Nederland onderhandelt in 2026 met twaalf landen over nieuwe belastingverdragen; zeven onderhandelingen afgerond
De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk geïnformeerd over de geplande en lopende onderhandelingen over belastingverdragen. In 2026 onderhandelt Nederland in totaal met twaalf landen over een nieuw belastingverdrag. De onderhandelingen voor zeven belastingverdragen zijn afgerond.
Het belang van belastingverdragen
De staatssecretaris gaat onder meer in op het belang van belastingverdragen. Een belastingverdrag geeft duidelijkheid over welk land belasting mag heffen over inkomen en vermogen van personen en bedrijven.
De bewindsman legt uit dat Nederland een open economie en een relatief kleine thuismarkt heeft en dus een groot belang bij een uitgebreid verdragennetwerk. De staatssecretaris merkt op dat Nederland met bijna honderd landen een werkend belastingverdrag heeft.
De staatssecretaris merkt op dat Nederland in het algemeen openstaat voor onderhandelingen met bijna ieder land. De onderhandelingen kunnen enigszins verschillen afhankelijk van het land waarmee Nederland in onderhandeling is. Zo is er volgens de bewindsman bij onderhandelingen met Duitsland en België extra aandacht voor natuurlijke personen die inkomen verkrijgen uit het buurland.
Ook houdt Nederland in het verdragsbeleid rekening met de bijzondere positie van ontwikkelingslanden. Ten aanzien van alle landen geldt uiteraard dat de uiteindelijke afspraken in een belastingverdrag mede worden bepaald door de specifieke kenmerken van het belastingsysteem, de inzet van de verdragspartner en eventuele compromissen.
Afrondende fase en inwerkingtreding
De staatssecretaris laat onder meer weten dat met Benin, Spanje en Zweden een akkoord is bereikt. Met deze landen wordt een moment gepland voor ondertekening. De ondertekende belastingverdragen met Bangladesh, België en Thailand worden volgens de staatssecretaris voorgelegd aan de Tweede en Eerste Kamer. Het verdrag met Sint Maarten is ingediend bij het parlement. Het gewijzigde belastingverdrag met Duitsland is in werking getreden per 1 januari 2026.
Onderhandelingen
Verder merkt de staatssecretaris op dat Nederland in 2026 met twaalf landen over een belastingverdrag onderhandelt, namelijk met:
- Aruba,
- Brazilië,
- Ecuador,
- Mozambique,
- Nieuw-Zeeland,
- Nigeria,
- Uganda,
- Peru,
- Portugal,
- Roemenië,
- Suriname en
- Zimbabwe.
De staatssecretaris geeft aan dat Nederland met België ook in gesprek is over het opnemen van een mogelijke thuiswerkregeling in het belastingverdrag om (incidenteel) thuiswerken voor grenswerkers te faciliteren. Dit gesprek heeft nog niet geleid tot concrete afspraken.
De staatssecretaris laat verder weten dat Nederland door Egypte is benaderd met het verzoek om het belastingverdrag uit 1991 te actualiseren. Eerdere onderhandelingen hebben volgens de staatssecretaris niet geleid tot een overeenkomst. In overleg met Egypte wordt verkend of het mogelijk is om nieuwe onderhandelingen te starten.
Laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden
De staatssecretaris gaat ook in op de toepassing van de regeling voor laagbelastende staten (winstbelastingtarief van minder dan 9%) en niet coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Voor landen op deze lijsten gelden aanvullende antimisbruikmaatregelen, waaronder de conditionele bronbelasting op rente, royalty’s en dividenden, met als doel het voorkomen van winstverschuiving naar laagbelastende staten.
De staatssecretaris merkt op dat Nederland bij belastingverdragen met landen op de lijst wordt beperkt in de heffing van deze bronbelasting. Daarom zijn deze landen benaderd om verdragen zodanig aan te passen dat de bronbelasting wel geëffectueerd kan worden. Vanaf 2026 geldt dat volgens de staatssecretaris alleen nog voor Bahrein en Panama.
Ten aanzien van Barbados licht de staatssecretaris toe dat dit land van de Nederlandse lijst is verwijderd, nadat is bevestigd dat sinds 1 januari 2025 een algemeen geldend winstbelastingtarief van ten minste 9% van toepassing is. Hierdoor is de conditionele bronbelasting richting Barbados niet langer nodig en hoeft het belastingverdrag niet te worden herzien.
Voor Bahrein en Panama gaat de staatssecretaris in op lopende wetgevingstrajecten gericht op het invoeren van een winstbelasting respectievelijk het voldoen aan de EU standaarden. In beide gevallen acht hij het, gelet op de verwachte ontwikkelingen, niet opportuun om op dit moment verdragsonderhandelingen te starten.
De gehele Kamerbrief vindt u hier.