Kabinetsreactie fiscale knelpunten landbouw

Staatssecretaris reageert op moties over fiscale knelpunten in landbouw en schetst voorstellen van belangenorganisaties en kabinetsappreciatie over onder meer risicobeheer, investeringen, verliesverrekening, pacht en toepassing van BOR en landbouwvrijstelling

De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk gereageerd op een motie waarin het kabinet verzocht wordt om knelpunten te inventariseren en onderzoek te doen naar mogelijkheden voor een betere aansluiting van de vennootschapsbelasting op de landbouwpraktijk. 

Daarnaast reageert de staatssecretaris op een motie waarin verzocht wordt om fiscale knelpunten in de samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers weg te nemen, en daarbij te onderzoeken of bij tijdelijke uitruil van grond de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) kan blijven gelden. De staatssecretaris merkt op dat in het kader van deze motie bovendien wordt bekeken of door verbreding van vruchtwisseling bij pachtgrond de landbouwvrijstelling voor de eigenaar behouden kan blijven. 

Bijlage met knelpunten, voorstellen en kabinetsappreciatie

In de bijlage wordt een overzicht gegeven van gesignaleerde knelpunten en de bijbehorende voorstellen van belangenorganisaties, en de kabinetsappreciatie daarop. Daar is onder meer het volgende uit op te maken: 

  • Belangenorganisaties in de landbouw signaleren een knelpunt doordat naast bestaande instrumenten behoefte bestaat aan een fiscale klimaat- en calamiteitenreserve in de inkomstenbelasting. Met een dergelijke reserve zouden inkomensgevolgen van risicovolle gebeurtenissen kunnen worden opgevangen door in goede jaren te reserveren. De staatssecretaris geeft aan dat het kabinet hiervoor echter geen aanleiding ziet. Er bestaat al een breed palet aan risicomanagementinstrumenten, zoals de brede weersverzekering. Een fiscale reserve leidt volgens de bewindsman vooral tot belastinguitstel en biedt geen structurele oplossing bij ernstige calamiteiten. Het kabinet wijst op niet-fiscale alternatieven, zoals een collectief fonds met verplichte bijdragen, waarbij solidariteit en betaalbaarheid centraal staan en de sector zelf de vormgeving kan bepalen.
  • Er wordt voorgesteld een Fiscale Investeringsreserve Landbouw voor dier- en natuurvriendelijke investeringen te introduceren, omdat er vanuit veel agrariërs forse investeringen nodig zijn, in onder andere nieuwe stallen en om aan de doelen ten aanzien van milieu en dierenwelzijn te voldoen. De staatssecretaris wijst erop dat momenteel de agrarische sector al fiscaal gestimuleerd wordt om milieu-investeringen te doen via de MIA en de Vamil. Er gelden volgens de bewindsman binnen de MIA en de Vamil ook fiscale voordelen voor stalvernieuwing waarbij ook dierenwelzijn wordt meegenomen. De staatssecretaris merkt op dat het kabinet voornemens is te investeren in een dierwaardige veehouderij met het oog op een economisch perspectief voor gezinsbedrijven. In dat kader zal de minister van LVVN met de sector in gesprek gaan.
  • Bij sterk fluctuerende bedrijfsresultaten, zoals door slechte oogstjaren, bestaat in de landbouw de wens voor een meerjarige achterwaartse verliesverrekening. Het kabinet ziet hiervoor geen ruimte, omdat andere sectoren vergelijkbare problematiek kennen, er staatssteunrisico’s en budgettaire gevolgen zijn en aanpassing van de verliesverrekeningsregels uitvoeringsproblemen oplevert.
  • In de Voorjaarsnota 2025 is onderzoek aangekondigd naar de aanpak van samenwerkingsverbanden tussen ondernemers in de inkomstenbelasting en de eigen bv. Het voorstel is om de agrarische sector uit te zonderen van een eventuele maatregel op dit vlak, omdat dergelijke samenwerkingsverbanden daar veel voorkomen en wezenlijk anders zijn dan bij andere beroepsgroepen. De staatssecretaris geeft aan dat dit onderzoek nog loopt en in de bijlage op de Voorjaarsnota 2026 nader op de uitkomsten van het onderzoek zal worden ingegaan.
  • Het uit gebruik geven van landbouwgrond door verhuur of pacht kan ertoe leiden dat de landbouwvrijstelling voor de eigenaar (deels) verloren gaat, wat verpachting ontmoedigt. Het kabinet wijst op het beleidsbesluit, dat binnen de bestaande wetgeving een ruime uitleg geeft aan zogenoemde vruchtwisseling. Verdere verruiming van de landbouwvrijstelling acht het kabinet niet wenselijk vanwege systematiek, uitvoeringsaspecten, Europeesrechtelijke toetsing en budgettaire gevolgen.
  • Wanneer een akkerbouwer tijdelijk grond verpacht, zijn bij overlijden of schenking de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) niet van toepassing, omdat verpachte grond als beleggingsvermogen wordt aangemerkt. De agrarische sector stelt voor om tijdelijke grondruil tussen akkerbouwers en melkveehouders hiervan uit te zonderen. Het kabinet wijst erop dat al een uitzondering bestaat voor teeltpacht. Het kabinet onderzoekt of de uitzondering kan worden verruimd en wil hierover besluiten bij de augustusbesluitvorming.

De staatssecretaris laat weten dat het kabinet tegelijkertijd onderstreept dat een vereenvoudiging van het belastingstelsel eveneens een belangrijk uitgangspunt vormt bij de weging van de voorstellen. 

De gehele Kamerbrief vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.