Coronavirus: fiscale aandachtspunten voor ondernemers en maatregelen van het kabinet

Wat betekent de verspreiding van het coronavirus (ook bekend als COVID-19) voor ondernemingen?

Het coronavirus verspreidt zich over de wereld. In verschillende landen worden maatregelen genomen om een verdere verspreiding te voorkomen. Ondernemingen kunnen in hun bedrijfsvoering geraakt worden door de verspreiding van het virus.

Hieronder volgt een (niet uitputtend) overzicht van fiscale aandachtspunten. Ook geven wij een overzicht van fiscale en economische maatregelen die het kabinet heeft genomen.

Fiscale aandachtspunten

Minder evenementen en vakantiereizen

Veel evenementen in binnen- en buitenland worden geannuleerd. Het is denkbaar dat er al wel voorbereidingen zijn getroffen en kosten zijn gemaakt. Ook worden vakantiereizen geannuleerd, bijvoorbeeld omdat reizigers niet meer op vakantie kunnen naar getroffen gebieden of omdat luchtvaarmaatschappijen niet meer op bepaalde bestemmingen vliegen. Vakantiebedrijven lopen daardoor omzet mis. Bovendien kunnen zij tegen (aanzienlijke) kosten aanlopen indien vakanties al wel zijn ingekocht. Dit kan zelfs tot een verlies lijden.

Onderzocht kan worden of het voor de vennootschapsbelasting mogelijk is om al in een vroeg stadium rekening te houden met mogelijke verliezen.

Ook moet worden onderzocht of annuleringen leiden tot aanpassing van reeds ingediende btw-aangiftes (zoals een verzoek tot teruggaaf van eerder op aangifte voldane btw) en wanneer de verschuldigde btw gerapporteerd moet worden.

Inkoop- en voorraadproblemen door verminderde productie in het buitenland

Door het coronavirus liggen verschillende fabrieken stil. Dit kan ertoe leiden dat de inkoopprijs van producten bestemd voor de verkoop (voorraad) of productie stijgt, bijvoorbeeld omdat producten elders moeten worden ingekocht. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de fiscale winst. In voorkomende gevallen kan zelfs een verlies ontstaan. Onderzocht kan worden of het voor de vennootschapsbelasting mogelijk is om een voorzienbaar verlies naar voren kan halen.

Als goederen die eerst in een getroffen land (bijvoorbeeld China) werden ingekocht nu elders worden ingekocht, moet er bij het inklaren voor worden gezorgd dat de juiste oorsprongsbewijzen voor handen zijn. Een gebrek aan goede oorsprongsbewijzen kan ertoe leiden dat goederen aan de grens worden vastgehouden, omdat het vermoeden bestaat dat de goederen uit het getroffen land komen. Ook bij de doorlevering van dergelijke goederen die buiten het getroffen land in voorraad worden gehouden, moet worden nagegaan of deze goederen nog zonder problemen het land van opslag kunnen verlaten en ingeklaard kunnen worden in het land van (eind)bestemming. Oorsprong is verder vaak relevant voor het bepalen van de hoogte van de verschuldigde invoerrechten.

Het is ook denkbaar dat vanwege leveringsproblemen de productie en/of verkoop in Nederland stilvalt. Ook dan kan worden onderzocht of het voor de vennootschapsbelasting mogelijk is om een voorzienbaar verlies naar voren kan halen.

Als een afzetmarkt vanwege het coronavirus geheel of gedeeltelijk wegvalt, is het denkbaar dat een ondernemer met zijn voorraad blijft zitten. Onderzocht kan worden of het voor de vennootschapsbelasting mogelijk is de voorraad af te waarderen. Het antwoord op de vraag wat met niet te verkopen voorraden gebeurt kan ook voor andere belastingen zoals de btw gevolgen hebben.

Aanleggen voorraden

Een ondernemer kan ervoor kiezen om uit voorzorg voorraden aan de leggen. Voorwaarde is wel dat er voldoende opslagruimte beschikbaar is in Nederland (of elders in de EU). De vraag is dan of de goederen onder douaneverband moeten worden opgeslagen.

Verkoopproblemen door wegvallen afzetmarkt

Het geheel of gedeeltelijk wegvallen van de afzetmarkt kan leiden tot lagere winsten of zelfs verliezen voor de bedrijven die de goederen ter plekke verkopen. De vraag is welke partij binnen een concern de gevolgen hiervan dient te dragen.

Verplaatsing productie

Mogelijk wordt de productie binnen een concern (tijdelijk) verplaatst naar een andere locatie. Dat kan een andere kostenstructuur met zich meebrengen en gevolgen hebben voor de interne verrekenprijzen. Een aanpassing van de verrekenprijzen kan gevolgen hebben voor de douanewaarde van de ingevoerde goederen (en daarmee voor de belastbare grondslag voor het vaststellen van het verschuldigd invoerrecht en btw bij invoer).

Buitenlandse concernonderdelen kunnen mogelijk alleen nog tegen hogere kosten produceren. Ook dat kan gevolgen hebben voor de interne verrekenprijzen.

Problemen aan de grens

Het is denkbaar dat in het buitenland gekochte goederen aan de grens worden opgehouden en te laat aankomen. Vooral bij bederfelijke goederen die daardoor niet meer verkoopbaar zijn, kan dit kosten met zich mee brengen. Onderzocht kan worden wat dit betekent voor invoerrechten, maar ook voor de btw.

Omgekeerd is het ook mogelijk dat goederen die aan het buitenland zijn verkocht aan de grens worden opgehouden. Mogelijk dat dan een schadevergoeding verschuldigd is vanwege een contractuele boete bij te late levering. Onderzocht kan worden of het mogelijk is de betaalde schadevergoeding ten laste van de winst te brengen, of dat een ontvangen schadevergoeding belast is. Voor de btw is het ook belangrijk om te onderzoeken of schadevergoedingen al dan niet met btw zijn belast.

Financiële problemen

Binnenlandse en buitenlandse concernonderdelen kunnen in financiële problemen komen door hogere kosten, het tijdelijk stilleggen van de productie of het wegvallen van afzetmarkten. De vraag is wie binnen een groep van bedrijven de gevolgen van het stilleggen van de productie moet dragen.

Het is denkbaar dat concernonderdelen extra financiering nodig hebben, waarbij een Nederlandse groepsmaatschappij een financiering verstrekt of daarvoor garant staat. Ook is het denkbaar dat een Nederlandse groepsmaatschappij een financiering krijgt uit het buitenland. In deze gevallen is het raadzaam om voor de vennootschapsbelasting kritisch naar de kwalificatie van de financiering te kijken. Tevens moet een zakelijke rente of garantstellingsvergoeding in aanmerking worden genomen.

Ook moet worden onderzocht wat de btw-kwalificatie van de extra financiering is en wat de invloed ervan is op bijvoorbeeld de btw-aftrekpositie. Dergelijke invloeden kunnen in binnenlandse situaties waar mogelijk worden gemitigeerd door het vormen van een btw-fiscale eenheid.

Beperking renteaftrek

In de vennootschapsbelasting is een saldo aan renten niet aftrekbaar voor zover dat meer bedraagt dan 30% van de gecorrigeerde winst, of als dat hoger is € 1 mln. Als de winst vanwege het coronavirus lager uitvalt, wordt ook de drempel van 30% van de gecorrigeerde winst lager en is een groter deel van de rente niet aftrekbaar. Overigens is niet aftrekbare rente in een later jaar mogelijk alsnog aftrekbaar (als er weer voldoende winst wordt gemaakt).

Substance-eisen

In de vennootschapsbelasting en dividendbelasting worden bij verschillende fiscale regelingen zogenoemde substance-eisen gesteld:

  • Rulingaanvragen
  • Informatieplicht dienstverleningslichamen
  • Doorstroomvennootschappen
  • Buitenlandse aanmerkelijk-belanghouders
  • CFC-maatregel
  • Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting
  • Bronbelastingen op rente en royalty’s (vanaf 2021)

De vraag is in hoeverre momenteel aan deze eisen kan worden voldaan, voorbeeld ten aanzien van bestuursvergaderingen als het niet meer mogelijk is om een land in te reizen.

Voorlopige aanslag

Wanneer de verwachting is dat de winst als gevolg van het coronavirus in 2020 lager uitvalt (bijvoorbeeld vanwege de vorming van een voorziening of een afwaardering zoals hierboven genoemd), kan worden verzocht om een verlaging van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting.

Wijzigen btw-aangifteperiodes

Voor ondernemers die dit nog niet hebben gedaan, kan het interessant zijn te onderzoeken of btw-aangifteperiodes kunnen worden gewijzigd. Zo kan het voor ondernemers die doorgaans in een te betalen btw-positie zitten, aantrekkelijk zijn per kwartaal aangifte te doen in plaats van per maand. Omgekeerd kan het voor ondernemers die normaalgesproken btw terugkrijgen van de fiscus, aantrekkelijk zijn deze btw maandelijks te ontvangen in plaats van per kwartaal. Terug te vragen btw kan op verzoek eventueel ook met andere, te betalen, belastingen (zoals de loonbelasting) worden verrekend.

Geen werk voor werknemers

Het is denkbaar dat werknemers op non-actief worden gesteld of worden ontslagen. In dat laatste geval moet wellicht een transitievergoeding worden betaald.

Onderzocht kan worden of voor toekomstige loonkosten of de transitievergoeding een fiscale voorziening kan worden gevormd. Een voorziening voor loondoorbetalingen aan werknemers die met onmiddellijke ingang op non-actief worden gesteld is mogelijk indien de werkgever duurzaam feitelijk geen of substantieel minder gebruik zal maken van diensten van zijn werknemer.

Werkgevers en werknemers

Voor werknemers die door het virus noodgedwongen hun dienstreizen of uitzendingen moeten uitstellen (of juist verlengen in verband met risico’s bij terugkeer), zullen de gevolgen vanuit inkomstenbelasting-, immigratie- en sociale zekerheidsperspectief moeten worden (her)beoordeeld.

Vanuit immigratieperspectief, wordt geadviseerd om rekening te houden met reisbeperkingen, afgifte van visa en werkvergunningen en gesloten luchthavens. Deze beperkingen kunnen zakelijke reizigers en assignments naar het buitenland en vanuit het buitenland beïnvloeden. Het is raadzaam om voor de reis te controleren of er beperkingen van toepassing zijn en wat de gevolgen kunnen zijn voor de zakelijke reiziger of de assignee.

Bedrijven en hun werknemers dienen ook rekening te houden met specifieke visumgevolgen voorafgaand aan voorgenomen reizen. Bijvoorbeeld bij visa die worden toegekend en binnen een bepaalde periode dienen te worden opgehaald en/of waarbij binnen een bepaalde periode dient te worden ingereisd.

Voorts dienen bedrijven zich bewust te zijn van eerdere reizen van werknemers (bijvoorbeeld naar hoog risico landen), en de impact hiervan op het afreizen naar bepaalde landen. De werknemer kan dan namelijk het risico lopen om 14 dagen in quarantaine te worden geplaatst waardoor zijn reis mogelijk zal worden vertraagd.

Bij verplicht thuiswerken kunnen zich in grensoverschrijdende situaties complicaties voordoen. Niet zozeer op sociaalrechtelijk terrein – de in België of Duitsland wonende grensarbeider blijft in Nederland sociaal verzekerd – maar wel op fiscaal terrein. Deze werknemers zijn voor hun ‘thuiswerkloon’ belast in hun woonstaat en niet meer in de werkstaat Nederland. Dit heeft verregaande gevolgen, ook administratief.

Maatregelen van het kabinet

Op 12 maart 2020 heeft het kabinet een aantal maatregelen voorgesteld om ondernemers tegemoet te komen. Op 17 maart 2020 heeft het kabinet vervolgens een fors aantal nieuwe (tijdelijke) maatregelen voorgesteld, waarbij de eerder voorgestelde maatregelen deels zijn vervangen.

Uitstel betaling van belasting

Ondernemers kunnen met een brief uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Dit geldt voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting en omzetbelasting (btw). Nadat het verzoek is ontvangen zet de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen stil en krijgen ondernemers per direct uitstel van betaling. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats. Ondernemers hoeven niet meteen de vereiste “verklaring van een derde-deskundige” mee te sturen.

Verlaging invorderings- en belastingrente

De invorderingsrente voor nog te betalen belastingen gaat vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingschulden.

Ook het tarief van de belastingrente gaat tijdelijk naar 0,01% (per 1 juni 2020 en voor de inkomstenbelasting per 1 juli 2020). Dit geldt voor alle belastingen waarbij belastingrente wordt berekend.

Geen verzuimboete

Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen van belastingen achterwege laten of terugdraaien. Dit geldt voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting en omzetbelasting (btw).

Noodloket

Er komt een compensatieregeling voor bepaalde bedrijven die het hardst zijn getroffen (bijvoorbeeld eet- en drinkgelegenheden) en tijdelijk de deuren moeten sluiten. Het betreft een vaste vergoeding van € 4.000 voor de periode van drie maanden.

Werktijdverkorting wordt vervangen door noodfonds overbrugging werkgelegenheid

Bedrijven die getroffen worden door de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus kwamen aanvankelijk in aanmerking voor de regeling werktijdverkorting. Dit was een regeling waar bedrijven een beroep op konden doen als zij door een calamiteit tijdelijk een verlies van werkuren hebben.

Gebleken is dat die regeling niet geschikt was voor de grote vraag naar werktijdverkorting. Om die reden wordt de regeling vervangen door een nieuwe regeling: de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

De nieuwe regeling geldt vanaf 1 maart 2020 en geeft een tegemoetkoming voor loonkosten bij omzetverlies. Een ondernemer die omzetverlies verwacht (minimaal 20%) kan bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies.  De werkgever betaalt zelf dus nog minimaal 10% van het loon. Het UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel blijven doorbetalen.

Er gelden wel een paar voorwaarden:

  • Er wordt in de subsidieperiode geen personeel ontslagen om bedrijfseconomische redenen.
  • De lonen worden doorbetaald. 

De oude regeling is stopgezet. Al ingediende aanvragen lopen mee onder de nieuwe regeling.

Tegemoetkoming zzp-ers

Er komt een nieuwe maatregel voor zzp-ers. Het betreft een tijdelijke ondersteuning voor zzp-ers zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. De nieuwe regeling geldt vanaf 1 maart 2020, voor een periode van drie maanden. Via een versnelde procedure kunnen zzp-ers voor die periode een aanvulling krijgen voor het levensonderhoud. Het betreft een aanvulling tot het sociaal minimum. Een voorschot is mogelijk.

Bij de toekenning vindt geen partnertoets, vermogenstoets of levensvatbaarheidstoets plaats. De ontvangen aanvulling hoeft niet te worden terugbetaald.

Ondersteuning is ook mogelijk in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage.

Tijdelijk uitstel energiebelasting

De heffing van de energiebelasting en/of de heffing van Opslag Duurzame Energie (ODE) voor bedrijven in de tweede, derde en vierde belastingschijf wordt tijdelijk uitgesteld. Het kabinet onderzoekt nog hoe dit kan worden vormgegeven.

Verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB-regeling is met ingang van 16 maart 2020 verruimd. Met de BMKB staat de overheid voor een deel borg voor bedrijven die een lening willen afsluiten, maar aan de betrokken financier (met name banken) niet genoeg zekerheden kunnen bieden.

Het borgstellingskrediet bedraagt 75% van het krediet dat de financier verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet.

Deze maatregel kan benut worden door bedrijven en is bestemd voor overbruggingskrediet of verhoging rekening courant-krediet bij een financier, met een maximale looptijd van één jaar.

Verruiming regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen gebruik maken van de GO-regeling. Het garantieplafond van de GO wordt verhoogd van € 400 miljoen naar € 1,5 miljard. Met de GO worden zowel het MKB als grote ondernemingen geholpen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties. Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar € 150 miljoen.

Uitstel en rentekorting microkredieten

Microkredietenverstrekker Qredits verstrekt kredieten aan kleine en startende ondernemers. Voor ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en wordt de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%.

Tijdelijk borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven

Voor de land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL). Daarmee staat de overheid borg voor de kredieten van agrarisch ondernemers. Het kabinet streeft ernaar om deze tijdelijke verruiming van de BL spoedig open te kunnen stellen.

Overleg met gemeenten

Het kabinet gaat in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de mogelijkheid om (voorlopige) lokale aanslagen aan ondernemers stop te zetten en al opgelegde aanslagen aan bedrijven in te trekken. Het gaat hierbij in het bijzonder om de toeristenbelasting. 

COVID-19

Relevante inzichten in hoe u kunt reageren op de ontwikkelingen en hoe u de veerkracht van uw onderneming kunt vergroten.

Lees meer