The better the question. The better the answer. The better the world works.

Hoe een nieuwe staalfabriek bijdraagt aan een schonere wereld

EY bouwde samen met de ondernemers stap voor stap aan een aantrekkelijke propositie voor investeerders en financiers.

Met een nieuwe combinatie van technologieën kun je vervuild staal geschikt maken voor hoogwaardig hergebruik én geld verdienen.
(Chapter breaker)
1

The better the question

Waarom stop je afgedankte treinstellen onder de grond als je ze ook kunt hergebruiken?

Met een nieuwe combinatie van technologieën kun je vervuild staal geschikt maken voor hoogwaardig hergebruik én geld verdienen.

Drie vasthoudende ondernemers waren er al jaren van overtuigd: met een nieuwe combinatie van technologieën kun je vervuild staal geschikt maken voor hoogwaardig hergebruik én geld verdienen.

Het idee werd uitgewerkt en bleek haalbaar. Met een innovatieve en gepatenteerde combinatie van bestaande technieken was het mogelijk vervuild schroot te ‘redden’ uit de afvalstromen en er een premium grondstof voor de staalindustrie van maken. Het resultaat: milieuwinst én financiële winst.

Maar er was natuurlijk wel geld nodig. De vraag was: hoe kregen ze de benodigde investering van 70 miljoen euro voor hun fabriek in Delfzijl rond?

EY bouwde samen met de ondernemers stap voor stap aan een aantrekkelijke propositie voor investeerders en financiers.
(Chapter breaker)
2

The better the answer

Een briljant ondernemersidee verdient een minstens even briljante business case

EY bouwde samen met de ondernemers stap voor stap aan een aantrekkelijke propositie voor investeerders en financiers.

Een goed ondernemersidee is mooi. Maar de stap van de tekentafel naar de praktijk is vaak lastig. Wat nodig is: een financieel goed doortimmerd plan waarin recht wordt gedaan aan alle belangen van betrokken partijen. EY bouwde samen met de ondernemers stap voor stap aan een aantrekkelijke propositie voor investeerders en financiers.

Briljant ondernemersidee zoekt geld

Die boodschap kwam de afgelopen jaren met regelmaat op het bureau van Errol Scholten terecht. De ondernemers in kwestie willen vaak liever vandaag dan morgen aan de slag en stellen Errol de vraag hoe ze snel bij financiers aan tafel kunnen komen. Begrijpelijk, maar niet altijd verstandig, zo stelt Errol, want het is vaak nodig om het plan eerst aan te scherpen en op een slimme manier de risico’s beter te beheersen, zodat het voor potentiële investeerders een aantrekkelijker voorstel wordt en het plan niet vroegtijdig wordt afgewezen

”In dit geval hadden de ondernemers haarfijn door dat een goede technologie nog geen garantie was voor succes en dat een goed doortimmerde business case essentieel was om hun fabriek te financieren. Als dat besef er niet was geweest, zou de fabriek er nooit gekomen zijn.”

Geldstromen en subsidies

In de basis was de business case al aantrekkelijk. Zonder subsidie was er sprake van een winstgevend model. De inkomsten kwamen uit twee kanten van het proces. Zowel het afvoeren van de afvalstromen als de verkoop van de grondstof leverde inkomsten op.

Toch had de business case had nog behoorlijk wat werk nodig voordat deze aantrekkelijk genoeg was voor investeerders en de risico’s goed beheersbaar waren voor banken BNG Bank en Rabobank. Het bleek een complexe puzzel waar EY samen met de ondernemers intensief aan werkte. Jan Henk Wijma, een van de drie ondernemers: “Ik dacht dat ik wel wat van financiering wist. Tot ik in de wereld van projectfinanciering en alle daarbij horende ratio’s terecht kwam. Dat is echt een bijzondere tak van sport.”

Terugkijkend op de afgelopen unieke jaren waarin hij zich ontwikkelde van werknemer tot ondernemer is zijn mooiste les dat veel partijen je in zo’n proces graag blijken te helpen. “Er gaan heel veel deuren open. Mensen willen graag helpen. Specifiek over EY: ook zij bleken bereid tijd te investeren om dit project mogelijk te maken.”

Risicomanagement

Een van de uitdagingen was de risico’s zoveel mogelijk te minimaliseren in de projectstructuur. Concreet betekende dit bijvoorbeeld duidelijke contractuele afspraken met aannemers Küttner en Visser & Smit Bouw (VSB) dat de bouw van de fabriek binnen budget en binnen de tijdslijnen bleef. Dit vergde in de praktijk aardig wat (onderhandelings)werk om alle details af te stemmen op eisen vanuit de financieringsstructuur. Ook op andere fronten kon het plan winnen aan kracht, bijvoorbeeld in de contractuele afspraken met partner Renewi over garanties voor lange termijn schrootinname (feedstock). Zonder die lange termijn zekerheden – die ook met mede aandeelhouder Jansen Recycling aan de verkoopkant aandacht behoefden - was het immers voor investeerders minder interessant.

Ook het doorvertalen van de belangen van de investeerders naar het plan hielp om dat plan sterker te maken. Zo wilde de Noordelijke regio wel investeren, met als voorwaarde bedrijvigheid en werkgelegenheid in de regio. Investeerder NIBC Mezzanine & Equity Partners deed graag mee en zag voor zichzelf ook aantrekkelijke groeipotentie en uitrol van dergelijke fabrieken naar andere landen. Een internationaal groeiperspectief dat ook voor Küttner – de eerder genoemde technische partner - een belangrijke rol speelde.

ETFF

En dan was er ook nog het Ministerie van Economische Zaken met haar programma Energietransitie Financieringsfaciliteit (ETFF), een programma gericht op het stimuleren van ‘nog niet volwassen’ deelmarkten binnen de energietransitie zoals aardwarmte, energiebesparing, energieopslag en biomassa met risicodragend vermogen. Dat was echter wel aan strikte voorwaarden gebonden en bij veel andere projecten bleken die voorwaarden vooralsnog een onneembare horde. PMC was het eerste project dat zich wist te kwalificeren, het resultaat van maandenlang puzzelen met de belangen en contractuele afspraken met partners.

Vervuild industrieel staal krijgt een tweede kans als hoogwaardige grondstof. Dat verlaagt de druk op het milieu én levert financiële winst op.
(Chapter breaker)
3

The better the world works

Schone broodjes grondstof bakken uit vervuild industrieel staal

Vervuild industrieel staal krijgt een tweede kans als hoogwaardige grondstof. Dat verlaagt de druk op het milieu én levert financiële winst op.

Nathalie van de Poel, Bert Bult en Jan Henk Wijma zagen in 2011 met lede ogen hoe veel met asbest vervuild treinschroot op de stortplaats belandde. In combinatie met ander industrieel afval van installaties, gebouwen en boorplatforms gaat het jaarlijks om tienduizenden tonnen. Het probleem was niet alleen asbest maar zat ook in stoffen als Chroom 6 – vaak gebruikt in roestwerende verf voor staal – en kwik – vaak aangetroffen op bijvoorbeeld gasbuizen en boorplatformen. De praktijk op dat moment: als het economisch haalbaar was werden de objecten schoongemaakt en vervolgens verkocht als grondstof schroot of als eindfabricaat. Was dat niet mogelijk, dan werd het naar de stort afgevoerd. Complete treinstellen verdwenen onder de grond.

Dat moest anders kunnen. Acht jaar later blijkt het ook echt anders te kunnen. Sterker nog: zodra PMC operationeel is, wordt het opslaan van staal in de grond verboden, als direct gevolg van de nieuwe optie die PMC biedt.

De door de ondernemers bedachte verwerkingsfabriek heeft een uniek recyclingproces dat de asbeststructuur elimineert en vervuiling zoals chroom 6 en kwik kan afvangen of neutraliseren. Wat al even uniek is, is dat het staal niet als laagwaardig schroot voor hergebruik wordt verkocht maar als premium grondstof. Het staal wordt daartoe gesmolten bij een temperatuur van 1.550°C en gevormd tot kleine broodjes, de zogenaamde Purified Metal Blocks. Voor de staalindustrie is dat veel aantrekkelijker dan het innemen van schroot, van wege onder meer de hogere densiteit en de homogene kwaliteit.

Vasthoudendheid

“Het was een traject waar je zowel als ondernemer als adviseur doorzettingsvermogen voor moet hebben en op elkaar moet kunnen rekenen. Ook als het even tegenzit en er vertraging optreedt”, zegt Scholten. Het is volgens hem aan die vasthoudendheid te danken dat het van de grond is gekomen. Want het gaat niet alleen vanwege de complexe belangen om een lastige uitdaging. “Het bijzondere van ditt geval is dat geen van de betrokken partijen een acuut probleem had om op te lossen. De bestaande situatie laten voortbestaan leverde op zich geen problemen op en dus was er van die kant geen prikkel om het op te lossen. Tegelijkertijd is er overall bekeken wel sprake van winst. Zowel financieel als voor het milieu.”

De maatschappelijke winst is dan ook evident. De fabriek draagt bij aan meer hergebruik van afval: veel van het afgedankte staalschroot belandt niet meer op de stort. Bovendien is de productie van staal uit hun broodjes veel minder energie-intensief dan de productie van staal uit ijzererts. Dat leidt tot een jaarlijkse besparing van 150.000 ton CO2.

Minstens even belangrijk is dat het proces zonder subsidie geld oplevert. PMC krijgt voor de inname van het materiaal het reguliere ‘gatefee-tarief’ dat ook op de stort betaald moet worden en aan de andere kant een opbrengst uit de verkoop van de ‘broodjes’ aan de staalindustrie. Het is dus op een winstgevende manier mogelijk om een sterke maatschappelijke verandering in gang te zetten.

Wat misschien nog wel het mooiste is: we staan nog maar aan het begin van die verandering als het aan de ondernemers ligt. In 2011 waren ze nog in de avonduren een plan aan het uitwerken naast hun gewone baan en droomden ze over een volwaardige fabriek. Nu die droom werkelijkheid is geworden is het tijd voor de volgende droom. Het proces is wereldwijd gepatenteerd en het probleem dat de fabriek in Nederland aanpakt speelt in veel landen op vergelijkbare wijze. En dus is het volgende doel ook al duidelijk: 10 fabrieken verspreid over Europa neerzetten. En daarmee een nog veel grotere bijdrage aan het milieu leveren.