Toerekening van reisdagen bij toepassing belastingverdragen

Recent heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over de toerekening van loon aan werkzaamheden in het buitenland onder toepassing van een belastingverdrag. Deze zaak betreft een inwoner van Nederland werkzaam was voor een buitenlandse werkgever, en draait met name om de vraag hoe tijd van een dienstreis (anders dan woon-werkverkeer) moet worden verdeeld tussen het woonland en het werkland. 

Casus

De belanghebbende, die in 2018 in totaal 158 dagen voor zijn werkgever werkte, heeft een deel van zijn werkzaamheden uitgevoerd in het land waar de werkgever is gevestigd, in casus Saoedi-Arabië. Tijdens zijn dienstverband maakte hij meerdere reizen, ook naar zogenoemde derdelanden. Onder toepassing van het belastingverdrag heeft Saoedi-Arabië het heffingsrecht over het inkomen gerelateerd aan de in dat land verrichte werkzaamheden, terwijl Nederland het heffingsrecht heeft op inkomen gerelateerd aan werkzaamheden buiten Saoedi-Arabië. In geschil tussen de belanghebbende en de inspecteur is de vraag hoe de reisdagen (anders dan woon-werkverkeer) moesten worden meegeteld bij de berekening van het loon dat aan Saoedi-Arabië kon worden toegerekend. 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde ten eerste dat tijd van de dienstreis moet worden aangemerkt als tijd besteed aan de uitoefening van de dienstbetrekking, ook voor zover tijdens de reis geen activiteiten worden verricht die verband houden met de dienstbetrekking. De Hoge Raad stelt dat, met het oog op een eenvoudige toepasbaarheid van het verdrag, de reistijd voor de helft moet worden toegerekend aan het land van vertrek en voor de helft aan het land van aankomst. Ook op grond van overwegingen van eenvoud, dient geen rekening te worden gehouden met werkzaamheden die op de reisdag eventueel buiten de reistijd zijn verricht. Er dient alleen rekening te worden gehouden met het land van vertrek en het land van uiteindelijke aankomst. 

Dit betekent dat de dag waarop een dienstreis naar een ander land is gemaakt in de regel voor de helft wordt toegerekend aan het land van vertrek, en voor de helft aan het land van (uiteindelijke) aankomst, ongeacht de duur van de dienstreis en ongeacht de overige op die dag verrichte werkzaamheden.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.