Tegenstrijdige hofuitspraken scheppen geen duidelijkheid
Vrij kort na elkaar zijn twee hofuitspraken verschenen over de vraag of een buitenlandse werknemer met een lucratief belang dat kwalificeert als een aanmerkelijk belang (kort gezegd een belang van ten minste 5%), in Nederland inkomstenbelasting verschuldigd is over het inkomen uit dat belang.
Lucratief belang
Een lucratief belang is een vermogensrecht waarmee een werknemer (vaak een manager of bestuurder) de mogelijkheid wordt geboden om een zeer hoog rendement te behalen in verhouding tot de beperkte inleg van die werknemer. Het vermogensrecht kan de vorm hebben van aandelen, leningen of andere rechten. Ze komen vooral voor als beloning bij private-equityfondsen en managementparticipaties, waarmee de werknemer dan meedeelt in de winst.
In de inkomstenbelasting worden voordelen uit een lucratief belang belast in box 1, tegen het progressieve tarief van maximaal 49,5%. In bepaalde gevallen kan ervoor worden gekozen om het voordeel in box 2 in aanmerking te nemen tegen een tarief van maximaal 31%. Dat is vooral relevant als aandelen zijn verkregen. Een voorwaarde daarbij is wel dat tot een bedrag van ten minste 95% van de behaalde voordelen inkomen uit aanmerkelijk belang wordt genoten (de doorstootverplichting).
Buitenlandse werknemers
Tot 2025 konden werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken en die gebruik maken van de 30%-regeling, ervoor kiezen om voor de inkomstenbelasting als buitenlandse belastingplichtige te worden aangemerkt. (Er is een overgangsregeling voor de jaren 2025 en 2026.) Inkomen uit een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap wordt dan tot het belaste inkomen gerekend. Inkomen uit een aanmerkelijk belang in een in het buitenland gevestigde vennootschap wordt dan echter niet tot het belastbare inkomen gerekend en is dus niet in Nederland belast.
Tegenstrijdige uitspraken
Stel dat een uit het buitenland aangetrokken werknemer ervoor kiest om als buitenlands belastingplichtige te worden aangemerkt en ervoor kiest om het voordeel uit het lucratief belang als inkomen uit aanmerkelijk belang aan te merken. Wat betekent dat dan voor een lucratief belang dat wordt gehouden via een buitenlandse vennootschap?
Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat het inkomen uit het lucratief belang dan niet in Nederland belast is. Hof Amsterdam heeft eerder echter geoordeeld dat het wel als belast inkomen in aanmerking moet worden genomen. Daarmee blijft de fiscale uitkomst voorlopig in het ongewisse. Maar de uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch is vooralsnog goed nieuws voor buitenlandse managers en bestuurders met een via een buitenlandse vennootschap gehouden lucratief belang.