Recente rechtspraak werpt een nieuw licht op de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling en meer bepaald met betrekking tot de BELSPO-aanmeldingen.
Enerzijds bevestigt het Hof van Cassatie (arrest dd. 2 april 2026) het belang van een correcte en volledige BELSPO-aanmelding. Zo moet deze aan de wettelijke voorwaarden voldoen, waaronder o.a. de opgave van een realistische einddatum welke een weerspiegeling dient te zijn van de realiteit. Een onrealistische einddatum (bv. 2099) betekent dat de aanmelding niet voldoet aan de toepassingsvoorwaarden zoals voorzien door de wetgever en kan resulteren in een verwerping van de vrijstelling bij een fiscale controle.
Anderzijds oordeelde de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen (Brugge) op 24 april 2026 dat structurele tekortkomingen in het BELSPO-aanmeldingssysteem het in de praktijk onmogelijk kunnen maken voor belastingplichtigen om het bewijs van een correcte en volledige BELSPO aanmelding te leveren bij een fiscale controle. Wanneer dit leidt tot een schending van de rechten van verdediging, kan dit zelfs resulteren in de vernietiging van de gevestigde aanslagen, zij het dat deze uitspraak nog onder voorbehoud is van een eventueel hoger beroep.
Samen onderstrepen deze uitspraken het evenwicht tussen formele vereisten en rechten van verdediging: enerzijds wordt het belang van een correcte en onderbouwde aanmelding bevestigd, anderzijds wordt erkend dat ook het administratieve kader betrouwbaar en controleerbaar moet zijn. Deze evolutie is bijzonder relevant in het kader van lopende controles en betwistingen.
Wissel je hierover graag even van gedachten of wil je aftoetsen wat dit kan betekenen voor jouw organisatie, neem gerust contact op met onze experten.