Twee medewerkers controleren productiedata op een tablet en een notitieblok

Vrijstelling doorstorting BV ploegenarbeid: begrip ‘ploegenpremie’


Intro

De vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid is een onderwerp dat in beweging blijft. Na de circulaire zoals gepubliceerd in juli 2025 (zie link naar onze alert hierover) in verband met de voorwaarde van (gelijke) omvang werd nu ook het antwoord op een parlementaire vraag gepubliceerd dat een andere belangrijke voorwaarde van deze vrijstelling verduidelijkt: de fiscaal in aanmerking komende ploegenpremie.

Ter herinnering: om de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegen- dan wel nachtarbeid te kunnen toepassen dient een premie betaald te worden die:

  • Voor ploegenarbeid: betaald wordt naar aanleiding van het werken in ploeg en het bruto uurloon met minstens 2% verhoogt;
  • Voor nachtarbeid: betaald wordt naar aanleiding van het werken gedurende de nacht en het bruto uurloon met minstens 12% verhoogt.

Daarenboven dienen de premies vanaf 1 april 2024 ook te zijn opgenomen in een CAO, het arbeidsreglement of de individuele arbeidsovereenkomst.
 

Inhoud parlementaire vraag

In theorie lijken deze voorwaarden makkelijk voldaan en bewezen op moment van een eventuele controle. Echter, in praktijk werd tijdens verschillende controles vanwege de Belgische belastingadministratie geopperd dat een (ploegen- of nacht)premie die ook betaald wordt indien een werknemer, die normaal in ploeg werkte maar dat uitzonderlijk niet deed (door bijvoorbeeld het volgen van een verplichte opleiding), deze premie toch ontving de aard van de ploegenpremie werd betwist. Met andere woorden, er werd gesteld dat de premie niet langer betaald werd naar aanleiding van ploegen- dan wel nachtarbeid. Door die uitzonderlijke situatie waarin de premie werd betaald, voldeed de betaalde premie bijgevolg niet langer aan de voorwaarden om fiscaal aanzien te worden als een ploegenpremie en werd de volledig gevraagde vrijstelling (dus niet enkel voor die werknemer in de uitzondering) op de helling gezet.

Het antwoord op de gestelde parlementaire vraag (CRIV 56 COM 285, 08)  biedt hier toch alvast wat houvast teneinde deze alles-of-niets gevolgtrekkingen te vermijden en kan ze voor bepaalde broodnodige stoffering zorgen bij hangende en toekomstige zaken.

De parlementaire vraag stelt immers expliciet de volgende deelvragen:

  • 'Op welke manier heeft een opleiding buiten de ploeguren impact op het systeem van ploegenarbeid?’
  • ‘Wat is de economische of fiscale rationaliteit om het fiscale gunstregime te doen vervallen als een activiteit die uiteindelijk geen impact heeft op het systeem van ploegenarbeid, wordt uitgeoefend door de begunstigde van een ploegenpremie?’
  • ‘Bent u bereid een omzendbrief te sturen die ertoe strekt dat het volgen van een opleiding buiten de ploeguren niet leidt tot het vervallen van de korting op de bedrijfsvoorheffing?’

Na een herhaling van de algemene voorwaarden betreffende de ploegenpremie in het oog van deze fiscale vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid, wordt uitdrukkelijk gesteld dat “als een werknemer overeenkomstig zijn arbeidsregeling in ploegenarbeid is tewerkgesteld, maar bij wijze van uitzondering op een bepaalde dag geen ploegenarbeid heeft verricht en op grond van wettelijke verplichtingen of arbeidsrechtelijke afspraken met de werkgever toch recht heeft op de toekenning van de ploegenpremie, bijvoorbeeld wanneer de arbeidsovereenkomst is geschorst wegens ziekte of (...) bij het volgen van een opleiding met doorbetaling van het loon door de werkgever, dan wordt de premie geacht nog steeds te zijn toegekend naar aanleiding van het verrichten van ploegenarbeid, op voorwaarde dat de ziekte- of opleidingsdag samenvalt met een arbeidsdag waarop de betrokken werknemer overeenkomstig zijn arbeidsregeling in ploegenarbeid zou zijn tewerkgesteld. De werkgever moet dan wel aantonen dat hij in dergelijke gevallen verplicht is de premie toe te kennen. Dat bewijs kan onder meer blijken uit een wettelijke verplichting, een collectieve arbeidsovereenkomst of een arbeidsreglement.”

Bijgevolg heeft een betaling van een ploegenpremie tijdens bijvoorbeeld een opleidingsdag of ziekte geen impact op de aard van de premie als fiscale premie in aanmerking komend voor deze vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in het geval volgende voorwaarden cumulatief voldaan zijn:

  • Normaliter (i.e. indien de andere activiteit niet zou plaatsvinden) zou de werknemer in ploegenarbeid tewerkgesteld zijn; én
  • De werkgever moet kunnen aantonen dat hij verplicht is in dat geval de premie te betalen door bijvoorbeeld een wettelijke verplichting, een CAO of het arbeidsreglement.

Het antwoord focust niet op elke deelvraag die gesteld werd en laat op die manier nog enkele onduidelijkheden bestaan. Daarenboven wordt niet verduidelijkt of deze veronderstelling ook kan gelden voor de betaalde nachtpremie met het oog op de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid. Eventueel volgen zulke verduidelijkingen nog in een latere fase, bijvoorbeeld door antwoord op de nog hangende parlementaire vraag in verband met hetzelfde onderwerp (nr 0626, 56).
 

Wat nu?

De parlementaire vraag bevestigt de focus op dit onderwerp in het kader van de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid maar geeft ondernemingen geen vrijgeleide. Het blijft cruciaal te analyseren welke documentatie is opgesteld omtrent de betaling van de premie aan de ene kant en voor welke situaties/aan wie de premie in de praktijk effectief betaald wordt langs de andere kant. Aarzel niet ons te contacteren indien uw onderneming ondersteuning bij deze oefening zou kunnen gebruiken.

Randopmerking: Naast bovenstaande vraag en antwoord, werd tevens een andere relevante vraag gesteld aangaande de ploegvrijstellingsmaatregel, met name rond de aflopende bis-regeling en tolerantie (zie onze eerder alert hierover). De minister bevestigt de strikte toepassing van de tolerantiegrens ten belope van 10% -‘want deze houdt rekening met de realiteit op de werkvloer’-alsook de eerdere berichtgeving (in het regeerakkoord) dat in een definitieve regeling moet worden voorzien, die de fundamenten van het voordeel garandeert. De verwachting is dat zulks in de loop van dit jaar wordt uitgewerkt gelet op de uitdoving van de tijdelijke bis-maatregel eind 2026.