Aftrekbaarheid advieskosten BV

Hof oordeelt dat advieskosten voor herstructurering ter voorkoming van dubbele heffing door Amerikaanse fiscale wetgeving aftrekbaar zijn; kosten voor aangifte aandeelhouder kwalificeren als uitdeling

Hof Den Haag heeft recentelijk geoordeeld dat advieskosten die zijn gemaakt in verband met een herstructurering ter voorkoming van economische dubbele heffing als gevolg van Amerikaanse belastingwetgeving bij de BV aftrekbaar zijn. Deze kosten worden door het hof aangemerkt als zakelijke kosten die ten laste van de winst van de BV kunnen worden gebracht. Het deel van de advieskosten dat betrekking heeft op de fiscale aangifte van de enig aandeelhouder en bestuurder wordt door het hof anders beoordeeld. Volgens het hof hebben deze kosten een privékarakter. Om die reden zijn deze kosten niet aftrekbaar bij de BV en kwalificeren zij als een uitdeling aan de aandeelhouder.

Onderhavige zaak

Een BV maakt advieskosten waarvan een deel betrekking heeft op een herstructurering ter voorkoming van economische dubbele heffing als gevolg van Amerikaanse belastingwetgeving (in casu ging het om de Global Intangible Low-Taxed Income (GILTI)-wetgeving) en een ander deel op de Amerikaanse belastingaangifte van de enig aandeelhouder en bestuurder van de BV. De inspecteur vindt dat de advieskosten niet aftrekbaar zijn bij de BV en merkt het merendeel van de kosten aan als verkapte winstuitdeling. 

Onttrekking en uitdeling

Kosten bij een vennootschap zijn niet aftrekbaar als sprake is van een onttrekking. Volgens het hof is sprake van een onttrekking wanneer vermogensbestanddelen het vermogen van de vennootschap definitief verlaten en op grond van de vennootschappelijke betrekkingen in het vermogen van de aandeelhouder terechtkomen. Indien een dergelijke onttrekking plaatsvindt uit winst, winstreserves of in het vooruitzicht van te maken winst, kan dit onder omstandigheden worden aangemerkt als een winstuitdeling. Daarvoor is vereist dat de vermogensverschuiving is bedoeld om de aandeelhouder als zodanig te bevoordelen en dat zowel de vennootschap als de aandeelhouder zich daarvan bewust was of had moeten zijn. Het hof merkt daarbij op dat de inspecteur die stelt dat sprake is van een winstuitdeling, de relevante feiten en omstandigheden moet stellen en bij betwisting aannemelijk moet maken dat aan deze voorwaarden is voldaan.

Advieskosten voor herstructurering

Het hof oordeelt dat de inspecteur voor de advieskosten die samenhangen met de Amerikaanse belastingclaim en de herstructurering niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een vermogensverschuiving van de BV naar de aandeelhouder. Het hof kwalificeert deze advieskosten als kosten met een zakelijk karakter. Volgens het hof is niet aannemelijk geworden dat sprake is van een zodanige wanverhouding tussen de hoogte van de kosten en het nut daarvan voor de onderneming dat een redelijk denkend ondernemer niet zou kunnen volhouden dat deze uitgaven zijn gedaan in het belang van de onderneming. Dit leidt ertoe dat deze gemaakte advieskosten voor de vennootschapsbelasting als zakelijke kosten kunnen worden aangemerkt en ten laste van de winst van de BV kunnen worden gebracht. Volgens het hof is daarom geen sprake van een onttrekking aan het vermogen van de BV met betrekking tot deze advieskosten.

Advieskosten belastingaangifte aandeelhouder

Het hof stelt vast dat een deel van de advieskosten ziet op werkzaamheden die voortvloeien uit de fiscale aangifte- en rapportageverplichtingen van de aandeelhouder (bestuurder) in de Verenigde Staten. Hoewel de daarvoor gebruikte formulieren gegevens bevatten over de BV en/of haar dochtermaatschappijen, waren deze werkzaamheden volgens het hof gericht op het vaststellen van de Amerikaanse inkomstenbelastingpositie van de aandeelhouder. Daarbij wijst het hof erop dat de formulieren door of namens de aandeelhouder zijn ingediend en dat niet is gebleken dat de werkzaamheden verband hielden met de naleving van de Amerikaanse GILTI-wetgeving. Om die reden kwalificeert het hof de werkzaamheden als een persoonlijke aangelegenheid van de aandeelhouder en acht het aannemelijk dat de kosten uitsluitend zijn gemaakt ter bevrediging van diens persoonlijke behoeften. Volgens het hof vloeit de daarmee samenhangende vermogensverschuiving voort uit de vennootschappelijke betrekkingen tussen de BV en de aandeelhouder en niet uit de arbeidsrelatie, zodat sprake is van een onttrekking. Daarnaast acht het hof aannemelijk dat ook is voldaan aan de vereisten voor een uitdeling, nu sprake is van een privékarakter van de kosten, er slechts één aandeelhouder is en de kosten niet op de aandeelhouder zijn of zullen worden verhaald.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.