Staatssecretaris van Financiën meldt dat hij recente uitspraken niet overneemt als uitgangspunt voor de belastbaarheid van pensioenpremies
De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk gemeld dat hij de uitspraken van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2025 niet overneemt als uitgangspunt voor de belastbaarheid van pensioenpremies.
Op 30 september 2025 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden een tweetal uitspraken gedaan met betrekking tot pensioenuitvoering en btw. In deze uitspraken heeft het Hof - kort weergegeven - beslist dat de uitvoering van een pensioenregeling één dienst is die niet kwalificeert als een voor de btw vrijgestelde verzekeringsdienst (zie hierover EYFN 2025/46). De staatssecretaris geeft aan dat dit tot gevolg heeft dat het pensioenfonds recht heeft op aftrek van voorbelasting, en dat de volledige pensioenpremie belast is met btw.
Middels een publicatie heeft de staatssecretaris van Financiën kenbaar gemaakt dat hij deze uitspraken niet overneemt als uitgangspunt voor de belastbaarheid van pensioenpremies. De staatssecretaris geeft aan dat de uitspraken tegengesteld zijn aan een uitspraak van Hof Amsterdam uit 2023 met betrekking tot eenzelfde situatie. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De staatssecretaris geeft aan dat - zolang de Hoge Raad in die zaak geen uitspraak heeft gedaan -het uitgangspunt voor de Belastingdienst blijft dat de pensioenuitvoering als één vrijgestelde dienst moet worden aangemerkt, overeenkomstig de uitspraak van Hof Amsterdam.
De staatssecretaris merkt op dat voor pensioenfondsen die het standpunt van de Belastingdienst (blijven) toepassen er dus geen verplichting is om btw over de pensioenpremie te berekenen.
De gehele mededeling van de staatssecretaris vindt u hier.