The better the question. The better the answer. The better the world works. У вас есть вопрос? У нас есть ответ. Решая сложные задачи бизнеса, мы улучшаем мир. У вас є запитання? У нас є відповідь. Вирішуючи складні завдання бізнесу, ми змінюємо світ на краще. Meilleure la question, meilleure la réponse. Pour un monde meilleur. 問題越好。答案越好。商業世界越美好。 问题越好。答案越好。商业世界越美好。

Winst en purpose moeten samengaan

Zicht op Toezicht - voorjaar 2019

De huidige benadering van langetermijnwaardecreatie zegt iets over de bredere visie op waardeontwikkeling. De Nederlandse Corporate Governance Code benadrukt inmiddels het belang en industriële ondernemingen, pensioenfondsen, banken en verzekeringsmaatschappijen laten steeds meer geluiden horen op het gebied van langetermijnwaardecreatie. Er ontstaat iets moois.

Dat komt voor een deel voort uit wat de maatschappij van bedrijven verwacht. Men wordt niet meer warm van bedrijven die alleen letten op de winstcijfers. Zij moeten ook duurzame maatschappelijke waarde creëren. Winst en purpose moeten samengaan. Enkele overpeinzingen over een belangrijk onderwerp.

Over waarde

Mariana Mazzucato maakt in haar boek The Value of Everything een onderscheid tussen waardecreatie en het onttrekken van waarde. Onttrekken van waarde lijkt misschien waarde op te leveren, maar dat is slechts schijn. De werkelijke kracht zit in waardecreatie.

Waardecreatie sluit wat mij betreft nauw aan op wat Michael Porter bedoelt met de term shared value. Volgens hem is een bedrijf er niet alleen voor het creëren van financiële waarde. Natuurlijk is dat wel nodig voor het ondernemen. Maar het gaat tegelijkertijd ook om het creëren van maatschappelijke waarde. Die twee zaken moeten op elkaar worden betrokken. Waardecreatie heeft dus zowel met de economische als de maatschappelijke component te maken.

Over de lange termijn

Het is goed om een onderscheid te maken tussen het Angelsaksische en het Rijnlandse denken. Michel Albert schreef in zijn boek Capitalism vs. Capitalism dat na het einde van de traditionele strijd tussen het communisme en het kapitalisme een nieuwe strijd is ontstaan tussen het Rijnlandse en het Angelsaksische kapitalisme.

Het Rijnlandse kapitalisme is veel meer gericht op de lange termijn en op overleg tussen ondernemingen, overheid en sociale partners. Er is ook meer aandacht voor publieke voorzieningen en solidariteit. Het Angelsaksische model is meer gefocust op winst, op de korte termijn, met minder oog voor solidariteit en publieke voorzieningen.

Albert zei al in de jaren 90 dat Rijnlandse ondernemingen en economieën superieur zijn, maar dat men zou kiezen voor het Angelsaksische systeem. Dat komt simpelweg omdat winst maken op de korte termijn opwindender is dan op de lange termijn, het is sexyer. We hebben inderdaad kunnen zien dat het vooral die kant is opgegaan.

We moeten ons bij waardecreatie echter niet laten leiden door het per kwartaal afrekenen van individuele ondernemingen. Er moet nadrukkelijk oog zijn voor de ontwikkelingen op lange termijn, in de hele keten. Bij langetermijnwaardecreatie is dus van belang dat verder wordt gekeken dan het hier en nu, dat verder wordt gekeken dan het belang van de eigen organisatie of onderneming.

Langetermijnwaardecreatie zegt iets over de focus van organisaties. Je bent er niet alleen voor jezelf, maar voor een brede context. Het verhaal van de onderneming moet daarvoor geloofwaardig en valideerbaar zijn.

Soorten waardecreatie

Mijntje Lückerath schreef in november 2018 een mooi artikel in het Financieele Dagblad, waarin zij een opdeling van waardecreatie in vier kwadranten voorstelde. Er is een economische en een sociale waardecreatie enerzijds, en interne en externe waardecreatie anderzijds. Interne economische waardecreatie gaat over de vraag wat je bij waardecreatie binnen de organisatie aan financiële waarde toevoegt.

Extern economisch gaat over wat de prestaties extern opleveren, zoals de winst. Interne sociale waardecreatie heeft te maken met de verhoudingen binnen de organisatie, bijvoorbeeld de tone at the top. De externe sociale dimensie gaat bijvoorbeeld over klimaat. De vier gebieden vormen een heel handige matrix aan de hand waarvan je goed kunt kijken waar je het over hebt bij waardecreatie. Je hebt die vier kwadranten nodig om geloofwaardig te kunnen werken aan langetermijnwaardecreatie.

Hoe bereiken we langetermijnwaardecreatie?

We bevinden ons in een wereld vol ellende, nationalisme, protectionisme en handelsoorlogen. Daar kun je boos of verdrietig om worden. Maar het goede nieuws is dat er ook een positieve agenda is. Die bestaat uit een samenstel van de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties, het thema circulaire economie, het klimaatvraagstuk en het zodanig vernieuwen van de economie dat die ten goede komt van iedereen.

Ik noem in dat kader graag weer een boek: Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity, and Poverty van Acemoglu en Robinson. Daarin is 15 jaar onderzoek naar 3000 jaar wereldgeschiedenis verwerkt. De kernvraag die ze beantwoorden is onder welke omstandigheden landen succesvol zijn en onder welke omstandigheden niet.

Het antwoord is glashelder. Je moet aan drie zaken voldoen om succesvol te kunnen zijn. Er moet altijd sprake zijn van innovatie. Er moet een rechtsstaat zijn. En er moet sprake zijn van inclusieve instituten, dat wil zeggen dat mensen deel moeten kunnen hebben aan de vruchten van economische ontwikkeling. Als de vruchten alleen ten goede komen aan elites, en mensen voelen dat ze er niet bijhoren dan leidt dat tot problemen. Het is bijvoorbeeld een voedingsbodem voor populisme.

Walk the talk

Bedrijven moeten zichzelf concreet afvragen hoe ze kunnen bijdragen. Als je jezelf de goede vragen stelt over wat je kunt bijdragen dan kun je heel creatief zijn. Het vereist echter een fundamenteel proces qua nadenken waar je voor staat.

DSM is een uitstekend voorbeeld. Zij vinden zichzelf steeds opnieuw uit. Zij gingen in het verleden al van steenkool naar chemie en daarna van chemie naar nutriënten. Het vraagt om investeringen in R&D. Philips is ook een bedrijf dat zichzelf opnieuw uitvindt. Vroeger verkochten ze gloeilampen en nu verkopen ze licht als dienst, bijvoorbeeld aan Schiphol. De lampen blijven eigendom van Philips en de materialen worden aan het einde van de levenscyclus hergebruikt. Dat is een mooi voorbeeld van circulaire economie. Die methodiek zetten ze nu ook al in bij hun bodyscans/medische scanapparatuur die in ziekenhuizen worden gebruikt.

En zo zijn er gelukkig nog talloze voorbeelden. Langetermijnwaardecreatie betekent dus ook oog hebben voor het feit dat de samenleving verandert, dat de economie verandert, dat er nieuwe eisen worden gesteld. De kunst is te zorgen dat het zakelijk ook gaat werken. Winst en purpose moeten samengaan.

EY - Zicht op toezicht: Jan Peter Balkenende

Jan Peter Balkenende

De rol van de raad van commissarissen

Het oog hebben voor de maatschappelijke kant van het ondernemen vergt ook een goede inrichting van het interne toezicht. De raad van commissarissen moet daar in de samenstelling van de raad al rekening mee houden. De gekozen commissarissen moeten in ieder geval affiniteit hebben met de bredere maatschappelijke agenda.

Diversiteit in brede zin speelt hierbij een rol. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat vrouwen meer aandacht hebben voor duurzaamheid en integrated reporting. Commissarissen kunnen bewust aan de slag met de purpose van de onderneming en langetermijnwaardecreatie. Ze kunnen de jaarstukken bijvoorbeeld beoordelen op basis van vragen op het gebied van duurzaamheid: ‘wat zeggen wij over vertrouwen, wat zeggen wij over SDG’s, wat is onze bijdrage aan klimaat en economie?’ Die vragen kan en moet je als commissaris stellen.

Een bedrijf kan alleen succesvol zijn als er een ondernemingsgeest is, als innovatie plaatsvindt en als duurzaamheid het uitgangspunt is. Als een van die componenten ontbreekt dan zal er vroeger of later iets misgaan. Als toezichthouder moet je je daar dus op richten. En dat hoeft zeker niet altijd in de reguliere vergaderingen. Commissarissen kunnen ook los van de gebruikelijke agenda tijd inruimen voor zaken als purpose, legacy en dna van de onderneming. Het is nodig om die bredere blik te hebben.

Het gaat de goede kant op

Integrated reporting was 15 jaar geleden een klein initiatief en nu wordt het wereldwijd besproken. Het gaat in fasen. Dat geldt ook voor langetermijnwaardecreatie. Het gaat in eerste instantie om het creëren van awareness.

Dat begon echt van de grond te komen met de documentaire An Inconvenient Truth die werd gepresenteerd door Al Gore. Enkele jaren daarna ging het over het besef dat maatschappelijk verantwoord ondernemen niet iets extra’s was, maar dat het moest zijn ingebed in het hele bedrijfsmodel.

Nu zijn we weer wat verder, bijvoorbeeld op het gebied van de rapportage over CO2-uitstoot. Ook bij de SDG’s zijn we nu bezig met het meetbaar maken. Dit soort zaken heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Het begint nu gelukkig de goede kant uit te gaan.

Maar we zijn er nog lang niet. Veertig procent van de ondernemingen maakt inmiddels werk van het rapporteren over langetermijnwaardecreatie. Dat is minder dan de helft. We moeten het fenomeen langetermijnwaardecreatie nog meer helder zien te krijgen. Ik kom ondernemers tegen die hier graag over willen rapporteren, maar zij zoeken in een zee aan vele verschillende indicatoren.

Dat vraagt eigenlijk om een eenduidige set standaarden, en een instituut dat zich daarmee bezighoudt. Maar het begint met de vraag waar je als onderneming voor staat. Het duidelijk krijgen van het antwoord gaat niet vanzelf. Langetermijnwaardecreatie vergt moed, toekomstoriëntatie en volharding.

Jan Peter Balkenende is extern senior­ adviseur bij EY. Hij is tevens hoogleraar Governance, Institutions and Internationalisation aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Vanaf zijn afscheid als Minister-President tot juni 2016 was Balkenende partner Corporate Responsibility bij EY. Hij is tevens lid van de raad van commissarissen van ING #.