Rapport schetst dat 30-jaarstermijn bij de hypotheekrenteaftrek vanaf 2031 tot grote uitvoerings- en handhavingsproblemen kan leiden en werkt meerdere oplossingsrichtingen uit
De Staatssecretaris van Financiën heeft een ambtelijk rapport aangeboden waarin de problematiek rond de 30 jaarstermijn van de hypotheekrenteaftrek wordt beschreven en mogelijke oplossingsrichtingen worden uitgewerkt.
De onderzoekers beschrijven dat de 30-jaarstermijn sinds 2001 geldt en inhoudt dat hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is. Na afloop vervalt het recht op aftrek en gaat een eventuele restschuld over naar box 3.
Vanaf 1 januari 2031 loopt de termijn af voor de eerste grote groep belastingplichtigen. De problematiek betreft met name leningen die onder het overgangsrecht vallen (bestaande eigenwoningschulden). Voor veel belastingplichtigen is niet duidelijk of en in hoeverre de 30 jaarstermijn al is benut.
De onderzoekers signaleren dat de Belastingdienst en belastingplichtigen vaak niet beschikken over voldoende historische gegevens om het recht op aftrek vast te stellen en te controleren. Complexe situaties, zoals wijzigingen in eigendom en verhuizingen, vergroten deze onzekerheid. Dit maakt de regeling volgens de onderzoekers in de praktijk complex en moeilijk uitvoerbaar en handhaafbaar.
De onderzoekers achten besluitvorming noodzakelijk om de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid te waarborgen. Zonder nadere maatregelen kunnen zich vanaf 2031 knelpunten voordoen.
Het rapport werkt verschillende oplossingsrichtingen uit, waaronder:
- beëindiging van de hypotheekrenteaftrek voor bestaande leningen (al dan niet met overgangsmaatregelen);
- uitstel van beëindiging tot een later tijdstip;
- het beperken of loslaten van de doorwerking van verstreken jaren bij nieuwe leningen;
- een geleidelijke afbouw van de aftrek.
De onderzoekers benadrukken dat elke optie gevolgen heeft voor belastingplichtigen, de budgettaire opbrengst en de uitvoerbaarheid.
Het gehele rapport vindt u hier.