Kabinet wil geen overdrachtsbelasting van 100% voor woningkopers van buiten de EU
De staatssecretaris van Financiën heeft, mede namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Kamervragen beantwoord over de belastingheffing van woningkopers van buiten de EU.
De staatssecretaris merkt op dat het aantal kopers van buiten de EU zeer beperkt is. Vervolgens gaat hij in op de prijsvorming op de woningmarkt. De staatssecretaris geeft aan dat als er meer vraag is, dat een prijsopdrijvend effect heeft. In de huidige Nederlandse woningmarkt, waarin het aanbod van woningen schaars is, vindt dat effect versterkt plaats. Volgens de staatssecretaris is het moeilijk om het effect van aankopen door kopers van buiten de EU exact vast te stellen, omdat er vele factoren zijn die hierop invloed uitoefenen. Maar gezien het geringe aantal kopers, zal dat effect waarschijnlijk zeer beperkt zijn.
Vervolgens gaat de staatssecretaris in op een mogelijke verhoging van de overdrachtsbelasting tot 100% voor kopers van buiten de EU. Hij wijst erop dat een dergelijke tariefsverhoging zal leiden tot een budgettaire derving.
Het doel van de verhoging van de overdrachtsbelasting voor kopers van buiten de EU zou zijn om het prijsopdrijvend effect van deze kopers te remmen. Maar de staatssecretaris herhaalt dat het aantal aankopen door kopers van buiten de EU en dus het effect op huizenprijzen beperkt is. Daarom is de verwachting dat een verhoging van het tarief van de overdrachtsbelasting voor deze groep naar 100% geen of een zeer beperkt effect heeft op de huizenprijzen. Bovendien kan een heffing van 100% voor kopers van buiten de EU mogelijk in strijd komen met EU-recht.
Al met al is het kabinet niet bereid om een tarief van 100% in te voeren voor de verkrijging van woningen door kopers van buiten de EU.