7 minuten leestijd 15 apr 2019
Lavender and sunflower

Negen vragen aan Andre Nijhof over langetermijnwaardecreatie

Door

EY Nederland

Multidisciplinaire organisatie voor zakelijke diensten

7 minuten leestijd 15 apr 2019

“Het internaliseren van externaliteiten is de strategische kern van langetermijnwaardecreatie.” Hoogleraar André Nijhof beantwoordt negen prangende vragen over langetermijnwaardecreatie.

Volgens André Nijhof staat langetermijnwaardecreatie voor een manier van besturen waarbij de blik is gericht op toekomstige ontwikkelingen. Het gaat daarbij niet om het oprekken van de tijdshorizon met een of twee jaar. Het vertrekpunt is wezenlijk anders.

Nijhof: ‘Een bedrijf is van waarde als het ook in de toekomst met oplossingen komt die nuttig zijn voor de maatschappij. Als dat goed gebeurt, dan is er ook continuïteit van bedrijfsvoering. Het begint dus bij de vraag hoe je ook in de toekomst van waarde kunt blijven. Vervolgens leidt dat tot een strategie die nu moet worden ingevoerd. Backcasting dus, in plaats van forecasting.’ Negen vragen aan een gedreven hoogleraar.

Is het nog steeds lonend voor ondernemingen om niet aan langetermijnwaardecreatie te doen?

‘Ik heb de indruk dat veel bestuurders wat voorlopen op waar aandeelhouders aan toe zijn. Je ziet in de jaarverslagen van veel bedrijven dat ze nadrukkelijk bezig zijn met langetermijnwaardecreatie. Het mag wel ambitieuzer en duidelijker, maar we doen bestuurders echt tekort als we zeggen dat ze voornamelijk bezig zijn met kortetermijnwaardecreatie door bijvoorbeeld jaarlijkse winsttoename. Dat is gemiddeld genomen niet zo.’

Waar zitten de knelpunten?

‘Het is waardevol dat het besef van sturing op de langere termijn steeds breder wordt herkend en erkend. Vervolgens gaat het om de reacties op dat besef: zien we de grote vraagstukken – zoals klimaatverandering, sociale ongelijkheid en uitputting van grondstoffen – die we op langere termijn niet kunnen negeren? En vooral: zijn we bereid daar actie op te ondernemen?

Bij veel partijen, inclusief bestuurders, zie je helaas nog vaak de reflex dat zij zeggen wel te willen, maar dat zij vervolgens naar andere partijen wijzen die de zaak zogenaamd belemmeren. Dan gaat het bijvoorbeeld over wetgeving die averechts werkt of het feit dat klanten er nog niet om vragen. In plaats van het wijzen naar anderen is het voor bestuurders belangrijk om te beseffen dat het complexe vraagstukken zijn en dat zij zich moeten afvragen wat ze alvast kunnen doen, waar wél stappen kunnen worden gezet.

Als de wil bestaat kan een bedrijf binnen iedere sector ruimte creëren om bezig te zijn met langetermijnwaardecreatie, en dat tevens koppelen aan goede bedrijfsresultaten. De vraag is of men het aandurft. Het is lang niet altijd de meest eenvoudige route.’

Kunnen we ons veroorloven om niet in de lange termijn te investeren?

Nederland heeft opvallend veel duurzame bedrijven. In de Dow Jones Sustainability Index staan veel bedrijven met Nederlandse wortels of een zetel in Nederland. Hoe kan dat?

‘Misschien komt het doordat de overheid in Nederland jarenlang faciliterend bezig is geweest, maar niet als regisseur heeft opgetreden. De bedrijven zagen daardoor wel de urgentie en hebben daardoor met elkaar het heft in eigen hand genomen.

Door de aanwezigheid van bijvoorbeeld de Dutch Sustainable Growth Coalition en het hoofdkantoor van het Global Reporting Initiative wordt het debat voor een belangrijk deel gevoerd in Nederland. Via dat soort katalysatorfuncties merk je dat er in Nederland een gezonde voedingsbodem is. Dat leidt er ook toe dat onder burgers al langer aandacht bestaat voor dit soort thema’s.’

Voldeed bijvoorbeeld Philips vroeger niet voor een deel aan waar we nu naar op zoek zijn. Zij hadden onder andere eigen parken en een studiefonds voor kinderen van werknemers?

‘Dat is eigenlijk geen goede vergelijking. Wat Philips deed was prachtig, maar het was ook vrijblijvend. Of ze dat nu wel of niet deden was een zaak van de familie, net als bij andere grote familiebedrijven. Het was optioneel.

Het vrijblijvende is er tegenwoordig vanaf. Het gaat om de impact die een bedrijf heeft op de samenleving. Daar moet een bedrijf verantwoordelijkheid voor nemen en in het waardecreatieproces rekening mee houden.

Externaliteiten internaliseren in de bedrijfsstrategie is de kern van langetermijnwaardecreatie. Dat is niet wat Philips en andere bedrijven honderd jaar geleden deden. Het ging toen niet om het milieu maar meer om liefdadigheid en goed zorgen voor het personeel. Het speelveld was anders.’

  • André Nijhof

    André Nijhof is hoogleraar Sustainable Business and Stewardship bij Nyenrode Business Universiteit.

De overheid heeft jarenlang niet als regisseur opgetreden.
Andre Nijhof

U heeft in uw inaugurele rede betoogd dat we in de jaren 70 de verkeerde afslag hebben genomen op het gebied van duurzaamheid. Kunt u dat nogmaals kort uiteenzetten?

‘In de jaren 70 kwam de bewustwording dat de bedrijfsvoering, naast een bijdrage aan de welvaart, ook negatieve effecten had. Dat is duidelijk geagendeerd, onder andere door de Club van Rome. Doorgaan op dezelfde weg was geen optie meer.

In dezelfde tijd duwde Milton Friedman dit idee echter een bepaalde kant op. Hij zei tegen bestuurders: ‘the only business of business is business’. Het redden van regenwouden was niet de rol van bedrijven. Je moest daar alleen iets aan doen voor zover het lonend was. Daardoor werd kortetermijnwinstmaximalisatie eigenlijk het dominante thema, ook bij duurzaamheid.

Maar het omdraaien van het debat is veel belangrijker: kunnen we ons überhaupt veroorloven om niet in de lange termijn te investeren? Het voeren van dat debat is de kern van langetermijnwaardecreatie. Het besef dat de oude manier van denken geen optie is leidt ertoe dat we nadenken over hoe dingen anders moeten en kunnen. We gaan daardoor stap voor stap naar een andere manier van waardecreatie.’

Kunnen we ons veroorloven om niet in de lange termijn te investeren?
Andre Nijhof

Als we vertrouwen op marktwerking komt het dan goed? Of is optreden van de overheid noodzakelijk?

‘Dat wordt heel vaak als een soort keuze gebracht, alsof het tegengestelde aanpakken zijn. Dat past in wezen weer bij het wijzen naar de ander. In mijn optiek hebben beide partijen een cruciale rol. Dat is echter een volgtijdelijke rol.

De overheid kan pas de moed tonen om zaken op te leggen aan de markt, nadat de markt heeft bewezen dat er alternatieven zijn, dat langetermijnwaardecreatie ook op een andere manier kan plaatsvinden. Als er een soort consensus is ontstaan onder enkele marktpartijen over wat een betere manier is om iets te doen, dan kan er een lobby plaatsvinden van voor- en tegenstanders.

Als de lobby voor een nieuwe norm wint, dan kan de overheid de moed tonen om het tot wetgeving te verheffen, om cowboys in de markt te verwijderen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met zijn het verbod op gloeilampen in de EU. Dat kon pas nadat, onder andere, de ledverlichting was ontwikkeld. Er moet dus eerst innovatie plaatsvinden waarop ook concurrentie heeft plaatsgevonden. Daardoor komen de goede proposities bovendrijven.

Overheid en markt hebben elkaar dus nodig. De overheid kan niet zonder de markt die eerst laat zien dat het anders kan. De crux is trouwens niet de concurrentie op duurzaamheid, maar om het creëren van een nieuw platform via pre-competitieve samenwerking. Dat vormt een basis voor duurzaamheid, bijvoorbeeld het weigeren van de inzet van kinderarbeid. Vervolgens kunnen bedrijven weer volop concurreren op kwaliteit en prijs.’

Het klimaatdebat wordt geheel beheerst door percepties.
Andre Nijhof

Is integrated reporting noodzakelijk om als onderneming goed om te kunnen gaan met langetermijnwaardecreatie?

‘Integrated reporting kan een belangrijke functie vervullen, maar dan moet het wel ontstaan vanuit integrated thinking, integrated strategy en integrated planning. Akzo Nobel is daarvan een mooi voorbeeld.

Ik zie wel dat vanwege de modetrend veel nadruk ligt op integrated reporting en dat veel bedrijven de eerste drie stappen gewoon overslaan. Dan ga je voorbij aan de essentie. Hier kunnen commissarissen door het stellen van kritische vragen een belangrijke rol vervullen.’

Hoe kan een raad van commissarissen nog meer aan de slag met langetermijnwaardecreatie?

‘De commissaris is bij uitstek in de positie om te vragen of de onderneming zich wel kan permitteren om niet te investeren in langetermijnwaardecreatie, de vraag die ik zojuist al aankaartte. Die vraag verdampt vaak, maar moet telkens opnieuw worden ingebracht. Commissarissen weten vaak nog beter dan de bestuurder wat in de sector speelt.’

Wat is de rol van de wetenschap voor langetermijnwaardecreatie en wat is de stand van zaken?

‘Ik wil graag een positieve rol noemen en een verbeterpunt. De positieve rol is dat de wetenschap een belangrijke bijdrage levert aan de invulling van langetermijnwaardecreatie. Er zijn veel alternatieven voortgekomen uit de wetenschap die ondernemingen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld kweekvlees of bioplastics.

Daarnaast ben ik best kritisch op de manier waarop feiten en percepties door elkaar lopen. Neem het klimaatdebat. Dat wordt geheel beheerst door percepties, terwijl de wetenschap juist een goede onderbouwing kan geven. De wetenschappelijke onderbouwing sneeuwt echter vaak voor een groot deel onder in de media. Op de voorpagina staan mensen die een mening verkondigen. Wetenschappers moeten hier een meer dominante rol pakken. Televisieprogramma’s als De Wereld Draait Door geven daarin een gezond voorbeeld, door wetenschappers regelmatig op een toegankelijke manier hun verhaal te laten doen. Helaas zijn dat slechts eilandjes in de oceaan van de sociale media. Dat moet anders.’

Samenvatting

Duurzaam ondernemen en langetermijnwaardecreatie sluiten naadloos op elkaar aan. De noodzaak tot verandering naar een meer duurzame economie is binnen de EU een belangrijk thema. In December 2016 heeft de Europese Commissie de High-Level Group on Sustainable Finance ingesteld. Door de toenemende druk op het milieu en de veranderende maatschappelijke verwachtingen is het belangrijk om de uitdagingen in verband met ESG-integratie adequaat aan te pakken. De financiële sector kan en moet een belangrijke rol spelen in de ESG-ntegratie en daarmee bijdragen aan een betere besluitvorming en waardecreatie op de lange termijn.

Over dit artikel

Door

EY Nederland

Multidisciplinaire organisatie voor zakelijke diensten