7 minuten leestijd 31 mrt 2020
Hoe houden we ons pensioenstelsel in de internationale top?

Hoe houden we ons pensioenstelsel in de internationale top?

Door

Jennifer van Eekelen

EY Nederland Associate Partner Financial Services

Bescheiden. Specialistisch. Oplossingsgericht. Wordt gezien als de ‘ghostbuster’ van risk- en governance-uitdagingen.

7 minuten leestijd 31 mrt 2020

Nederland staat internationaal in de absolute top als het gaat om pensioenen. En dat moet vooral zo blijven.

We lijken het bij de hervorming van het pensioenstelsel soms te vergeten, maar Nederland staat internationaal al jaren in de absolute top. En dat moet vooral ook zo blijven, aldus Petra de Bruijn (bestuurder en toezichthouder bij diverse pensioenfondsen), Fleur Rieter (Chief Financial Risk Officer bij MN) en Joost Csik (adviserend pensioenactuaris bij EY). Een ronde tafel over dubbele noodremmen, een tachtigjarige campinghulp en impactanalyses onder leiding van Bianca van Tilburg (HVG Law).

Van Tilburg: “Jullie zitten stuk voor stuk ‘voorin de bus’ als het gaat om het pensioenakkoord. Jullie volgen de uitwerking op de voet en zitten dicht op de stuurgroep en andere betrokkenen die bezig zijn met concretisering van het akkoord. Hoe bereiden jullie je voor op de nieuwe realiteit?”

Rieter: ”Als uitvoerder volgen we de ontwikkelingen natuurlijk nadrukkelijk, want er staat ons straks veel te wachten. Maar het echte werk kan pas beginnen als er harde keuzes zijn gemaakt, bijvoorbeeld over hoe oude rechten moeten worden ingevaren en hoe het pensioencontract er precies uitziet. Het akkoord bevat op dit moment vooral nog algemene uitgangspunten.”

De Bruijn: “Klopt. Maar dat neemt niet weg dat fondsen en uitvoerders wel al een visie kunnen ontwikkelen. Dan kunnen ze straks sneller en effectiever met hun voorbereidend werk aan de slag.”

Csik: “Onder werkgevers zie je een tweedeling. Er is een groep werkgevers voor wie het pensioenakkoord vooralsnog een ver-van-mijn-bed-show is. Zij zijn nog helemaal niet bezig met de gevolgen. Er is echter ook een groep die veel interesse heeft in de impact van het akkoord en de uitkomsten van een impactanalyse nu al meeweegt in bijvoorbeeld de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden.”

Van Tilburg: “Er wordt al vele jaren gediscussieerd over een nieuw stelsel. Jaren geleden leek het er te komen maar stierf het uiteindelijk toch een stille dood. Speelt dat nog mee en zorgt dat er misschien voor dat meer partijen de kat uit de boom kijken?”

De Bruijn: ”Ik ervaar dat niet zo. En ik denk echt dat het goed is dat je nu al nadenkt over de verschillende varianten van het pensioencontract die voort zullen komen uit het pensioenakkoord. Die verschillende contracten hebben allemaal hun eigen gevolgen voor de uitvoering, uitvoeringskosten, communicatie, etc. Het is goed om daar op voorbereid te zijn en te weten welke gevolgen het pensioencontract heeft dat uiteindelijk door de sociale partners wordt gekozen. Het helpt als alles dan al klaar staat en meteen van start kan worden gegaan.”

De solidariteit moet niet uit het oog verloren worden
Petra de Bruijn

Van Tilburg: “Diverse uitgangspunten zijn op dit moment nog niet concreet ingevuld, waar zien jullie de meeste uitdagingen en risico’s?”

Rieter: ”Het risico bestaat dat er extra complexiteit ontstaat. Dat hangt onder meer af van hoe we omgaan met oude rechten en of er meerdere regelingen naast elkaar blijven bestaan. En ook van de zogeheten dubbele noodrem waarover wordt gesproken bij het beschermen van uitkeringen. We kunnen operationeel als uitvoerder veel aan, maar we moeten ons ook realiseren dat meer complexiteit ook een impact heeft op de communicatie, het risico van vertraging vergroot en kan leiden tot kwaliteit en hogere uitvoeringskosten. En dat is in niemands belang.”

De Bruijn: “Laten we niet vergeten dat het huidige stelsel internationaal echt heel hoge ogen scoort; en niet voor niets. Dat zien we onder meer elk jaar in de rankings bevestigd. De kostenstructuur is één aspect waarop we het goed doen, maar de manier waarop wij solidariteit vormgeven is ook een heel belangrijke. En ik maak me wel zorgen of we die solidariteit nu niet te veel uit het oog verliezen en daarmee het kind met het badwater weggooien. Bijvoorbeeld ten aanzien van het delen van arbeidsongeschiktheids- en langlevenrisico’s. Als we de solidariteit laten varen staan we er als maatschappij over 20 jaar heel anders voor.”

Csik: “Ik merk dat werkgevers wat verrast zijn door de keuze voor degressieve opbouw. Zij vragen zich af of dat nu echt nodig was. Wat voegt het toe? Maar het lijkt een politieke keuze die definitief is. Het effect is grofweg dat het vooruitzicht op de hoogte van het pensioen van de ouderen wat minder wordt en van de jongeren wat beter. Daarover goed communiceren naar de deelnemers, maar ook de (financiële) gevolgen voor eventuele compensatiemaatregelen, dat vinden werkgevers spannend.”

Rieter: ”Die communicatie kan een lastig aspect worden. Ook daarom hoop ik dat de complexiteit binnen de perken blijft. Want veel mensen kunnen moeilijk bevatten hoe hun pensioen eruit ziet, laat staan wat het akkoord voor hen betekent. Eigenlijk moeten we dit moment vooral als een kans aangrijpen om tot versimpeling en daarmee tot een beter te begrijpen pensioensysteem te komen. Dat zal ook een positieve invloed hebben op vertrouwensherstel bij deelnemers.”

Csik: ”Eens. Veel keuzes bieden klinkt mooi. Maar veel keuzes bieden heeft ook impact op je zorgplicht. Zeker als dan ook nog sprake is van naast elkaar bestaande pensioensystemen met tal van overgangsregelingen.”

Van Tilburg: “De overgang naar een degressieve opbouw zorgt ook voor een financieringsvraagstuk: er is eenmalig geld nodig om de transitie mogelijk te maken waarbij geldt dat alle generaties uitzicht hebben op een goed pensioen. Waar dat geld vandaan moet komen is nog niet helemaal duidelijk. Is dat de olifant die de porseleinkast overhoop komt gooien?”

De Bruijn: “Dat verschilt echt van geval tot geval. Een fonds met een dekkingsgraad van 120% kan zo’n financiering makkelijker aan dan een fonds met 100% dekking. Het is zeker een belangrijk aspect en een punt waarover we in de media nog maar weinig lezen. Overigens is men zich bij de stuurgroep echt wel bewust van het belang van deze financiële transitie.”

Csik: ”Toch lijkt er weinig aandacht voor hoe dat moet met verzekerde regelingen. We hebben vanuit EY een eerste grove vingeroefening gedaan om uit te rekenen wat het kost om die financiering van de achteruitgang rond te krijgen. Dan kom je uit op een bedrag van 1,5 tot 2 keer de jaarlijkse pensioenpremie om evenwicht te bereiken in de pensioenambitie voor alle generaties. Dat is voor werkgevers een forse investering en kan niet worden gedekt uit reserves of vrije middelen.”

Rieter: “Afgezien van de hoeveelheid geld die ervoor nodig is pleit ik er ook voor dat we hier geen eindeloos lang transitiepad van maken. Toen de VUT werd afgeschaft in 2006 kwam de VPL-regeling om de overgang mogelijk te maken. Daar wordt nu nog steeds premie voor betaald en veel mensen hebben geen idee waar dat over gaat. Zoiets moeten we voorkomen.”

Csik: “Snelheid is ook nodig om te voorkomen dat mensen bij overgang van werkgever A naar B te maken krijgen met verschillende (voorwaardelijke) regelingen. Ook dat is onwenselijk en kan zelfs leiden tot belemmeringen in de arbeidsmobiliteit.” 

Laten we er geen eindeloos lang transitiepad van maken
Fleur Rieter

Van Tilburg: “Zijn er nog zaken die jullie mee willen geven aan de stuurgroep voor het uitwerken van het pensioenakkoord?”

Csik: “Het fiscale kader en de daarbij behorende pensioenambitie. Minister Koolmees heeft geopperd dat premies tot 27% van het pensioengevend salaris aftrekbaar zullen zijn, maar daar gaan we het gewenste ambitieniveau van het pensioen (denk aan een niveau van gemiddeld 75% van het gemiddelde salaris) in de huidige markt waarschijnlijk niet mee redden. En de timing van de maatregelen: de wetgeving zou in 2022 rond moeten komen maar als er nog discussie komt over de uitgangspunten – en ik sluit dat niet uit – dan lijkt me dat niet haalbaar. Tijdige communicatie en duidelijkheid hierover is essentieel”

De Bruijn: “Dat een goed pensioenstelsel een groot maatschappelijk goed is waar we trots op moeten zijn; er zijn nog nooit zo veel ouderen geweest met een goed inkomen. Mede daarom vind ik het jammer dat de grote groep zelfstandigen niet is meegenomen in het pakket. Wanneer deze groep straks na pensionering massaal met een gebrek aan inkomen zit, zullen we linksom of rechtsom toch iets voor ze moeten doen. Het zal er dan op neerkomen dat deze mensen een beroep zullen doen op sociale wetgeving, zoals bijvoorbeeld de Toeslagenwet. Dit legt dan op een andere manier druk op de maatschappij.”

Rieter: “Herkenbaar. Het is zo moeilijk om het besef over het maatschappelijk belang te laten groeien. Ik was vorig jaar op vakantie in Amerika en op een camping was een man van in de tachtig ons aan het helpen. Hij moest met dat baantje zijn inkomen nog wat aanvullen om rond te komen. Dat was voor mij een mooi moment om mijn dochter uit te leggen wat ik eigenlijk doe en waarom het zo mooi is dat we pensioen in Nederland beter hebben geregeld.

Maar je vroeg nog naar een punt waar aandacht voor zou moeten zijn in de nieuwe realiteit: laten we nog meer samenwerken dan we nu al doen! Nu we op het vlak van bijvoorbeeld communicatie over het nieuwe stelsel allemaal voor dezelfde opgave staan kunnen uitvoerders elkaar prima helpen door kennis en ervaring te delen en waar mogelijk een gemeenschappelijke aanpak te kiezen. Uitvoerders zoeken deze samenwerking al op, maar dit kan nog breder en ook door pensioenfondsen worden ingezet.”

Eye on Finance magazine

Eye on Finance magazine biedt inzichten, informeert en inspireert executives in de financiële sector.

Lees hier

Deelnemers

Petra de Bruijn
bestuurder en toezichthouder

Fleur Rieter
Chief Financial Risk Officer bij MN

Joost Csik
adviserend pensioenactuaris bij EY

Samenvatting

We lijken het bij de hervorming van het pensioenstelsel soms te vergeten, maar Nederland staat internationaal al jaren in de absolute top. En dat moet vooral ook zo blijven, aldus Petra de Bruijn (bestuurder en toezichthouder bij diverse pensioenfondsen), Fleur Rieter (Chief Financial Risk Officer bij MN) en Joost Csik (adviserend pensioenactuaris bij EY). Een ronde tafel over dubbele noodremmen, een tachtigjarige campinghulp en impactanalyses onder leiding van Bianca van Tilburg (HVG Law).

Over dit artikel

Door

Jennifer van Eekelen

EY Nederland Associate Partner Financial Services

Bescheiden. Specialistisch. Oplossingsgericht. Wordt gezien als de ‘ghostbuster’ van risk- en governance-uitdagingen.