Hoge Raad doet uitspraak over soortaandelen
De Hoge Raad heeft op 16 december jl. in een tweetal arresten aangegeven wanneer aandelen in een vennootschap kwalificeren als een afzonderlijk soort voor de aanmerkelijk belangregeling in box 2 in de inkomstenbelasting.
Het vennootschapsrecht biedt de mogelijkheid voor vennootschappen om verschillende soorten aandelen (ook wel letteraandelen genoemd) uit te geven. Bekende voorbeelden hiervan zijn preferente aandelen en gewone aandelen. Voor het hebben van een aanmerkelijk belang (tenminste 5% van de aandelen in een vennootschap) is het van belang dat belastingplichtige voor ten minste 5% van een soort aandelen aandeelhouder is. In een tweetal zaken betoogde belanghebbende dat verschillende uitgegeven aandelen als één soort moesten worden beschouwd. Daardoor bedroeg het totale belang in de betreffende vennootschap minder dan 5%, waardoor de aanmerkelijk belangregeling niet van toepassing zou zijn. De Hoge Raad besliste echter anders.
De Hoge Raad oordeelde dat er sprake is van verschillende soorten aandelen indien er een bijzondere gerechtigdheid tot een vermogensbestanddeel of een reserve van de vennootschap is. De Hoge Raad geeft hierbij het voorbeeld van letteraandelen met een eigen dividendreserve. Daarnaast is er ook sprake van verschillende soorten aandelen indien er tussen de verschillende soorten aandelen uitsluitend een verschil bestaat met betrekking tot de besluitvorming (zeggenschap) omtrent uitkeringen van winst of vermogen van de vennootschap.
In de beide rechtszaken leidde het verschil in stemrecht bij de betreffende aandelen ertoe dat er sprake was van verschillende soorten aandelen. Belanghebbende had daardoor een aanmerkelijk belang.