Aantal buitenlandse investeringen in Nederland blijft op koers

  • Share

13 jun 2013 - Het aantal buitenlandse investeringsprojecten in Nederland in 2012 is in vergelijking met vorig jaar licht gedaald van 170 naar 161. Nederland heeft hiermee het hoge aantal buitenlandse investeringsprojecten in 2011 bijna weten vast te houden en staat hiermee op de zesde positie in de top tien van meest aantrekkelijke Europese investeringslanden. België heeft Nederland ingehaald en staat met 169 investeringen, 10% meer dan in 2011, op de vijfde positie. Dit blijkt uit de Barometer Nederlands vestigingsklimaat 2013 van EY waarin 205 beslissers van internationale ondernemingen gevestigd binnen en buiten Nederland hun perceptie geven over het Nederlandse vestigingsklimaat en hun verwachtingen ten aanzien van de toekomstige aantrekkelijkheid van Nederland.

Europese investeringen
Ondanks een daling met 2,8% blijft het aantal buitenlandse investeringen in Europa boven het niveau van voor de economische crisis. China blijft voor 43% van de investeerders de meest aantrekkelijke investeringslocatie. West-Europa blijft met 37% de tweede meest aantrekkelijke regio in de wereld. Centraal en Oost-Europa boeken positieve cijfers, een stijging van 7%. Opvallend is dat de BRIC-landen een daling in aantrekkelijkheid kennen met 6,8% ten opzichte van 2011.

Investeringstrends in Nederland
De lichte daling in het aantal buitenlandse investeringsprojecten zien we ook in Nederland terug, met name in het aantal investeringen in Sales- & marketing-, logistieke, productie-, R&D en testing- & servicingfaciliteiten. Het aantal investeringen in hoofdkantoren en internetdata centers is wel toegenomen. Daarnaast is dit jaar een kentering te zien in de groei van het aantal R&D-investeringen. In 2011 lag dit aantal nog op 6, in 2012 is dit gedaald naar 2. Caroline Rodenburg, verantwoordelijk voor International Location Advisory Services van EY: “De ambitie van Nederland om R&D faciliteiten aan te trekken lijkt zich nog niet in absolute cijfers te vertalen. Nederland blijft sterk achter bij de concurrentie zoals het Verenigd Koninkrijk (54), Duitsland (31) en Frankrijk (26). Het belangrijkste speerpunt om Nederland tot een leider in innovatie te maken is volgens de investeerders het verbeteren van onderwijs en training in nieuwe technologieën, naast het ontwikkelen van een cultuur van innovatie en creativiteit.”

Nederland in de ogen van buitenlandse investeerders
In de ogen van buitenlandse investeerders beschikt Nederland over een aantal sterke factoren die over de jaren weinig met elkaar verschillen. Nederland weet haar aantrekkelijkheid vast te houden op punten zoals het leefklimaat, de telecommunicatie- en transportinfrastructuur en een duidelijke en stabiele politieke, wetgevende en administratieve omgeving. Hierbij valt op dat bedrijven die al in Nederland gevestigd zijn positiever tegen de verschillende locatiefactoren aankijken dan bedrijven die nog niet in Nederland gevestigd zijn. Dit geldt ook voor de verbeterpunten van Nederland ten aanzien van het Nederlandse vestigingsklimaat. Gevestigde bedrijven zijn een stuk positiever over belastingvoordelen, subsidies en incentives. Daarnaast zijn de beslissers in vergelijking met andere jaren minder uitgesproken over zowel de sterke als de minder aantrekkelijke kanten van Nederland. Arbeidskosten en flexibiliteit van arbeidswetgeving zijn nog steeds verbeterpunten in de ogen van de buitenlandse beslissers.

De volgende stap
Nederland heeft dit jaar de koers van het aantal buitenlandse investeringen weten vast te  houden. Om mee te blijven spelen in de top moet Nederland op sommige punten stappen maken om niet ingehaald te worden door de concurrentie. Nederlandse overheden, bedrijven en kennisinstellingen moeten hiertoe nauw samenwerken. Alleen zo kan internationaal een eenduidig beeld van de kwaliteiten van het vestigingsklimaat worden neergezet. Hanne Jesca Bax, Managing Partner Markets België en Nederland: “De concurrentie zit niet stil en slaagt er op verschillende fronten in om meer buitenlandse investeringen dan Nederland aan te trekken. Dit geldt niet alleen voor R&D, maar bijvoorbeeld ook voor logistieke en productiefaciliteiten. Indien we de stabiele koers van dit jaar niet om weten te zetten in een stijging, is de kans groot dat we onze huidige positie verliezen aan landen als België en Polen.”