Door: Franc van den Berg en Ivo Booijink

Gemeenten moeten nu het voortouw nemen bij reductie van CO2-uitstoot

  • Share

Het nieuwe rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat deze week is uitgekomen, beschrijft de risico’s van de klimaatverandering voor onze gezondheid, voedselproductie, veiligheid en ecosystemen. We zullen ons daarom moeten aanpassen aan de veranderingen die gaan plaatsvinden.

In zijn FD-artikel van 4 april is econoom Richard Tol optimistisch over het aanpassingsvermogen van de mens. Hij geeft aan dat we vooral nú moeten beginnen met het beperken van de CO2-uitstoot. Wij delen het optimisme van Tol over de flexibiliteit van de mens. Door voortdurende innovaties zijn nu zaken mogelijk waar we 50 jaar geleden niet van konden dromen.

Naast bedrijven en de rijksoverheid hebben ook gemeenten een cruciale rol bij de CO2-reductie en bij het toepassen van innovaties op dat gebied. Wij denken dat gemeenten een grotere rol kunnen spelen door sneller en vaker innovaties uit de markt te testen, door hun klimaatbeleid beter te focussen en dit daarnaast beter te monitoren. Daarmee wordt hun beleid effectiever per bestede euro.

Een groot deel van de CO2-emissie ontstaat op lokaal niveau. Wereldwijd zijn steden gezamenlijk verantwoordelijk voor circa 75% van de CO2-emissie.Tegelijkertijd staan steden en gemeenten dicht bij de burgers en bedrijven op hun grondgebied, en kunnen zij verschillende instrumenten inzetten om de CO2-uitstoot terug te dringen.

Het goede nieuws is dat 80% van de Nederlandse gemeenten al een klimaatbeleid heeft. Het slechte nieuws is dat medio vorig jaar de Vereniging Nederlandse Gemeenten liet weten dat meer dan de helft van deze gemeenten verwacht haar klimaatdoelen niet te zullen halen.

Op dit moment zijn de politieke partijen in de gemeenten druk bezig met het maken van nieuwe coalitieprogramma’s. Daarmee leggen zij voor de komende vier jaar vast waar geld wordt ingezet en waar niet.

Bij deze besprekingen moeten zij zich vooral niet laten ontmoedigen door de tegenvallende resultaten van het huidige klimaatbeleid. Daarvoor is de problematiek te urgent en bovendien zijn erzeker mogelijkheden om de effectiviteit van het klimaatbeleid te verhogen. Het gaat erom de kansen en innovaties te zien en deze te benutten.

Gemeenten spelen ook een belangrijke rol als intermediair tussen de bedrijven, particulieren en de rijksoverheid. Het gaat hierbij wel om het maken van keuzes. Moeten zij tijd en geld investeren in de volwassen markt voor zonne-energie of is het effectiever om de stagnerende energiebesparing bij bestaande woningen aandacht te geven en de energielasten bij gemeentelijk vastgoed te verlagen?

De mogelijkheden om op technisch, juridisch en financieel vlak nieuwe wegen in te slaan zijn legio. Er zijn veel innovaties op energiegebied waar gemeenten van kunnen profiteren. Een voorbeeld daarvan is het laten investeren van marktpartijen in het verbeteren van de energieprestatie van het gemeentelijk vastgoed, via zogenaamde ‘energy services companies’. Deze worden in het

Energieakkoord als een belangrijke vernieuwing gezien. Ook bij de ‘smart grids’,slimme energienetten, die op het niveau van de woonwijk aangelegd kunnen worden, is een actieve rol van de gemeente cruciaal. Netwerkbeheerders en andere partijen hebben daarbij een actieve rol van de gemeenten nodig.

Het is vijf voor twaalf op klimaatgebied, daar is het IPPC heel duidelijk in.We moeten nú aan de slag. Gemeenten hebben nu de kans om daadwerkelijk stappen te zetten en zich te profileren als aanjagers van de verduurzaming.

Franc van den Berg en Ivo Booijink zijn respectievelijk partner en senior manager bij EY Cleantech and Sustainability.

Bron: © Het Financieele Dagblad