Kabinet werkt opties uit ter verbetering van de vermogensaanwasbelasting tot een vermogenswinstsystematiek gerealiseerd is
De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk uiteengezet hoe het kabinet de komende periode omgaat met de hervorming van box 3 en het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, dat door de Tweede Kamer is aangenomen en nu bij de Eerste Kamer ligt. De staatssecretaris laat weten dat het kabinet vasthoudt aan invoering van een heffing over werkelijk rendement per 2028, maar tegelijk openstaat voor verbeteringen aan het huidige voorstel en werkt aan een verdere doorontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting.
Aanpassingen
De staatssecretaris merkt op dat het kabinet overweegt het box 3 stelsel aan te passen. In dat kader onderzoekt het kabinet in de eerste plaats of de effecten van de vermogensaanwasbelasting per 2028 kunnen worden bijgesteld, met het oog op het realiseren van voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak. Daarbij wordt, naast andere mogelijke aanpassingen, ook gekeken naar de invoering van een achterwaartse verliesverrekening van één jaar met ingang van 1 januari 2029, zoals eerder voorgesteld in een amendement.
De Belastingdienst brengt momenteel in kaart welke capaciteit nodig is voor de invoering van een dergelijke achterwaartse verliesverrekening en in hoeverre deze maatregel inpasbaar is binnen de bestaande ICT portfolio. Indien een aanpassing van het wetsvoorstel mogelijk blijkt en daarvoor dekking kan worden gevonden, kan deze worden meegenomen in het pakket Belastingplan 2027, bijvoorbeeld via een novelle, afhankelijk van de aard en omvang van de wijzigingen.
Daarnaast zal het kabinet inzetten op een verdere doorontwikkeling van box 3 naar een vermogenswinstbelasting, zo snel mogelijk na 2028. De staatssecretaris is voornemens de Kamer vóór de zomer nader te informeren over het traject van deze doorontwikkeling.
Startups en scale-ups
De staatssecretaris merkt verder nog op dat in het wetsvoorstel een uitzondering op de vermogensaanwassystematiek is opgenomen voor aandeelhouders of houders van winstbewijzen in startende ondernemingen. Omdat de in het huidige wetsvoorstel opgenomen definitie van startende ondernemingen volgens de bewindsman onvoldoende aansluit bij de kenmerken van startups en scale-ups, wordt in samenwerking met de minister van Economische Zaken en Klimaat en in overleg met de sector gewerkt aan een definitie die beter voldoet. Deze definitie wordt met ingang van 1 januari 2028 in de Wet werkelijk rendement box 3 opgenomen. Een separaat wetsvoorstel hierover wordt in maart gepubliceerd ter internetconsultatie.
De gehele Kamerbrief vindt u hier.