4 minuten leestijd 21 jan. 2020
Arganzuela Footbridge Madrid Spain

Vier handvatten die de transitie naar de stad van de toekomst versnellen

Door Bart Knipscheer

EY Nederland Associate Director Business Development Publieke sector

Ondernemend. Energiek. Empathisch. Werkt resultaatgedreven en weet teams altijd te motiveren.

4 minuten leestijd 21 jan. 2020

Smart City Nederland begeeft zich in de opstartfase. Ondanks obstakels ligt de transitie van Nederlandse gemeenten naar smart cities niet stil.

Amsterdam heeft de drukteradar, Rotterdam ‘Hart van Zuid’, Den Haag het Living Lab Scheveningen, Eindhoven Stratumseind Living Lab, Utrecht Smart Solar Charging en ’s-Hertogenbosch de spoorzone. Stuk voor stuk vooruitstrevende initiatieven op het gebied van smart city. Toch lukt het de grotere Nederlandse gemeenten niet goed de losstaande projecten aan elkaar te knopen en op te schalen naar de volgende stap in de transitie naar city-smartness. Dit blijkt uit het onderzoek dat EY begin 2019 deed naar de transitie van de grote Nederlandse gemeenten naar de stad van de toekomst.

Eigenlijk begeeft Smart City Nederland zich nog in de opstartfase. Uiteraard is er een uitzondering die de regel bevestigt. De gemeente Amsterdam is koploper en werkt op grote schaal met digitale technologieën die op steeds meer afdelingen deel uitmaken van de werkprocessen. Sterk element daarbij is dat alles wat de stad aan nieuwe oplossingen ontwikkelt met behulp van techniek en data in dienst staat van de burger. Niet de technologie, maar de oplossing van het werkelijke probleem staat centraal. De motor daarachter is het eigen Technology Office, waar 70 man personeel dagelijks werkt aan de digitalisering en innovatie van Amsterdam.

Elk veranderingstraject – ook de transitie van Nederlandse gemeenten naar smart cities – kent obstakels. Drie factoren spelen daarbij een rol.

  • Externe factoren – Het ontbreken van landelijke programma’s, regelgeving en standaarden maakt dat veel pilots niet kunnen opschalen. Als gevolg daarvan vinden verschillende steden afzonderlijk van elkaar het wiel uit. Dat mag de concurrentie tussen steden bevorderen, het  belemmert de samenwerking en dus de ontwikkeling van standaarden op landelijk niveau.
  • Organisatorische factoren – Denk hierbij aan de bestaande bureaucratische cultuur, beschikbaarheid van resources (tijd, budget, gekwalificeerd personeel), en de gemeentelijke structuur die nog in silo’s werkt. Deze factoren hebben tot gevolg dat het vaak bij pilots blijft, omdat aan de voorkant onvoldoende wordt nagedacht over (de consequenties van) opschaling, aanbestedingsregels die innovatie in de weg staan, of het ontbreken van de urgentie om door te pakken.
  • Personele factoren – Ziet iedereen nut en noodzaak van innovatie? Wat is het kennisniveau, is men in staat de bureaucratische cultuur te doorbreken en over welke digitale vaardigheden beschikken de medewerkers?

Deze obstakels zijn niet gemakkelijk te doorbreken. Uit het onderzoek komt wel een aantal praktische handvatten om de volgende stap te zetten. De vier belangrijkste lichten we hier uit:

  1. Neem angst en onwetendheid weg door eerst een pilot te draaien. Dat draagt bij aan draagvlak en vergroot de kansen van innovatie. Denk in een vroeg stadium na over opschaling, intern draagvlak en budgettering om te voorkomen dat het bij de pilot blijft. Hanteer daarbij de terminologie die aansluit bij de organisatie, maak het niet speciaal, maar laat het onderdeel zijn van de optimalisatie van de organisatie.
  2. Maak waar mogelijk gebruik van landelijke kaders en zet in op controls (bijvoorbeeld audit van algoritmen). Het zorgt voor een helder speelveld en draagt bij aan het lef om te innoveren.
  3. Verweef innovatie in de gemeentelijke strategische langetermijnvisie en creëer een innovatiecultuur in de organisatie.
  4. Zorg voor het juiste kennisniveau. Onbegrepen maakt onbemind. We hoeven niet allemaal dataspecialisten te zijn, als we maar begrijpen wat de voordelen zijn. Efficiënter werken, groter werkgeluk en een beter leefklimaat.

Samenwerking en verbinding

Ondanks genoemde obstakels ligt de transitie van Nederlandse gemeenten naar smart cities niet stil. Integendeel! Naast de eerder genoemde initiatieven in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Utrecht en ’s-Hertogenbosch stuitten wij tijdens ons onderzoek op tal van goede voorbeelden en initiatieven die positief stemmen en die wat mij betreft de volgende stap in de transitie aankondigen.

  1. De technische standaarden, ontwikkeld door de Smart Cities NEN-werkgroep en de organisatorische standaarden, ontwikkeld door de VNG creëren de kaders waarbinnen innovatie plaatsvindt.
  2. De Common Ground beweging. Die samen met gemeenten werkt aan een modernisering van de iT-infrastructuur en een open, transparante overheid faciliteert waarbinnen – met inachtneming van de privacyregels – gegevens sneller en veiliger kunnen worden uitgewisseld, intern zowel als extern.
  3. De smart city werkgroep van de G40, met kartrekkers Wim Willems (wethouder Apeldoorn) en Michiel van Willigen (wethouder Zwolle). Die met hun personal drive en enthousiasme voor innovatie de verbinding zoeken met andere gemeenten met als primaire doel van elkaar te leren en gezamenlijke initiatieven te ontplooien.

De rode draad in deze voorbeelden is samenwerking en verbinding. Om succesvol op te schalen naar de volgende fase in de transitie naar smart cities slaan gemeenten, ondernemers, private partijen, financiers en wetenschappers de handen ineen. Ik ben er trots op van dat speelveld deel uit te maken. Met gemeenten na te denken over oplossingen – van financiering tot afvalverwerkingsconcept, van samenwerkingsconstructies tot datascience projecten.

Samen. Stap voor stap. 

Samenvatting

Eigenlijk begeeft Smart City Nederland zich nog in de opstartfase. Toch ligt de transitie van Nederlandse gemeenten naar smart cities niet stil. Tijdens ons onderzoek stuitten wij op tal van goede voorbeelden en initiatieven. Samenwerking en verbinding vormen daarbij de rode draad. Vier praktische handvatten helpen de belangrijkste obstakels voor opschaling te overwinnen.

Over dit artikel

Door Bart Knipscheer

EY Nederland Associate Director Business Development Publieke sector

Ondernemend. Energiek. Empathisch. Werkt resultaatgedreven en weet teams altijd te motiveren.