CFO Barometer

Zachte waarden, harde cijfers

  • Share

Dat de slagkracht van bedrijven vandaag niet louter meer bepaald wordt door het resultaat van produceren en verkopen, is intussen duidelijk. Een welafgewogen strategie is noodzakelijk om op lange termijn te overleven en stakeholders willen die in meer vertaald zien dan alleen het cash-genererende eindproduct of dienst. De wijze waarop ondernemingen hun objectieven trachten te bereiken, wordt steeds belangrijker.

Drie EY-experts van de afdeling Cleantech & Sustainability Services, laten in het kader van de CFO Barometer hierover hun licht schijnen. Zij focussen op het ontwikkelen en implementeren van duurzaamheidsstrategieën, innovatieve duurzame product- en dienstenmodellen, impact analyses en de optimalisatie van geïntegreerde niet-financiële datacaptatie en rapporteringsprocessen.

De voornaamste reden om aan rapportering rond niet-financiële data te doen, blijkt vaak de bezorgdheid rond reputatie te zijn. Is duurzaam rapporteren dan een vorm van risicomanagement?

Harry Everaerts: “Gezien de snelheid waarmee informatie vandaag de consument bereikt, is reputatiemanagement een belangrijke manier van risicoafdekking. Rapporteren over specifieke en relevante aspecten draagt bij tot de transparantie en zo ook tot de perceptie over een bedrijf. Doordat bedrijven beseffen dat op een duurzame manier omgaan met milieu en mensen ongeacht waar in de wereld, een belangrijke indicator is voor hun stakeholders, zullen ze ook beter voorbereid zijn en zo een beter risicobeheersysteem opzetten dat hun reputatie beter beschermt.”

Daarnaast zien we ook dat wanneer dergelijke rapportering voorhanden is, ze vaak gebruikt wordt als beslissingsbasis. Over welke beslissingen kan dit gaan?

Harry Everaerts: “Het opstellen van een duurzaamheidsrapport is, naast transparantie, vooral een drijfveer voor verandering en dus uiteindelijk voor het realiseren van meer en andere omzet. Door stil te staan bij wat je cliënten bezighoudt (namelijk energie-efficiëntere producten en diensten), wordt innovatie gestimuleerd. Dit resulteert in de ontwikkeling en later in de commercialisatie van nieuwe producten die veel beter zijn afgestemd op de behoeften van de huidige klanten, maar ook totaal nieuwe klantengroepen. Zo kan men zich differentiëren ten opzichte van concurrenten.”

Eric Dierckx: “Toch is er ook aan de kostenkant potentieel. Kostenbesparing is vaak een eerste insteek. Het monitoren van verschillende parameters laat toe te benchmarken met andere landen of sectorgenoten. Het rapporteren over duurzaamheidsaspecten fungeert dus als een interne tool om aan kostenbesparing te doen of efficiënter te gaan werken en zo meer middelen te creëren om te investeren in nieuwe producten en mensen.”

Meer dan 65% van de ondernemingen is pas in de voorbije vijf jaar gestart met rapporteren rond duurzaamheid. Betekent dit dat we momenteel nog in een pioniersfase zitten?

Harry Everaerts: “We hebben het inderdaad over een eerder immature materie, zeker in België. Traditioneel hinken we wat achterop tegenover bijvoorbeeld Scandinavië, Zuid-Afrika en recentelijk ook Engeland. Dat zijn landen waar een vorm van verplichting door de overheid bestaat rond sociale rapportering en milieurapportering en de verificatie ervan. In België wordt dit nochtans ook door de wet opgelegd, zij het misschien in een wat vage vorm. De vennootschapswetgeving rond het jaarrapport dicteert letterlijk dat, indien van toepassing, bedrijven naast hun belangrijkste financiële prestatie-indicatoren, ook de belangrijkste sociale aspecten en milieuaspecten die een belangrijk risico kunnen inhouden, moeten toelichten. Maar dit wordt zeer breed geïnterpreteerd, waardoor veel bedrijven dit niet of onvoldoende opnemen in hun rapportering.”

Er kunnen intussen verschillende voorbeelden aangehaald worden van grote, visibele en/of multinationale ondernemingen die vandaag een bondig duurzaamheidsrapport kunnen voorleggen. Maar moet een kmo hier nu wakker van liggen?

Eric Dierckx: “De grote bedrijven hebben, vaak onder externe druk, het voorbeeld gegeven en de kleinere volgen nu. Het is vandaag een feit dat, onder druk van allerlei stakeholders, er een stijgende behoefte is aan meer dan financiële informatie. Deze informatieverstrekking kan perfect afgestemd worden op de grootte van het bedrijf. Dus in tegenstelling tot financiële rapportering, die dezelfde standaard op te stellen documenten voorschrijft aan grote en kleine bedrijven, laten de richtlijnen rond niet-financiële informatie veel meer een op maat – en risico – van het bedrijf geschreven rapportering toe.”

Renate Degrave: “In extreme gevallen zien we zo dat organisaties zoals CorpWatch (een ngo die bedrijfsinbreuken op milieu, mensenrechten, fraude en corruptie onderzoekt) zelfs eigen ‘alternatieve’ jaarverslagen van oliemastodonten publiceert, om alle informatie aan het licht te brengen die sommige van deze ondernemingen niet zelf extern publiceren. Er wordt bijvoorbeeld steeds meer transparantie gevraagd in de internationale supply chain. Dit is uiterst relevant voor veel kmo’s die vandaag in China of Azië aankopen. Bovendien past het ook in de huidige tijdsgeest om je als bedrijf transparant op te stellen. Cliënten zien het als een teken van gezond en succesvol ondernemerschap.”

Op welke manier is de dataflow doorgaans opgezet bij deze vorm van rapporteren?

Harry Everaerts: “Van een volwaardige implementatie in een ERP-pakket kunnen we zelden spreken. In eerste instantie betreft het voornamelijk nog steeds spreadsheet management om de gegevens te gaan verzamelen. Er zijn wel modules in ontwikkeling, maar die zijn nog niet wijd verspreid.”

Eric Dierckx: “De analyse die moet gemaakt worden om dit rapporteringsproces op te zetten, start vanuit de strategie van de onderneming. Op basis daarvan kunnen vaak tientallen indicatoren geïdentificeerd worden rond duurzaamheid. Aan de hand van een trechteraanpak kun je je dan toespitsen op de meest relevante topics en die vertalen in KPI’s. De aard van de KPI’s zelf verschilt uiteraard van sector tot sector en kan gaan van CO2-uitstoot en waterverbruik in productiebedrijven tot diversiteit, absenteïsme en opleiding in dienstverlenende bedrijven.”

Renate Degrave: “Een professionele datacaptatie is een van de sleutelelementen in een succesvol duurzaamheidsbeleid. Dat hangt rechtstreeks samen met de groeiende interesse voor externe verificatie, die vandaag ook nog beperkt is. Die zal echter steeds belangrijker worden naarmate er meer niet-financiële data voor handen is en deze ook vaker in het beslissingsmodel gebruikt worden.”

Twee derde van de ondernemingen die niet-financiële data rapporteren, hanteren hiervoor geen standaarden. Zijn die eigenlijk wel voorhanden?

Eric Dierckx: “Er is hier duidelijk een gebrek aan kennis. Nochtans is een referentiekader ook binnen het rapporteren over niet-financiële data noodzakelijk. De Global Reporting Initiative-richtlijnen vormen de internationale standaard voor duurzaamheidsrapportering. Deze standaard werd door verschillende stakeholders, zoals bedrijven, ngo’s, overheden en academici, opgesteld. Er wordt gesteld dat de belangrijkste ‘materiële’ duurzaamheidsonderwerpen in zes domeinen moeten gerapporteerd worden: economie, milieu, arbeidsomstandigheden, mensenrechten, product-/dienstverantwoordelijkheid en maatschappij. Bovendien zijn ze vaak sectorspecifiek opgesteld. Al is de totstandkoming hier nog eerder pril. We stellen vast dat beide rapporteringen naar elkaar toegroeien en er uiteindelijk een geïntegreerde rapporteringsset zal overblijven waar richtlijnen voor zowel financiële als niet-financiële rapportering zullen samenkomen, het zogenaamde “integrated reporting”-initiatief.”

Het is opmerkelijk dat 75% van de ondervraagde CFO’s van mening is dat rapporteren rond duurzaamheid een toegevoegde waarde kan betekenen voor de onderneming. Heerst dan toch een zeker bewustzijn?

Harry Everaerts: “Het is belangrijk te concluderen dat duurzaamheidsrapportering een vaste maatstaf wordt. We spraken al over de toenemende vraag naar transparantie door allerlei stakeholders, ook in de economische omgeving. Ratings zoals de Dow Jow Sustainability Index groeien aan populariteit. Maar ook institutionele investeerders zijn vandaag proactief op zoek naar milieu-info en sociale informatie van bedrijven en hoe ze met deze risico’s proactief omgaan. Dus als stakeholders het belangrijk vinden, dan wordt het ook belangrijk voor de onderneming.”