijstelling in de vennootschapsbelasting van bepaalde verwezenlijkte en niet-verwezenlijkte meerwaarden op materiële en immateriële activa onderworpen aan de voorwaarde dat het vrijgestelde deel op één of meerdere afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige uitkering (de ‘onaanstastbaarheidsvoorwaarde’ uit artikel 190 WIB 1992).

Dit geldt onder andere voor:

  • De uitgedrukte niet-verwezenlijkte meerwaarden;
  • De gespreid te belasten meerwaarden in de zin van artikel 47 WIB 1992;
  • De verwezenlijkte meerwaarden op bedrijfsvoertuigen in de zin van artikel 44bis WIB 1992;
  • De verwezenlijkte meerwaarden op binnenschepen in de zin van artikel 44ter WIB 1992.

U mag niet vergeten het vrijgestelde deel van meerwaarden van dit jaar op dergelijke afzonderlijke rekening van het passief te boeken zodat de vrijstelling niet verloren gaat.

Wederbelegging

De (al dan niet tijdelijke) vrijstelling van bepaalde meerwaarden op bedrijfsactiva is onderworpen aan de voorwaarde dat de verkoopwaarde van het goed of de ervoor ontvangen schadevergoeding binnen een bepaalde periode herbelegd wordt in een kwalificerend activum.

Deze voorwaarde geldt onder andere voor:

  • De gespreid te belasten meerwaarden in de zin van artikel 47 WIB 1992
  • De verwezenlijkte meerwaarden op bedrijfsvoertuigen in de zin van artikel 44bis WIB 1992

De herbeleggingstermijn eindigt op het einde van een belastbaar tijdperk. Wanneer u uw boekhouding per kalenderjaar voert, doet u er goed aan na te gaan of er geen herbeleggingstermijn verstrijkt op 31 december 2012 en of er, in voorkomend geval, voordien nog een herbelegging moet gebeuren.

Meerwaarden op aandelen

Met ingang van aanslagjaar 2013 (en in bepaalde omstandigheden aanslagjaar 2012) zijn meerwaarden op aandelen belastbaar aan 25% (te verhogen met de aanvullende crisisbijdrage tot 25,75%) wanneer deze niet gedurende een periode van minstens één jaar in volle eigendom werden aangehouden (artikel 192, §1, lid 1 WIB 1992 jo. artikel 217, 2° WIB 1992).

Indien u de vervreemding van aandelen overweegt, gaat u best na of deze termijn reeds verstreken is en, indien niet, of het afwachten van het verstrijken van die termijn tot de mogelijkheden behoort.

Investeringen en financiering

Notionele interestaftrek

Voor de berekening van de notionele interestaftrek (NIA) wordt rekening gehouden met wijzigingen die zich tijdens het boekjaar hebben voorgedaan aan het eigen vermogen en aan de uit te sluiten bestanddelen. U kan overwegen om wijzigingen aan te brengen aan het kwalificerende eigen vermogen, door bijvoorbeeld uitgesloten activa te vervreemden of de dividendpolitiek te herbekijken.

Volgens een wet die net in de Kamer van Volksvertegenwoordigers is goedgekeurd, is het vanaf aanslagjaar 2013 niet langer mogelijk om NIA overschotten over te dragen naar volgende jaren (Parl. St. Kamer 2012-2013, nr. 2458/005). Voor de overdracht van NIA-overschotten van de voorgaande periode wordt evenwel in een overgangsregeling voorzien. Voortaan vormt de aftrek van de overgedragen NIA-overschotten de laatste bewerking en wordt het bedrag van de overdraagbaarheid in bepaalde gevallen beperkt. Om het verlies van de NIA-overdracht ten gevolge van het verstrijken van de periode van 7 jaar te vermijden, kan u overwegen om bepaalde voorwaardelijk niet-belastbare elementen te laten belasten om hiertegen de overgedragen NIA af te zetten.

Onderkapitalisatie

Met ingang van 1 juli 2012 is de onderkapitalisatieregeling uitgebreid (artikel 198, 11° WIB 1992): zij is niet langer enkel van toepassing op interestbetalingen aan vluchtlanden maar nu ook op interestbetalingen aan groepsvennootschappen, ongeacht hoe deze op deze inkomsten belast worden. De regeling voorziet in de niet-aftrekbaarheid van interesten in de mate dat het totaal bedrag van de kwalificerende leningen meer bedraagt dan 5 keer de som van de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het fiscaal gestort kapitaal op het eind van het boekjaar (met uitzonderingen en bijzondere afwijkingen). Indien u voor de toepassing van de onderkapitalisatieregeling in aanmerking komt, kan u overwegen deze bepaling buiten spel te zetten door het fiscaal gestort kapitaal te verhogen of door andere stappen te nemen.

Investeringsaftrek en belastingkrediet voor milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling

Voor milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling hebben vennootschappen de keuze tussen de toepassing van de verhoogde investeringsaftrek (artikel 69-70 WIB 1992), dan wel van het belastingkrediet (artikel 289quater WIB 1992).

Om van de investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen en de investeringsaftrek voor milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling te kunnen genieten, dienen tijdig de nodige attesten te worden aangevraagd. Voor energiebesparende investeringen moet dit gebeuren vóór 31 maart 2013 (indien het boekj aar gelijkloopt met het kalenderjaar) en voor milieuvriendelijke investeringen onderzoek en ontwikkeling gebeurt dit bij voorkeur vóór het indienen van de belastingaangifte.

Indien er voor de toepassing van het belastingkrediet wordt gekozen, moet u dit boeken als een terug te vorderen belasting. Dit belastingkrediet komt wel in mindering van de basis van de notionele interestaftrek.

Vrijstellingen voor subsidies en premies

Wanneer een vennootschap subsidies ontvangt in het kader van bepaalde investeringen of in het kader van tewerkstelling, dan moeten de ontvangen sommen toegevoegd worden aan de belastbare basis. Maar dat is niet altijd zo. In de afgelopen jaren werden maatregelen genomen die moesten beletten dat subsidies toegekend door gewestelijke overheden, gedeeltelijk door de federale overheid weer werden teruggenomen via belastingen.

Die vrijstellingen zijn echter vaak ook afhankelijk van bepaalde (soms formalistische) voorwaarden, ook in de jaren nadat de subsidie werd toegekend.

Vrijstelling voor gewestelijke premies en subsidies

Artikel 193bis WIB 92 bevat een algemene vrijstelling voor tewerkstellingspremies en voor bepaalde kapitaal- en interestsubsidies (toegekend in het kader van de economische expansiewetgeving). Voor wat betreft deze laatste subsidies moet u er rekening mee houden dat indien u de investering vervreemd binnen de 3 jaar, de subsidie een belastbaar inkomen wordt in het jaar van de vervreemding.

Stagebonus

Ondernemingen die jongeren (16 tot 18 jaar) een stageplaats aanbieden met het oog op een praktijkopleiding, krijgen hiervoor een financiële tegemoetkoming onder de vorm van een stagebonus. Deze stagebonus is reeds van kracht sinds 1 september 2006 en werd nog ingevoerd door de Wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. De wet op het generatiepact voorziet ook dat de bezoldigingen die aan de stagiair worden betaald, voor 120% aftrekbaar zijn (art. 67bis WIB92 en art. 76 lid 1 2° KB/WIB92). Die 20% extra aftrek moet niet geboekt worden op een vrijgestelde reserve maar wordt afgetrokken van het belastbaar resultaat voor zover dit positief is. De 20% wordt trouwens berekend op de bruto belastbare bezoldigingen met inbegrip van de wettelijke sociale lasten, de werkgeversbijdragen en premies en andere sociale bijdragen die verschuldigd zijn krachtens contractuele verplichtingen.

Vrijstelling bijkomend personeel voor integrale kwaliteitszorg of uitvoer

Werd in 2012 nieuw personeel aangeworven voor integrale kwaliteitszorg of voor uitvoer dan kan de werkgever genieten van een vrijstelling 10.000,00 EUR (geïndexeerd 14.640,00 EUR voor AJ 2013, boekjaar 2012) per bijkomende personeelseenheid (Art. 67 WIB92). De vrijstelling is nooit definitief verworven:als het betrokken personeelslid de onderneming heeft verlaten, dan wordt de vrijstelling teruggenomen, tenzij er tijdig een vervanger werd aangeworven. De vrijstelling is verder ook afhankelijk van een reeks attesten die de werkgever vóór 31 maart 2013 moet aanvragen in geval van aanwervingen in 2012. De attesten moeten samen met de formulieren 276 W bij de aangifte vennootschapsbelasting worden gevoegd.

Voorafbetalingen en bedrijfswagens

De nieuwe regeling inzake de voordelen van alle aard inzake bedrijfswagens bepaalt dat de werkgever ook belast wordt op een bedrag gelijk aan 17% van het belastbaar voordeel in hoofde van de werknemer. Dat bedrag komt onder de verworpen uitgaven (artikel 207 lid 2 WIB92). Bovendien voorziet de wettekst dat er van deze belastbare basis geen aftrekken mogen gebeuren. Met andere woorden, deze 17% van het belastbaar voordeel van alle aard, is meteen ook een minimum belastbare basis voor de werkgever-vennootschap : zelfs als een onderneming afstevent op een verlies, of als de onderneming nog overgedragen verliezen of overgedragen notionele interestaftrek heeft, dan zal zij toch vennootschapsbelasting verschuldigd zijn. Heeft de onderneming onvoldoende voorafbetalingen gedaan, dan zal de belastingrekening nog toenemen. Ondernemingen waarvan het boekjaar afsluit op 31 december 2012 kunnen nog voorafbetalingen doen voor het 4e kwartaal 2012 tot uiterlijk 20 december 2012.

31 december als vervaldag

De laatste dag van het kalenderjaar, boekjaar en aanslagjaar is vaak ook een vervaldag voor allerlei termijnen.

31 december 12 is bijvoorbeeld de laatste dag om een ambtshalve ontheffing te vragen als u niet akkoord bent met een aanslag van aanslagjaar 2008. In dat opz icht kan het interessant zijn om voor da t aanslagjaar na te gaan of er nog betwiste punten zijn (zoals de notionele interestaftrek op het vermogen van buitenlandse vaste inrichtingen of de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing in het kader van onderzoek en ontwikkeling).

Ondernemingen die in het verleden een voorafgaand akkoord verkregen doen er in deze periode ook goed aan om na te gaan of eventuele voorwaarden opgelegd in het akkoord, nageleefd werden.