Waarom de energietransitie een eigen Deltaplan vereist

6 minuten leestijd 10 sep 2019
Auteurs

Bram Kuijpers

EY Nederland Partner EY-Parthenon

Gedreven. Enthousiast. Positief. Is eigenlijk altijd vrolijk en enorm trots op zijn teams.

Paul Dirks

EY Nederland Partner Assurance

Gedreven. Professioneel. Is klant- én oplossingsgericht en werkt over de grenzen heen.

6 minuten leestijd 10 sep 2019

Om de energietransitie betaalbaar te houden én maatschappelijk draagvlak te behouden is een Deltaplan-achtige aanpak nodig.

Op de tweede dinsdag in september vond in Den Haag het jaarlijkse EY Energiedebat plaats. Tijdens dit debat, dat onder de Chatham House Rule wordt gevoerd, gaan topbestuurders uit de energiesector in gesprek met parlementariërs over regulerings- en beleidsvraagstukken op het gebied van energietransitie en duurzaamheid. Wij delen  hier de belangrijkste bevindingen.

Van draagvlak naar participatie

  • De energietransitie wordt vaak technocratisch benaderd, maar is vooral een sociaaleconomisch vraagstuk dat change management vereist. Participatie van de gehele samenleving is essentieel: hoe maken we het voor iedereen zo makkelijk en goedkoop mogelijk?
  • Het Klimaatakkoord bevat goede afspraken, maar coördinatie door de overheid blijft van groot belang. De omschakeling naar een duurzame economie is een majeure operatie die een Deltaplan-achtige aanpak vereist. Anders dan destijds na de Watersnoodramp is de sense of urgency nu echter minder direct aanwezig.
  • Voor langetermijndraagvlak is heldere communicatie van de overheid nodig die aansluit op de gestelde doelen. Onheilsprofetieën rond klimaatverandering werken verlammend. Er moet juist een positief handelingsperspectief worden geschetst.
  • In tegenstelling tot eerdere transities is er nu vaak een waaier aan keuzes en oplossingen beschikbaar. Daarom wordt ervoor gepleit om ‘het’ systeem (c.q. de systemen) zo flexibel mogelijk te maken, zodat mensen inderdaad keuzes kunnen maken.

De overheid is regisseur en marktmeester. Dat vereist visie.

  • Verduurzaming moet door de burger niet worden ervaren als ‘kosten maken’, maar juist als ‘investeren’; een verrijking van het leven.
  • Positieve kortetermijneffecten, zoals meer wooncomfort door betere isolatie, schonere lucht en minder lawaai door elektrisch rijden moeten worden benadrukt.
  • De sleutel tot participatie is mensen meenemen en zelf laten deelnemen aan de transitie van hun wijk naar een fijne en duurzame plek om te wonen. We moeten ons echter niet blindstaren op de gebouwde omgeving. In andere sectoren zijn de uitdagingen (en reductieopgaven) nog groter en ook daar zijn draagvlak en participatie van belang. Een goed voorbeeld zijn grote wind- en zonprojecten waar burgers via coöperaties of crowdfunding kunnen deelnemen en zelf direct voordeel kunnen behalen.
  • Uiteindelijk gaat het om een combinatie van slimme stimulerende fiscaliteit en effectieve prijsprikkels. Vergelijk het met de verplichte levertraan die door kinderen vroeger veel makkelijker werd ingenomen met een schepje suiker en direct voorafgaand aan de uitbetaling van het zakgeld. Belonen werkt nu eenmaal beter dan bestraffen.
  • Maatschappelijke weerstand wordt ook verkleind door meer collectiveren en uitsmeren van kosten. De Deltawerken zijn ook niet betaald via een ‘Delta-opslag’. Hierbij moet de overheid, in een tijd van negatieve rente, investeren in projecten waarvan het risico niet door de marktpartijen kan worden gedragen.
  • De overheid moet een kaderstellende regiefunctie blijven spelen en de juiste piketpaaltjes slaan voor initiatief, innovatie en een betrouwbaar investeringsklimaat voor de energietransitie. Stabiel en consistent beleid gedurende langere termijn is daarbij essentieel.
  • Er moet hoe dan ook nu actie worden ondernomen. Zonder coördinatie lukt dat niet, maar er moet in de markt voldoende vrijheid zijn voor samenwerking en eigen keuzes om tot concrete stappen te komen.

Het gaat om haalbaarheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid.

Het energiesysteem van de toekomst

  • De Klimaatwet zegt duidelijk waar we naartoe moeten, maar de systeemdiscussie gaat over het ‘hoe’. Daarbij moeten we onszelf niet het moeras in polderen. Gaan we samenwerken of onderhandelen?
  • We moeten nadenken over systeemintegratie, maar ons ook realiseren dat we ‘het’ systeem van 2050 niet nu al kunnen vormgeven. De overheid kan en moet wel consistente randvoorwaarden scheppen voor een langere periode, tenminste vijftien tot twintig jaar, en tijdens het veranderproces zelf optreden als een ondernemende overheid.
  • Welke principes pas je toe? Er moet in ieder geval een helder tijdpad zijn en worden ingezet op de hoogst mogelijke impact tegen de laagst mogelijke kosten, met een eerlijke kostenverdeling. Het gaat om haalbaarheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid.
  • De overheid moet barrières wegnemen en marktpartijen in de gelegenheid stellen kansen te pakken: wet- en regelgeving kan worden vereenvoudigd en procedures bekort. Een goed voorbeeld is de Rijkscoördinatieregeling.
  • De (regionale) netwerkbedrijven spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Ook daar zit wet- en regelgeving nog weleens in de weg. Met eenvoudige aanpassingen zou zonder de markt te verstoren meer mogelijk zijn, zoals op het gebied van waterstof.
  • De overheid is regisseur en marktmeester. Daarbij is visie nodig. Dat is iets anders dan een blauwdruk. De RES-plannen kunnen nuttige bouwstenen opleveren, maar geen overall structuur. Daarom wordt gepleit voor een ‘structuurvisie energiesysteem’.

We moeten onszelf niet het moeras in polderen.

Samenvatting

De energietransitie stelt alle partijen in deze markt voor een enorme uitdaging. We hebben elkaar nodig om te komen tot een toekomstbestendige en duurzame energiesector en daarbij is het belangrijk dat we elkaar begrijpen. Door het gesprek tussen politiek en de top van het bedrijfsleven in de energiesector te faciliteren, draagt EY bij aan onderling begrip en betere besluiten in de energietransitie.

Over dit artikel

Auteurs

Bram Kuijpers

EY Nederland Partner EY-Parthenon

Gedreven. Enthousiast. Positief. Is eigenlijk altijd vrolijk en enorm trots op zijn teams.

Paul Dirks

EY Nederland Partner Assurance

Gedreven. Professioneel. Is klant- én oplossingsgericht en werkt over de grenzen heen.