Beantwoording Kamervragen over verhouding vermogensaanwasbelasting box 3 en EVRM

Staatssecretaris beantwoordt vragen over de vermogensaanwasbelasting, de individuele buitensporige last en de werking van het heffingsvrije resultaat

De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk Kamervragen beantwoord over de voorgestelde Wet werkelijk rendement box 3, met name over de verhouding van de vermogensaanwasbelasting tot het verbod op een individuele en buitensporige last onder artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en over de uitwerking van het heffingsvrije resultaat bij verschillende rendementsprofielen. 

Individuele en buitensporige last?

In de kern licht de staatssecretaris toe dat het wetsvoorstel op stelselniveau is getoetst aan hogere rechtsnormen en dat bij heffing over het werkelijke rendement in de regel geen sprake zal zijn van een individuele en buitensporige last. Daarbij wordt benadrukt dat een dergelijke last afhankelijk is van alle feiten en omstandigheden van het individuele geval en dat dit toetsingskader niet beperkt is tot box 3. 

De staatssecretaris geeft aan dat met de vermogensaanwasbelasting een inkomstenbelasting wordt geheven van 36% over het werkelijke rendement. Omdat de belasting niet hoger kan zijn dan het behaalde rendement, zal een belastingplichtige volgens de bewindsman in de regel niet hoeven in te teren op zijn vermogen. Ook belastingheffing over ongerealiseerde waardestijgingen leidt volgens hem niet automatisch tot een individuele en buitensporige last, aangezien belastingplichtigen in dat opzicht niet anders worden behandeld dan anderen. 

Liquide middelen

De staatssecretaris merkt op dat belastingplichtigen zelf verantwoordelijk zijn om tijdig voldoende liquide middelen beschikbaar te hebben om hun aanslag te voldoen, ook wanneer sprake is van vermogensbestanddelen zonder kasstroom. Uit eerder onderzoek blijkt volgens hem dat het merendeel van de belastingplichtigen met niet-liquide vermogensbestanddelen geen betalingsproblemen ondervindt, zowel onder het huidige box 3-stelsel als naar verwachting onder de vermogensaanwasbelasting. Daarnaast kunnen betalingsregelingen in veel gevallen uitkomst bieden. 

Verliesverrekening

Verder gaat de staatssecretaris in op de verliesverrekening binnen het voorgestelde stelsel. Het wetsvoorstel voorziet in een onbeperkte voorwaartse verliesverrekening om te voorkomen dat waardestijgingen die uiteindelijk niet worden gerealiseerd, definitief worden belast. Daarnaast overweegt het kabinet een achterwaartse verliesverrekening in te voeren, waarbij wordt gekeken naar uitvoerbaarheid en budgettaire gevolgen. 

Heffingsvrije resultaat

Ten aanzien van het heffingsvrije resultaat erkent de staatssecretaris dat belastingplichtigen met een volatiel rendement over meerdere jaren gemiddeld meer belasting kunnen betalen dan belastingplichtigen met een stabiel rendement, ook bij een gelijk totaalrendement. Dit effect doet zich zowel voor bij de vermogensaanwas- als bij de vermogenswinstsystematiek. Volgens de bewindsman is dit een bekend en onderkend nadeel van het heffingsvrije resultaat. De staatssecretaris gaat in op een motie waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken of een overdraagbaar heffingsvrij resultaat de gesignaleerde ongelijkheid zou mitigeren. Uit onderzoek blijkt dat een dergelijke aanpassing in strijd is met een van de beleidsdoelen, namelijk het beperken van het aantal belastingplichtigen dat aangifte moet doen voor box 3. Daarnaast zijn er volgens de bewindsman negatieve budgettaire gevolgen die volgens de begrotingsregels gedekt moeten worden. Daar komt bij dat een overdraagbaar heffingsvrij resultaat voor de Belastingdienst moeilijk uitvoerbaar is. Het kabinet is alles overziend niet voornemens om een overdraagbaar heffingsvrij resultaat te introduceren in het toekomstige box 3-stelsel. 

De gehele Kamerbrief vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.