5 minuten leestijd 1 okt 2019
Fiscale constructies zijn het nieuwe roken

Fiscale constructies zijn het nieuwe roken

Door

EY Nederland

Multidisciplinaire organisatie voor zakelijke diensten

5 minuten leestijd 1 okt 2019

Banken en trustkantoren krijgen een steeds grotere rol bij het zorgen voor fiscale integriteit bij hun klanten.

Nieuwe wet- en regelgeving werkt niet met harde normen over wat wel en niet mag. Lastig maar onvermijdelijk, zo bleek tijdens de roundtable met Eline Goderie (TMF Group / Holland Quaestor), Huug Braamskamp (Citco Group/ Holland Quaestor), Ton Daniels (Nederlandse Vereniging van Banken) en Sebastiaan Swaak (EY) onder leiding van Arjan van Oostrom (EY).

Van Oostrom: “Hoe kijken jullie naar de maatschappelijke verwachtingen op dit vlak?”

Braamskamp: “De publicatie van de Panama Papers in 2015 heeft tot een trendbreuk geleid hoe de maatschappij aankijkt tegen fiscaliteit. Een breed publiek heeft veel meer een mening gevormd over fiscale constructies en daarmee is er ook meer druk ontstaan om het beleid te veranderen.”

Daniels: “Niettemin was er voor die tijd ook al wel aandacht voor. Na de financiële crisis was er veel te doen over de rol van tax havens. In ieder geval is er de laatste jaren veel veranderd mede als gevolg van een veelheid aan nieuwe en aangescherpte wet- en regelgeving. De leden van de NVB zijn heel actief met het onderwerp bezig en wij krijgen regelmatig vragen over hoe je bepaalde regelingen in de bancaire praktijk zou moeten toepassen.”

Goderie: ”Een rode lijn in deze ontwikkelingen is dat er meer transparantie komt. Als we dat goed doen, kan dat echt een verschil maken in de maatschappelijke perceptie. Er verandert echt heel veel ten goede, alleen is dat misschien bij het grote publiek nog niet altijd zichtbaar.”

Swaak: “Maar juist omdat het zeer complexe materie is, is het ook lastig om er op een eenvoudige manier over te communiceren. De nuance ben je al snel kwijt in het publieke debat als je over fiscale techniek begint.” 

Van Oostrom: “Een van de kritiekpunten op de wet- en regelgeving voor de financiële sector is dat sprake is van open normen die door de banken en trustkantoren zelf moeten worden ingevuld. Is dat terechte kritiek?”

Daniels: “Maatschappelijk gezien is er ook geen eenduidige norm. Er zijn grofweg twee doctrines. Je kunt je op het standpunt stellen dat je de fiscale mogelijkheden mag benutten die de wet je biedt. Je kunt je ook op het standpunt stellen dat je een morele verantwoordelijkheid hebt om een fair share aan belasting af te dragen. En alle smaken daartussen. Wat het lastig maakt is dat er veel onderwerpen, wetten en regels door elkaar lopen. Eigenlijk zouden we drie groepen moeten onderscheiden waar verschillende thematiek een rol speelt. De positie van de vermogende particulieren - en de toepassing van de transparantieregels over bankrekeningen, beleggingsvennootschappen en UBO-registers, de multinationals – waar het onderwerp belastingontwijking speelt – en de ‘postbussen’ waar het gaat om de wenselijkheid van internationale constructies.”

Goderie: ”Er is simpelweg geen andere optie dan deels te werken met open normen. Een onderwerp waarover de opinies door de tijd heen zo aan verandering onderhevig zijn kun je eigenlijk niet vatten in een wet met harde normen. Want met zo een wet loop je per definitie achter de feiten aan. De kunst en de uitdaging is om invulling te geven aan deze open normen. Hoe gaan we om met de verschillende inzichten en invullingen, wat doet de toezichthouder? Open normen vereisen meer sturing.”

Swaak: “De veranderende tijdgeest is evident, in Nederland en daarbuiten. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld ook dat steeds meer multinationals niet meer eendimensionaal de waarde voor de aandeelhouder nastreven maar zich ook meer bewust worden van de maatschappelijke waarde. De discussie omtrent fiscale integriteit sluit daar naadloos op aan en ik denk dat open normen zich daar prima voor lenen.”

Braamskamp: “Eens. Maar dat neemt niet weg dat het lastig is om concrete invulling te geven aan maatschappelijke betamelijkheid. Vanuit Holland Quaestor geven we hier duiding aan met een Tax Integrity richtlijn voor onze leden waarin we die open norm vertalen naar een aantal indicatoren. Daarmee kunnen we ook aan de buitenwereld laten zien hoe we met fiscale integriteit omgaan.”

Goderie: ”Bovendien kun je zo’n richtlijn regelmatig updaten. Onze ambitie is om dat jaarlijks te doen. En door te rapporteren over wat er verandert – zo eenvoudig mogelijk – kunnen we het maatschappelijk vertrouwen (her)winnen.”

Maatschappelijk gezien is er ook geen eenduidige norm

Van Oostrom:Fiscale constructies zijn eigenlijk het nieuwe roken. Het wordt niet langer zondermeer geaccepteerd. Wat zijn de uitdagingen in jullie sector?”

Daniels: ”Voor banken geldt dat dit vraagstuk op drie niveaus speelt. Ten eerste moet de bank zelf aan de eisen voldoen. Ten tweede gaat het om de producten van de bank. En ten derde is er een verantwoordelijkheid om te beoordelen of de klanten van de bank wel voldoen. Dit is de lastigste, onder meer vanwege het volume. Banken hebben immers miljoenen klanten. Een deel van de beoordeling kun je automatiseren door data te verzamelen en op basis van vastgestelde indicatoren een risicoanalyse te doen. Maar voor een deel komt het neer op persoonlijke inschattingen, professional judgement. Maar je kan niet iedere transactie door een fiscalist laten beoordelen. Het effect van de strengere eisen, zware sancties en reputatierisico’s is zichtbaar in het vraagstuk van het zogeheten de-risken. Banken moeten zich afvragen of ze bepaalde groepen risicovolle klanten nog wel kunnen accepteren.

Een ander effect is dat het aanvragen van betaalrekeningen door bedrijvenlanger kan duren omdat banken strakke procedures moeten volgen. We moeten oppassen dat we hierin niet doorslaan. Stel dat we het maatschappelijk niet acceptabel vinden hoe Uber met zijn eigen fiscale positie omgaat,gaan we dan straks van een bank vragen dat deze geen transacties van Uber meer verwerkt?”

Braamskamp: ”Bij trustkantoren zit de uitdaging vooral bij reeds bestaande structuren. Een structuur die tien jaar geleden de toets der kritiek kon doorstaan is nu soms niet langer maatschappelijk geaccepteerd. Daar moet het trustkantoor dan samen met een klant en adviseur naar kijken. Een van de lastige factoren daarbij is dat er internationale verschillen in opvattingen zijn. Amerikaanse bestuurders redeneren vaak vooral over de lijn dat als iets wettelijk is toegestaan, het dan ook geen probleem is. Nederlandse bestuurders hebben vaak wat betere voelsprieten voor wat er maatschappelijk speelt en wegen dat ook mee.”

De uitdaging zit in het veranderen van constructies die tien jaar geleden de toets der kritiek nog konden doorstaan

Van Oostrom: “Dan zijn er soms stevige gesprekken nodig?”

Braamskamp: “Zeker. Maar daarbij houden we voor ogen dat het doel niet is om bedrijven weg te jagen uit Nederland. Juist niet. Het doel is om samen te komen tot een verbetering zodat de structuur voortaan wel de toets der kritiek kan doorstaan. Voor onze sector spelen drie partijen een rol bij de beoordeling van de fiscale integriteit van onze klanten: de bank, het trustkantoor en adviseurs zoals EY. Idealiter trekken zij dezelfde conclusies en werken in elk geval op basis van dezelfde good practices. Het zou helemaal mooi zijn als de betrokken adviseur er een stempel van goedkeuring op zet. Maar ik realiseer me ook wel dat het niet helemaal zo werkt.”

Van Oostrom: “Nog een laatste advies over dit thema?”

Daniels: “Laten we vooral niet vergeten dat de Belastingdienst een centrale rol speelt. Tax rulings waren altijd een belangrijk aspect van het Nederlandse vestigingsklimaat. Nu dat niet langer het geval is moeten we in elk geval zorgen voor voldoende capaciteit en kennis bij de Belastingdienst.”

Goderie: “En laten we wat geduld hebben. Alle nieuwe wet- en regelgeving verdient tijd om tot zijn recht te komen. Eerst in kaart brengen wat het oplevert voordat we nog meer nieuwe initiatieven nemen.”

Swaak: “Het is goed om pro-actief onderdeel te zijn van deze discussie en een constructieve bijdrage te leveren, mede ook om de maatschappelijke discussie de nodige nuance te geven. Maar dat gaat niet vanzelf en gaat met vallen en opstaan. Bovendien als hier een voortrekkersrol wordt genomen, zou dit zelfs een onderscheidend kenmerk kunnen zijn voor Nederland.”

Deelnemers

Eline Goderie
TMF Group / Holland Quaestor

Huug Braamskamp
Citco Group/ Holland Quaestor

Ton Daniels
Nederlandse Vereniging van BankenNederlandse Vereniging van Banken

Sebastiaan Swaak
EY

Samenvatting

Het klinkt zo voor de hand liggend. Elke organisatie moet op een integere manier omgaan met haar belastingplicht. Toch is die simpele maatschappelijke verwachting in de praktijk nog niet zo eenvoudig te vertalen tot een praktische handleiding voor bankiers en trustkantoren. Lastig maar onvermijdelijk, zo bleek tijdens de roundtable met Eline Goderie (TMF Group / Holland Quaestor), Huug Braamskamp (Citco Group/ Holland Quaestor), Ton Daniels (Nederlandse Vereniging van Banken) en Sebastiaan Swaak (EY) onder leiding van Arjan van Oostrom (EY).

Over dit artikel

Door

EY Nederland

Multidisciplinaire organisatie voor zakelijke diensten