Nieuw stelsel kinderopvangfinanciering 2029

Kabinet vervangt kinderopvangtoeslag door eenvoudiger financieringsstelsel met directe betalingen aan aanbieders en vrijwel volledige vergoeding voor ouders

Het kabinet zet een fundamentele stap in de hervorming van het toeslagenstelsel met de invoering van een nieuw financieringsstelsel voor de kinderopvang in 2029. Het doel van dit stelsel is eenvoud, meer zekerheid voor ouders en verbeterde betaalbaarheid van de opvang. De overheid investeert miljarden extra, waardoor werkende ouders tot 96% van de kosten van kinderopvang vergoed krijgen tot aan de maximum uurprijs. Kinderopvang wordt daarmee voor de meeste ouders vrijwel gratis.

De staatssecretaris geeft aan dat de vergoeding rechtstreeks door de overheid aan de kinderopvangorganisaties zal worden betaald. Ouders krijgen daardoor geen terugvorderingen meer en hoeven zelf geen wijzigingen in uren of tarieven door te geven; deze verantwoordelijkheid komt bij de kinderopvangorganisaties te liggen.

Volgens de bewindsman dient de intensieve investering twee doelen: het stimuleren van de arbeidsparticipatie en de ontwikkeling van het kind. Tegelijkertijd merkt hij op dat de fundamentele keuze voor eenvoud en zekerheid ook risico’s met zich meebrengt, met name voor de toegankelijkheid van opvangplekken en de doelmatige besteding van publieke middelen.

Verwachte stijging vraag en risico’s

De staatssecretaris merkt op dat de vraag naar kinderopvang naar verwachting fors zal stijgen door de forse verlaging van de kosten. Dat kan positieve effecten hebben voor de arbeidsparticipatie, maar ook leiden tot tekorten in een sector die nu al met personeelsschaarste kampt. De risico’s zijn volgens hem niet volledig weg te nemen, maar wel te beperken.

Monitoring en maatregelen

Het kabinet kiest voor monitoring van aanbod, gebruik, tarieven en wachttijden. Daarnaast wordt gekeken naar reële en financiële toegankelijkheid: is er plek en blijft deze betaalbaar? Een wachttijdenmonitor en kwartaalrapportages moeten hierover jaarlijks inzicht geven. De staatssecretaris wijst erop dat de invoering van het nieuwe stelsel is uitgesteld naar 1 januari 2029, met een geleidelijk ingroeipad. Dit moet de sector tijd geven zich aan te passen. Ook worden de maximum uurprijzen geïndexeerd, zodat de vergoeding beter aansluit op de kosten. Gemeenten krijgen bovendien ruimere mogelijkheden om de ouderbijdrage te vergoeden, zodat opvang voor kwetsbare groepen betaalbaar blijft.

Arbeidsmarktbeleid

De staatssecretaris geeft aan dat het tekort aan pedagogisch personeel een groot knelpunt vormt. Diverse maatregelen moeten bijdragen aan het aantrekken en behouden van medewerkers, waaronder de Subsidieregeling groepshulpen, de SLIM-scholingssubsidie en het Nationaal Groeifondsproject "Meer uren werkt!". Campagnes en trajecten voor zij-instromers en gastouders worden eveneens ingezet.

Staatssteun en DAEB

Omdat de overheid jaarlijks miljarden in de kinderopvang investeert, is er volgens de bewindsman een risico op ongeoorloofde staatssteun. Om dit te voorkomen wordt kinderopvang aangemerkt als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Daarmee is de staatssteun in lijn met de Europese regels. De staatssecretaris geeft aan dat overcompensatie moet worden voorkomen. De overheid zal toezien dat de vergoeding niet hoger is dan de nettokosten plus een redelijk rendement. Eventuele overcompensatie wordt teruggevorderd of verrekend. De DAEB zal voor twaalf jaar worden vastgesteld en vervolgens worden geëvalueerd.

Beperking topinkomens en transparantie

Met de invoering van de hoge inkomensonafhankelijke vergoeding en rechtstreekse betaling aan aanbieders komt de sector onder de Wet Normering Topinkomens (WNT) te vallen. Dit betekent een begrenzing van de beloningen van topfunctionarissen en verplichte transparantie daarover.

Daarnaast worden maatregelen voorbereid om transparantie in de sector te vergroten, zodat doelmatige besteding van publieke middelen en betere marktwerking worden bevorderd.

Alternatieve maatregelen niet gekozen

Het kabinet heeft diverse alternatieven onderzocht om de vraag te beperken, zoals het maximeren van het aantal dagen vergoeding, het beperken van babyopvang of strengere voorwaarden voor buitenschoolse opvang. Volgens de bewindsman zijn deze maatregelen niet wenselijk, omdat ze de eenvoud aantasten of negatieve effecten hebben voor kwetsbare groepen. Ook het versoepelen van kwaliteitseisen is afgewezen, omdat dit zou leiden tot lagere kwaliteit, hogere werkdruk en meer uitstroom van personeel.

De gehele Kamerbrief vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.