3 mei 2018
farmer walking between beds herbs

Waarom steeds meer bedrijven hun natuurlijke en menselijke kapitaal meten

Steeds meer internationale ondernemingen laten graag zien dat hun winsten niet ten koste gaan van mens en planeet

Vanwege de toegenomen maatschappelijke onrust over de hele wereld en de groeiende bezorgdheid over de gevolgen van menselijke activiteiten voor het milieu, staan bedrijven onder druk om te laten zien dat hun winsten niet ten koste gaan van mens en planeet.

"De urgentie om iets te doen is hoog", zegt Gretchen Daily, Bing Professor of Environmental Science aan de Amerikaanse Stanford University. "Er is niks mis met kapitalisme, maar we hebben niet de juiste definitie van kapitaal. We moeten de waarden van het natuurlijke kapitaal inbrengen in het beleid, de financiën en het management, voordat er onoverkomelijke verliezen ontstaan. We weten hoe het moet – en er zijn genoeg veelbelovende praktijkvoorbeelden waar we op voort kunnen bouwen".

Het bedrijfsleven begint inderdaad zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van duurzame ontwikkeling in te zien. Zakelijk leiders van over de hele wereld zijn actief op zoek naar manieren om onderling en met overheden, wetenschappers, goede doelen en ontwikkelaars van standaarden samen te werken via initiatieven zoals de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en de One Planet Summit van december 2017 in Parijs.

Een belangrijk aandachtspunt voor bedrijven wat betreft duurzaamheid is de vraag welke waarde moet worden toegekend aan natuurlijk kapitaal, en steeds vaker ook aan sociaal en menselijk kapitaal. Dit is belangrijk omdat door het meten en waarderen van verschillende vormen van kapitaal bedrijven meer inzicht krijgen in hun belangrijkste afhankelijkheden en risico's, waardoor ze beter onderbouwde beslissingen kunnen nemen die de basis leggen voor succes op lange termijn.

Het meten en waarderen van verschillende vormen van kapitaal geeft meer inzicht in de belangrijkste afhankelijkheden en risico's.
EY Reporting

Wereldwijd maken meer dan 1500 bedrijven gebruik van het International Integrated Reporting Framework. Dit raamwerk is ontwikkeld door de International Integrated Reporting Council (IIRC), een wereldwijde coalitie van toezichthouders, beleggers, ondernemingen, ontwikkelaars van standaarden, accountantsorganisaties en niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Het framework van de IIRC biedt ondernemingen een manier om met investeerders en andere geïnteresseerden te communiceren over de methoden van deze ondernemingen voor het meten van hun natuurlijke, sociale en menselijke kapitaal, naast drie andere vormen van kapitaal: financieel, intellectueel en geproduceerd kapitaal.

De IIRC definieert natuurlijk kapitaal als "alle hernieuwbare en niet-hernieuwbare milieubronnen en -processen die goederen of diensten opleveren waarmee de vroegere, huidige of toekomstige welvaart van een organisatie wordt ondersteund". Sociaal en relatiekapitaal bestaat uit "de instellingen en de relaties binnen en tussen gemeenschappen, groepen van stakeholders en andere netwerken, plus het vermogen om informatie te delen ter verhoging van het individuele en collectieve welzijn". Menselijk kapitaal bestaat uit "de capaciteiten van een individu en de kennis, vaardigheden en ervaring van de werknemers en managers van een onderneming, voor zover deze relevant zijn voor de onderhanden taak, alsmede het vermogen om dit reservoir van kennis, vaardigheden en ervaring aan te vullen door individuele educatie".

(Chapter breaker)
1

Hoofdstuk 1

Natuurlijk kapitaal

Hoe een coalitie verschillende werelden samenbrengt

De Natural Capital Coalition werd in november 2012 opgericht om de bedrijfswereld bewust te maken van de manieren waarop ondernemingen hun omgeving beïnvloeden en daar tegelijkertijd van afhankelijk zijn. "Wij zijn geen organisatie, maar vormen een ruimte tussen mensen die allerlei briljante dingen doen", zo beschrijft Executive Director Mark Gough de activiteiten van de Coalition. "Wij zijn de connectie die ze nodig hebben voor samenwerking".

De kerncoalitie bestaat uit circa 270 organisaties. Deze organisaties vertegenwoordigen zeven verschillende groepen, die 'werelden' worden genoemd. Dit zijn de werelden:

  • Bedrijven (ongeveer 50% van de leden)
  • Overheden en beleidsmakers
  • Ngo's en natuur- en milieuorganisaties
  • Beroepsverenigingen, zoals accountantsorganisaties en de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD)
  • De financiële sector
  • Wetenschap en de academische wereld
  • Ontwikkelaars van standaarden, waaronder het Global Reporting Initiative (GRI) en de IIRC

De Coalition wordt ondersteund door een secretariaat, dat de samenwerking en de outreach faciliteert en de inbreng van experts bij verschillende projecten coördineert.

Het eerste project was het opzetten van het Natural Capital Protocol, een framework voor het identificeren, meten en waarderen van de effecten op en afhankelijkheden van natuurlijk kapitaal. Dit protocol is voortgekomen uit zo'n 40 verschillende projecten vanuit de particuliere sector die in gebruik waren vóór de oprichting van de Coalition. Binnen 18 maanden nadat het protocol in juli 2016 werd gelanceerd, waren er al ongeveer 35.000 instanties van in omloop. Over de activiteiten van de Coalition tot nu toe zegt Daily: "Ze zijn er uitstekend in geslaagd een brede gemeenschap bij elkaar te brengen".

Gough zegt dat het Protocol belangrijk is als tool voor het inbedden van natuurlijk kapitaal in besluitvormingsprocessen. "De meeste dingen die we met de duurzaamheidsbeweging hebben gedaan, gingen over meten", zegt hij. "Meten is prima omdat je daarmee cijfers in handen krijgt, maar om die cijfers daadwerkelijk te kunnen gebruiken, moet je inzicht hebben in de waarde. Waarde is het relatieve belang dat iets voor je heeft, hoeveel het je waard is. Wanneer bedrijven bijvoorbeeld inzien dat ze afhankelijk zijn van schone lucht, schoon water of een bepaald type medewerkers, beseffen ze dat ze op deze terreinen moeten investeren om te zorgen dat het bedrijf kan blijven draaien".

(Chapter breaker)
2

Hoofdstuk 2

Sociaal en menselijk kapitaal

De behoefte aan een geïntegreerd protocol

Er is al een flink momentum achter natuurlijk kapitaal ontstaan, en nu is het de beurt aan sociaal en menselijk kapitaal. In de loop van 2018 gaat de WBCSD de Social & Human Capital Coalition oprichten als onderdeel van het Redefining Value-programma, dat ervoor moet zorgen dat duurzame bedrijven meer erkenning krijgen in de markt, beter worden beloond en daardoor in het algemeen succesvoller worden. De WBCSD speelt daarbij een sleutelrol, maar de Social & Human Capital Coalition staat open voor alle stakeholders en zal niet door de WBCSD, maar door een onafhankelijke raad van deskundigen worden geleid. Daardoor krijgen alle geïnteresseerde partijen de beschikking over middelen en input voor hun besluitvorming.

De nieuwe Coalition zal voortbouwen op het bestaande Social & Human Capital Protocol, dat de WBCSD naast het Natural Capital Protocol heeft ontwikkeld namens de Natural Capital Coalition. Beide protocollen hebben een soortgelijk framework en werken op basis van vergelijkbare logica. Net als bij natuurlijk kapitaal is het de bedoeling om bestaande methodieken samen te brengen en meer bewustzijn te creëren over de effecten en afhankelijkheden van bedrijven ten aanzien van sociaal en menselijk kapitaal. De Coalition zal worden samengeseteld uit academici, accountantsorganisaties, zakenmensen, economen, gezondheids- en veiligheidsexperts, HR-professionals en investeerders.

"Het Protocol is breed opgezet", zegt Matthew Watkins, een kaderlid van het Redefining Value-programma van de WBCSD. "We kijken naar menselijk kapitaal (bijvoorbeeld vaardigheden, kennis en welzijn) en tevens naar sociaal kapitaal (zoals relaties, organisaties en gemeenschappelijke waarden). Sociaal kapitaal gaat over de mate van vertrouwen tussen een bedrijf en zijn klanten, en over de manier waarop het bedrijf profiteert van de waarde die dat vertrouwen heeft".

Eva Zabey, directeur van het programma, wijst erop dat de waarde van iets kan worden bepaald "zonder dat het een marktprijs heeft en zonder dat je ervoor hoeft te betalen". Ze geeft het sociale media-platform LinkedIn als voorbeeld: "Het is een gratis product, maar als je al je connecties zou kwijtraken, zou je beseffen dat er iets is verdwenen dat waarde voor je had", zegt ze. "Er zijn talloze waarderingsmethoden die je kunt toepassen om te begrijpen hoe belangrijk (of nuttig) bepaalde sociale en menselijke aspecten zijn. De waardebepalingen die uit deze activiteiten voortkomen, kunnen vervolgens worden gebruikt om betere beslissingen te nemen, ook als ze geen deel uitmaken van de financiële winst- en verliesrekening".

Zabey onthult dat de WBCSD heeft overwogen een geïntegreerde coalitie voor zowel natuurlijk als sociaal en menselijk kapitaal op te richten, maar dat "het risico zou zijn dat de gemeenschappen voor sociaal en menselijk kapitaal niet de tijd of de ruimte zouden krijgen om samen te komen en te convergeren, omdat ze onmiddellijk zouden worden gekoppeld aan andere gemeenschappen". Niettemin is het plan om op langere termijn te komen tot geïntegreerd prestatiebeheer en geïntegreerde rapportage voor beide protocollen.

Zabey: "Op de lange termijn hebben we een geïntegreerd protocol nodig. Aanvankelijk is het vrijwillig, maar om de benodigde schaalvergroting te bereiken moet het verplicht worden. Momenteel is het hele veld rond waardebepaling nog experimenteel, vooral in het bedrijfsleven, dus het is nog te vroeg om verplichte methoden of richtlijnen vast te stellen. We moeten eerst zeker weten dat elke eventuele verplichte richtlijn absoluut een positief resultaat oplevert".

(Chapter breaker)
3

Hoofdstuk 3

Duurzaamheidsrapportage

De juiste standaard voor duurzaamheid

Bedrijven die verslag uitbrengen over de effecten en afhankelijkheden van hun natuurlijke, sociale en menselijke kapitaal, kunnen op verschillende manieren baat hebben bij deze openbaarmaking. Een bedrijf kan hierdoor bijvoorbeeld bepaalde vergunningen behouden, gekozen worden als voorkeursleverancier of profiteren van flexibele supply chains, tevreden investeerders en trouwe klanten.

Maar voor veel bedrijven is de keuze van de juiste normen voor duurzaamheidsverslaglegging een hele uitdaging. Naast het IIRC-framework zijn er de GRI-normen voor duurzaamheidsrapportage, het openbaarmakingssysteem van de Climate Disclosure Standards Board en het framework van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosures, om er maar een paar te noemen.

Het belang van natuurlijk kapitaal voor ondernemingen wordt steeds beter onderkend dankzij kanalen als de Dow Jones Sustainability Index en de EU-richtlijn voor bekendmaking van niet-financiële informatie.
EY Reporting

"Welke normen zijn het beste?", vraagt Gough zich af. "Ik denk niet dat ik de juiste persoon ben om daar een antwoord op te geven. Maar vanuit ons perspectief draait het erom waarvoor de informatie wordt gebruikt. Hoe krijgen mensen toegang tot de informatie en hoe zorg je dat ze de benodigde informatie tijdig in handen krijgen?" Hij vindt dat openbaarmaking weliswaar belangrijk is omwille van de transparantie, maar dat het niet altijd tot verandering leidt. Hij verwacht ook niet dat het binnen afzienbare tijd verplicht zal worden om informatie over natuurlijk kapitaal bekend te maken.

Het is wel bemoedigend dat er steeds meer aandacht komt voor het belang van natuurlijk kapitaal als een belangrijke afhankelijkheidsfactor voor ondernemingen, dankzij kanalen zoals de Dow Jones Sustainability Index en de EU-richtlijn voor bekendmaking van niet-financiële informatie. Daily is ook optimistisch dat de verslaglegging over natuurlijk kapitaal het komende decennium een revolutie zal doormaken. "We krijgen de beschikking over een heleboel verschillende manieren om het natuurlijke kapitaal in realtime te monitoren", zegt ze. "Ik verwacht dat er veel meer gerapporteerd gaat worden over ecosystemen, landschappen en productiesystemen, en over kustlijnen en steden".

(Chapter breaker)
4

Hoofdstuk 4

Hindernissen overwinnen

Waarom bepalen bedrijven de waarde van hun natuurlijke, sociale en menselijke kapitaal nog niet?

Hoewel sommige bedrijven meer aandacht beginnen te besteden aan duurzaamheid, zijn er ook genoeg die achterop blijven. Wat weerhoudt ze ervan een waarde toe te kennen aan hun natuurlijke, sociale en menselijke kapitaal? Daar blijken veel redenen voor te bestaan. Enkele daarvan zijn de volgende: het idee dat het proces heel complex en technisch is, het probleem om consistente inputdata te vinden en een algemene vermoeidheid ten opzichte van standaarden, waardoor bedrijven minder bereid zijn om over te gaan tot nog meer vrijwillige openbaarmakingen. Cough: "Een van de belangrijkste obstakels waarmee we worden geconfronteerd, is een gebrek aan inzicht in de potentiële voordelen. Bovendien werken we veel met duurzaamheids- en risicoteams, maar we willen ook vaker samenwerken met CFO's".

Om deze obstakels te overwinnen, richt de Natural Capital Coalition zich op het aanpakken van misverstanden en het scheppen van een gunstig klimaat voor de acceptatie van natuurlijk kapitaal. "Er is veel wat we kunnen doen om de voordelen, de uitdagingen en de verbanden met de activiteiten van anderen uit te leggen", zegt Gough. De Coalition ontwikkelt ook een Finance Sector Supplement om banken, verzekeraars en beleggingsmaatschappijen te informeren over de manier waarop natuurlijk kapitaal kan worden meegewogen in investeringsbeslissingen. Bovendien wordt er een dataproject gestart om in kaart te brengen welke informatie kan dienen als inputdata voor natuurlijk kapitaal.

Terwijl bedrijven zich steeds meer bewust worden van hun afhankelijkheid van natuurlijk, sociaal en menselijk kapitaal, is het duidelijk dat ze meer moeten doen om de effecten en afhankelijkheden daarvan te meten en te vertalen naar waarde. "Het is een kwestie van overleven", zegt Daily. "De bedrijven die overleven, zijn juist de bedrijven die op dit punt snel handelen en capaciteit opbouwen. Het afgelopen decennium werd er nog van uitgegaan dat wat er vandaag is, er in de toekomst ook nog wel zal zijn. Maar die veronderstelling klopt niet meer".

(Chapter breaker)
5

Hoofdstuk 5

Casestudy: The Dow Chemical Company

Een waarde toekennen aan de natuur

Het afgelopen decennium heeft The Dow Chemical Company, gevestigd in de Amerikaanse deelstaat Michigan, steeds meer aandacht gekregen voor de bedrijfsrisico's die ontstaan door de afnemende biodiversiteit en het verlies van gezonde ecosystemen. De onderneming is met name afhankelijk van een overvloedige toevoer van schoon water voor zijn productieprocessen, en van schone lucht voor een gezonde leefomgeving voor de werknemers en hun gemeenschappen.

"Toen we meer begonnen na te denken over de effecten en afhankelijkheden met betrekking tot functies van ecosystemen, zoals schoon water en bestuiving, realiseerden we ons dat we aan deze aspecten een grotere waarde moesten toekennen in onze besluitvormingsmodellen", zegt Mark Weick, Lead Director, Sustainability & Enterprise Risk Management bij Dow. "We wisten dat we natuur op een andere manier moesten gaan waarderen bij het beoordelen van kapitaalprojecten of nieuwe productiefaciliteiten, het ontwikkelen van nieuwe producten of bedrijfsmodellen en zelfs bij het nemen van beslissingen over vastgoed".

In 2015 presenteerde Dow zeven duurzaamheidsdoelstellingen voor 2025 en een daarvan is bedoeld om waarde toe te kennen aan de natuur. "We hebben een doelstelling met een horizon van 10 jaar om 1 miljard dollar aan bedrijfswaarde te creëren door projecten uit te voeren die goed zijn voor ons bedrijf en beter voor de natuur", legt Weick uit. Om dit doel te bereiken, kijkt het bedrijf naar de beslissingen die het zou hebben genomen als het geen waarde had toegekend aan natuurlijk kapitaal en de functies van het ecosysteem. Deze beslissingen worden vergeleken met de beslissingen die werden genomen toen hier wel waarde aan werd toegekend, waarna het verschil in waarde wordt berekend. "We hebben de afgelopen paar jaar al 160 miljoen dollar aan waarde gerealiseerd op weg naar het doel van 1 miljard", laat Weick weten.

Als lid van de Natural Capital Coalition rapporteert Dow over zijn duurzaamheidsprestaties aan de hand van de GRI-normen. Weick: "Die beschouwen we als de gouden standaard voor duurzaamheidsrapportage. Ze voldoen heel goed aan de behoeften van onze stakeholders. We zien dat investeerders behoefte hebben aan steeds kortere verslagen, terwijl veel van onze externe stakeholders, waaronder ngo's, steeds meer informatie willen in een vorm die nog niet geschikt is voor wat ik een geïntegreerd rapport zou noemen".

(Chapter breaker)
6

Hoofdstuk 6

Casestudy: Philips

Een visie op een gezondere en duurzamere wereld

Philips heeft al tientallen jaren aandacht voor zijn ecologische en sociale impact. Het bedrijf begon in de jaren negentig al met het meten van de CO2-voetafdruk van zijn fabrieken. Die focus is inmiddels verbreed naar de milieu-impact van Philips-producten gedurende hun hele levenscyclus en naar de duurzaamheid van leveranciers. Er wordt gekeken of leveranciers over de juiste vergunningen beschikken, grondstoffen op een verantwoorde manier betrekken en aanvaardbare arbeidsnormen naleven.

"We willen tegen 2025 jaarlijks het leven van drie miljard mensen beter maken", zegt Simon Braaksma, Senior Director Group Sustainability bij Philips. "Als het onze visie is dat we de wereld gezonder en duurzamer willen maken, dan zijn we niet geloofwaardig als we daar binnen ons eigen bedrijf niets aan doen".

Philips streeft ernaar om in 2020 CO2-neutraal te zijn. De Amerikaanse Philips-fabrieken hebben hun CO2-voetafdruk al tot nul teruggebracht, omdat ze met 100% windenergie werken. Frans van Houten, CEO van Philips, wil nog méér doen om de principes van de circulaire economie toe te passen, door materialen te hergebruiken, apparatuur op te knappen en geleidelijk op te schuiven van een model voor apparatuurverkoop naar strategische samenwerkingsverbanden op basis van verschillende eigendomsmodellen.

Philips publiceert sinds 2008 geïntegreerde jaarverslagen met financiële en niet-financiële prestaties, gebaseerd op het IIRC-framework. Het bedrijf past ook de principes van het Natural Capital Protocol toe en wil het Social & Human Capital Protocol gaan toepassen.

Het jaarverslag over 2017 bevat een winst- en verliesrekening voor het milieu, met aandacht voor de verborgen milieukosten die samenhangen met de activiteiten en producten van het bedrijf. Uit dit jaarverslag blijkt dat Philips in 2017 een milieu-impact had van € 7,2 miljard, waarvan € 200 miljoen (3%) rechtstreeks werd veroorzaakt door de eigen activiteiten (voornamelijk het energieverbruik in de fabrieken). Philips behaalde 60% van zijn omzet uit groene inkomsten (producten en diensten die voldoen aan specifieke milieucriteria, zoals energie-efficiëntie) en recyclede 80% van zijn bedrijfsafval.

De grootste doelgroep voor de duurzaamheidsinformatie van Philips bestaat uit de eigen medewerkers, maar ook klanten, leveranciers en financiële analisten zijn bijzonder geïnteresseerd. En zoals Braaksma zegt: "Investeerders zijn er vaak van overtuigd dat een bedrijf met goede duurzaamheidsprestaties op de lange termijn meer kans op succes heeft dan een bedrijf dat geen oog heeft voor duurzaamheid".

De standpunten van derden in deze publicatie zijn niet noodzakelijkerwijs de standpunten van EY Global of aangesloten bedrijven. Bovendien moeten deze standpunten worden gezien in de context en tijd waarin ze zijn geuit.

Samenvatting

Bedrijven die op de lange termijn willen overleven, begrijpen de noodzaak om hun natuurlijke, sociale en menselijke kapitaal vandaag al te meten en er waarde aan toe te kennen. 

Over dit artikel

Related topics Assurance