Kwaliteit bewaken 'in tijden van de Wab': drie suggesties

  • Share

De Wet op het accountantsberoep (Wab) zorgde de afgelopen weken voor de nodige deining in en rond onze sector. Oorzaak: het interpretatieverschil tussen de AFM en de big four over de overgangsregeling voor adviesdiensten bij oob-controlecliënten.

EY neemt deze discussie serieus en we hebben op onze website uitgebreid geïnformeerd over ons standpunt en de betreffende contracten. Hopelijk komen AFM en kantoren op korte termijn tot een gezamenlijke, eenduidige interpretatie.

Als kantoren met een oob-vergunning (organisaties van openbaar belang) moeten we ons ondertussen concentreren op een wellicht veel belangrijker issue dat de Wab met zich meebrengt: door de invoering van de verplichte kantoorroulatie veranderen de komende twee jaar vele honderden oob's van extern accountant. Daarbij gaat het om minstens driehonderd opdrachten van significante omvang.

Deze ongekende aardverschuiving brengt risico's met zich mee voor de kwaliteit van het werk van de accountant en voor de betrouwbaarheid van zijn verklaring. Daar hebben de maatschappij en onze opdrachtgevers geen baat bij. Daarom moeten we gezamenlijk in actie komen om deze kwaliteitsrisico's zoveel mogelijk weg te nemen of in te perken.

Ik denk aan concrete stappen zoals verkorte offerteprocedures, uitgebreidere informatieverschaffing bij overdracht van het oude aan het nieuwe accountantskantoor en het goed voorbereid binnenhalen van teams uit andere landen van het internationale netwerk. We moeten niet dralen. Risico's doen zich niet alleen voor bij de daadwerkelijke overdracht van dossiers, maar ook in de offerteprocedures. Nu dus!

De verplichte kantoorroulatie brengt veel andere wisselingen met zich mee. Binnen accountantskantoren zullen lead partners en teams switchen van sector. Sommige partners en teams zullen overstappen van het ene kantoor naar het andere. Andere partners en teams zullen binnen kantoor en sector blijven, maar zich op opdrachten in een ander land gaan concentreren. Binnen kantoren zullen partners en teams switchen van assurance naar advies en vice versa.

Daar komt bij dat de oob-kantoren het de komende jaren razend druk zullen hebben met tenders, afbouw, overdracht en inwerken.

Dit alles kost tijd en aandacht. Het zou naïef zijn om te veronderstellen dat al deze veranderingen en hun forse beslag op tijd en middelen geen kwaliteitsrisico's met zich mee brengen. Minder tijd, minder deskundigheid over een nieuwe sector, minder ervaring met de nieuwe opdrachtgever,  minder motivatie omdat je weg moet bij een oude opdrachtgever waar je goed werk deed, en minder focus omdat je bezig bent met afbouw, offerte en opbouw tegelijk.

Accountants zijn geen robots, dus dit brengt risico's met zich mee.

Het is daarom zaak voor de kantoren om extra aandacht te besteden aan bestaande systemen en protocollen die kwaliteit moeten bewaken. De Commissie Publiek Belang (CPB) die veel oob-kantoren nu opzetten in een toezichthoudende rol, kan een positieve rol vervullen bij het bewaken van de controlekwaliteit. De CPB kan monitoren dat kantoren een afdoende plan hebben om kwaliteit te garanderen gedurende het hele offerte- en transitietraject.

Buitengewone tijden vragen om buitengewone initiatieven. En de periode van nu tot 1 januari 2016, waarin de offerteprocedures en kantoorwisseling hun beslag krijgen, is een buitengewone tijd. Ik wil hier een paar ideeën lanceren die kunnen helpen om het publiek belang van goed werk door de accountant te garanderen.

In de eerste plaats verkorte offerteprocedures door de oob's. Offertes binnen de accountancysector zijn vaak intensieve, langdurige beauty contests. Hoe langer offertes duren, hoe meer energie en tijd ze kosten. Die tijd kunnen kantoren niet besteden aan daadwerkelijke controles en versterken van kwaliteit. Nu meer dan ooit zijn korte offerteprocedures die zich concentreren op wat echt belangrijk is in het welbegrepen, collectieve eigenbelang van oob's.

Een tweede suggestie betreft de kantoren zelf. We kunnen elkaar beter helpen om bij nieuwe opdrachtgevers een vliegende start te maken. De vertrekkende kantoren kunnen daartoe meer info over hun recente audits ter beschikking stellen aan de arriverende kantoren dan nu gebruikelijk is. Zorgen over ‘het helpen van de concurrent' en over aansprakelijkheid (‘alle informatie die je levert kan ooit tegen je gebruikt worden') moeten wijken voor ons collectieve doel van kwaliteitsbewaking. De NBA kan hier helpen met een aangepaste richtlijn.

Een derde en laatste idee: laten we als oob-kantoren ieder goed analyseren of we teams binnen het internationale netwerk grensoverschrijdend kunnen inzetten: buitenlandse teams in Nederland en vice versa. Inzet van buitenlandse teams in Nederland kan helpen om hier tekorten aan te vullen en zo kwaliteitsrisico's te elimineren. Die inzet moeten we uiteraard goed voorbereiden. Dus een doordachte toepassing in plaats van paniekvoetbal op het laatste moment.

Wij moeten als sector dringend stappen zetten om de kwaliteitsrisico's drastisch te reduceren. Dat zijn we verplicht aan de maatschappij en aan onze opdrachtgevers. Suggesties van collega-kantoren, NBA, AFM, bedrijfsleven en academische wereld zijn heel welkom, inclusief commentaar op de voorstellen in deze column.

Laten we gezamenlijk creatieve, praktisch goed uitvoerbare ideeën ontwikkelen en toepassen. Per slot van rekening gaat het ons allemaal om hetzelfde doel: het bewaken en waar mogelijk verbeteren van de auditkwaliteit, juist in tijden waarin dit lastiger is dan normaal.

Deze column van Giljam Aarnink verscheen eerder op Accountant.nl.