CPB analyseert hoe het Nederlandse belastingstelsel bijdraagt aan toenemende economische verschillen en welke beleidsrichtingen denkbaar zijn
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft recentelijk onderzocht hoe economische ongelijkheid in Nederland zich ontwikkelt en welke rol het belastingstelsel daarbij speelt. Het CPB constateert dat inkomens- en vermogensverschillen op verschillende terreinen toenemen en dat het huidige belastingstelsel deze ontwikkeling niet altijd afremt en soms zelfs versterkt.
Toenemende inkomens- en vermogensverschillen
In het rapport wordt aangegeven dat het aandeel van het totale inkomen dat bij de hoogste inkomensgroepen terechtkomt is gestegen. Zo nam tussen 2011 en 2019 het inkomensaandeel van de top 1% toe van 12% naar 15%. De totale vermogensongelijkheid lijkt op het eerste gezicht stabiel, maar het CPB merkt op dat de verschillen tussen specifieke groepen toenemen. Daarbij gaat het onder meer om de verschillen tussen eigenwoningbezitters en huurders, en tussen (voormalige) directeuren-grootaandeelhouders en andere typen werkenden.
Gevolgen voor kansengelijkheid en welvaart
Volgens het CPB kunnen toenemende economische verschillen leiden tot minder kansengelijkheid en een lagere toekomstige welvaart. In het rapport wordt erop gewezen dat het vermogen van kinderen steeds sterker samenhangt met het vermogen van hun ouders, met name aan de top van de vermogensverdeling. Zolang verschillen voortkomen uit talent, inspanning en ondernemerschap dragen zij bij aan de welvaart. Het CPB geeft aan dat dit anders ligt wanneer kansen in toenemende mate worden bepaald door de sociaaleconomische achtergrond. In dat geval kunnen delen van de bevolking hun potentieel minder goed benutten, wat nadelig is voor de totale welvaart. Daarnaast merkt het CPB op dat concentratie van economisch vermogen kan leiden tot economische machtsconcentratie, verminderde productiviteit en minder economische dynamiek.
Rol van het belastingstelsel
Het CPB stelt vast dat het Nederlandse belastingstelsel deze ontwikkelingen onvoldoende corrigeert. Hoewel de inkomstenbelasting formeel progressief is, hebben welvarende huishoudens meer mogelijkheden om hun belastingdruk te beperken. Het CPB geeft aan dat dit onder meer samenhangt met het onderbrengen van inkomen en vermogen in een besloten vennootschap. Hierdoor kan belastingheffing in box 2 langdurig worden uitgesteld en kan vermogen fiscaal gunstiger renderen dan in box 3. Dit vergroot volgens het CPB de verschillen tussen de hoogste inkomens- en vermogensgroepen en andere huishoudens. Ook merkt het CPB op dat de erf- en schenkbelasting door ruime vrijstellingen slechts beperkt bijdraagt aan het afremmen van vermogensconcentratie. Daarnaast zorgen fiscale regelingen rondom het eigenwoningbezit en pensioenopbouw ervoor dat huishoudens met een gelijk bruto-inkomen te maken kunnen krijgen met sterk uiteenlopende belastingdrukken.
Beleidsrichtingen voor minder verstoringen
Om te voorkomen dat het belastingstelsel verder bijdraagt aan toenemende verschillen, beschrijft het CPB verschillende beleidsrichtingen. Het CPB geeft aan dat het afschaffen of verbeteren van fiscale regelingen die niet doelmatig of doeltreffend zijn, kan leiden tot minder economische verstoringen en een gelijkere belastingdruk. Voorbeelden zijn onder meer de arbeidskorting, de hypotheekrenteaftrek en het lage tarief in de vennootschapsbelasting. Daarnaast merkt het CPB op dat fiscale prikkels beter kunnen worden gericht op ondernemerschap, innovatie en risicobereidheid, bijvoorbeeld door fiscaal gedreven constructies en uitstelmogelijkheden te beperken.
Belastingen meer naar draagkracht
Verder bespreekt het CPB opties om belastingen meer naar draagkracht te heffen. Volgens het CPB kan dit onder meer door arbitragemogelijkheden tussen verschillende inkomens- en vermogensvormen te verkleinen, vermogensoverdrachten zwaarder te belasten en fiscale faciliteiten voor grote vermogens te beperken. Het CPB benadrukt dat het belastingstelsel hierbij een belangrijke rol speelt in het bevorderen van een evenwichtige verdeling en een duurzame economische welvaart.
Het gehele rapport vindt u hier.