EY window bird fly

Transitiemonitor Wet toekomst pensioenen: de laatste stand van zaken


Gerelateerde topics

De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is complex. Ontdek de laatste inzichten en uitdagingen.


In het kort:

  • De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel verloopt goed, maar er zijn aanzienlijke uitdagingen en tijdsdruk.
  • De Transitiemonitor biedt inzicht in de voortgang en knelpunten, met een focus op samenwerking tussen alle betrokken partijen.
  • Het Leaders in Finance Pensioenenevent op 10 april biedt een kans om deze inzichten verder te bespreken en te leren van experts, waaronder regeringscommissaris Fieke van der Lecq.

De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is een van de meest ingrijpende hervormingen in de Nederlandse pensioengeschiedenis. Voor pensioenfondsen, werkgevers en deelnemers betekent dit een complexe, maar noodzakelijke aanpassing. Waar staan we nu? Welke uitdagingen liggen er nog in het verschiet? En wat kunnen we leren van de koplopers? Hildegard Elgersma, sectorleider pensioenen bij EY, gaat in gesprek met Tim Burggraaf, pensioenfondsen consulting leider bij EY over de observaties uit de meest recente Transitiemonitor Wet toekomst pensioenen.
De Transitiemonitor brengt in kaart hoe de overgang naar het nieuwe stelsel vordert. Het geeft inzicht in de mijlpalen die zijn bereikt, maar ook in de knelpunten en succesfactoren per fase. Daarnaast biedt de monitor een overzicht van de gemaakte keuzes en hun impact. De uitvoering van de Transitiemonitor ligt bij EY, een waardevolle en uitdagende opdracht binnen deze grootschalige stelselwijziging.

De nieuwste Transitiemonitor is uit. Wat zijn de belangrijkste observaties?

“Over het algemeen verloopt de transitie goed. De meeste pensioenfondsen hebben hun transitieplannen ingediend, een belangrijke mijlpaal. In totaal valt ongeveer 96% van de pensioendeelnemers onder een ingediend transitieplan. Dat is een grote stap. De volgende fase, het implementatieplan, moet vooralsnog uiterlijk op 1 juli 2025 ingediend zijn. Daar zit een uitdaging: er is nog veel werk te doen in beperkte tijd. We zien dat minder fondsen per 1 januari 2025 zijn overgaan dan aanvankelijk gepland. Oorspronkelijk waren dat er 25, nu nog maar drie. Hierdoor kunnen we minder leren van de koplopers en ontstaat een opstopping richting de einddatum in 2027. Bij verzekeraars zien we zelfs nog meer uitstel,”

Zie je dat terug in de spreiding van overgangsdata?

“Ja, we zien twee pieken ontstaan: een in januari 2026 en een in januari 2027. Fondsen die tussentijds willen overgaan, lopen tegen complexiteiten aan, zoals de beschikbaarheid van accountants- en vermogensbeheerdata. Daarnaast speelt een mogelijke wetswijziging een rol. Als deze wordt aangenomen, verschuift de einddatum van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028, en wordt de deadline van 1 juli 2025 voor implementatieplannen flexibeler. Maar die wet is nog niet door de Tweede Kamer, en daar wordt stevig over gediscussieerd. Toch lijken veel partijen, waaronder de minister, De Nederlandsche Bank en de AFM, al op deze wijziging vooruit te lopen. Dat is risicovol. Als de wet niet doorgaat, moeten fondsen opeens in een veel korter tijdsbestek schakelen.”

Dat is inderdaad een belangrijke waarneming. Zijn er nog andere observaties?

“Ja, een relevante observatie betreft de pensioenopbouw. Blijft die op peil? Gaan we meer of minder doen dan onder het oude stelsel? Wat we zien, is dat de premie in het nieuwe stelsel gemiddeld vergelijkbaar is met die in het oude stelsel. Er zijn echter uitzonderingen. Sommige fondsen betaalden in het verleden meer premie dan fiscaal toegestaan in het nieuwe stelsel en moeten hun premie nu verlagen. Bij verzekerde regelingen, zoals PPI’s en verzekeraars, ligt de premie gemiddeld 5% lager dan bij pensioenfondsen. Wat betreft de kosten zien we dat de transitiekosten vaak hoger uitvallen dan verwacht. De overgang blijkt complexer en tijdsintensiever. Bovendien zijn in bijna de helft van de gevallen de kosten per deelnemer na de transitie hoger dan vóór de transitie. Dit is opvallend, omdat de verwachting was dat het nieuwe stelsel efficiënter zou zijn.”

Hoe kijken IT-providers en uitvoerders eigenlijk naar de transitie?

“We hebben IT-providers en uitvoerders gevraagd naar hun ervaringen. Over het algemeen is er vertrouwen: 41% geeft aan er volledig achter te staan, en 46% is neutraal. Dat is positief. Een belangrijke succesfactor is samenwerking. De wet hanteert bepaalde faseringen, maar in de praktijk werkt het beter als partijen hun processen samen aanpakken. Sociale partners, pensioenfondsen en IT-providers moeten vroegtijdig en gezamenlijk optrekken om onverwachte problemen en extra kosten te voorkomen.”

Hoe vullen de Transitiemonitor en de rapportage van regeringscommissaris Fieke van der Lecq elkaar aan?

“De Transitiemonitor is feitelijk en brengt in kaart hoe de transitie ervoor staat, zonder advies te geven over hoe het anders kan of moet. De regeringscommissaris, Fieke van der Lecq, heeft een adviserende rol richting de overheid en helpt bij het identificeren van structurele knelpunten en mogelijke verbeteringen. Haar rapportage en onze monitor vullen elkaar aan en worden door de minister gebruikt om de Kamers te informeren. Van der Lecq speelt een cruciale rol in deze transitie. Haar inzichten helpen beleidsmakers, uitvoeringsorganisaties en toezichthouders om tot oplossingen te komen voor de uitdagingen die we onderweg tegenkomen.”
Tot slot, waar moeten pensioenfondsen en uitvoerders zich de komende tijd op richten?
“Als we vooruitkijken, dan is tijdsplanning absoluut cruciaal. De opstopping richting 2027 is een risico, en fondsen doen er goed aan hun planning kritisch te bekijken. Daarnaast blijft kostenbeheersing een belangrijk aandachtspunt. De transitie wordt duurder dan aanvankelijk ingeschat, en dat kan gevolgen hebben voor deelnemers. IT blijft een grote uitdaging. Niet alleen moeten uitvoerders en pensioenfondsen hun systemen aanpassen aan de nieuwe wetgeving, maar ze moeten ook rekening houden met datamigratie en integratie van nieuwe technologieën. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen fondsen, IT-providers en toezichthouders. En dan is er nog het juridische aspect: fondsen moeten goed blijven volgen hoe de regelgeving zich ontwikkelt. Als de wet inderdaad wordt aangepast en de einddatum opschuift naar 2028, geeft dat lucht. Maar zolang die zekerheid er niet is, blijft voorbereiding op een 2027-deadline verstandig.

 

Al met al staan we aan de vooravond van een uitdagende periode. De komende maanden zullen cruciaal zijn voor de verdere invulling van de transitie. Dit en meer komt ongetwijfeld ook aan bod op het Leaders in Finance Pensioenenevent op 10 april, waar wij een toelichting zullen geven op de transitiemonitor en daarna zitting hebben in het strategie panel samen met Fieke van der Lecq, Jochem Dijkmeester (DNB) en Gerard van Rooijen (Nationale Nederlanden). Een bijeenkomst die iedereen die betrokken is bij deze transitie niet mag missen.”

Samenvatting

De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is een ingrijpende verandering die vraagt om samenwerking en goede planning. De Transitiemonitor biedt waardevolle inzichten in de huidige status en de uitdagingen die voor ons liggen. Dit artikel bespreekt de belangrijkste observaties en wat dit betekent voor de toekomst.

Lees ook

Pensioensector biedt kansen voor jongeren die impact willen maken

Ontdek hoe experts verjonging in pensioenfondsen bespreken voor een evenwichtige toekomst en frisse perspectieven in de sector.

Hoe APG balanceert tussen mens, wet en AI

Veiligheid gaat boven snelheid, verzekert Ollivier Trouw (APG): we moeten ons vooral realiseren welk probleem een nieuwe technologie oplost.

Hoe je de doorsnee lezer over duurzaamheid vertelt

Ronald van Dijk en Joël Habets (Pensioenfonds Rail & OV) over hun duurzaamheidsverslag. “Schrijven scherpt je eigen denken.”

    Over dit artikel