Verzoek energie-investeringsaftrek te laat ingediend

Volgens A-G is investering in belichtingssysteem aanschaffingskosten waardoor EIA-aanvraag was gedaan buiten termijn van drie maanden na aangaan verplichting

De advocaat-generaal (A-G) heeft recentelijk geconcludeerd in een zaak over toepassing van de energie-investeringsaftrek (EIA). De A-G concludeert dat een investering van een kwekerij in een belichtingssysteem kwalificeert als aanschaffingskosten. Dit heeft tot gevolg dat de EIA-aanvraag was gedaan buiten de wettelijk geldende termijn van drie maanden na het aangaan van de verplichting. De kwekerij had hierdoor geen recht op EIA.

Energie-investeringsaftrek

De EIA is een fiscale faciliteit die energiebesparing bij bedrijven beoogt te realiseren door de marktintroductie te versnellen van innovatieve bedrijfsmiddelen die energie-efficiënter zijn dan de gangbare bedrijfsmiddelen. De bedrijfsmiddelen die hiervoor in aanmerking komen, zijn opgenomen in de zogenoemde Energielijst die jaarlijks wordt geactualiseerd. Door te investeren in deze energiebesparende bedrijfsmiddelen kunnen ondernemers met de EIA 40% (2025) van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst.

Aanschaffings- of voortbrengingskosten

Voor de EIA is het op zichzelf bezien niet van belang of het bedrijfsmiddel, of het onderdeel daarvan, is aangeschaft of zelf voortgebracht. Dit onderscheid is echter wel van belang voor de termijn waarbinnen de aanvraag van een EIA-verklaring moet worden gedaan. Kort gezegd komt het belang van dat onderscheid voor deze zaak er op neer dat belanghebbende de investering op tijd heeft gemeld als zij het (onderdeel van) het bedrijfsmiddel zelf heeft voortgebracht (voortbrengingskosten), maar dat zij te laat was als zij het (onderdeel van) het bedrijfsmiddel heeft aangeschaft (aanschaffingskosten).

Onderhavig zaak

Een Gerberakwekerij meldde op 30 december 2021 een investering in een belichtingssysteem voor tuinbouwgewassen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor toepassing van EIA. De investering had betrekking op de aanschaf, het ophangen en het inregelen van een belichtingssysteem in twee kassen van de kwekerij en werd aangemeld onder een code van de Energielijst 2021. De RVO wees de aanvraag af omdat de melding te laat was gedaan. De verplichting met betrekking tot de investering was op 29 april 2021 aangegaan, terwijl de melding pas op 30 december 2021 plaatsvond. Volgens RVO betrof het aanschaffingskosten waarvoor de meldingsplicht gold binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting. De kwekerij maakte bezwaar en ging uiteindelijk in cassatie. Volgens de kwekerij was ten onrechte uitgegaan van aanschaffingskosten. De onderneming stelde dat het ging om voortbrengingskosten, omdat de ledlampen niet op zichzelf functioneel waren, maar pas door integratie in een groter systeem energiebesparing mogelijk maakten. De ledlampen maakten volgens de kwekerij integraal deel uit van een nieuw, zelf samengesteld klimaatsysteem in de kas. 

Conclusie A-G: investering betrof aanschaffing

De A-G concludeert dat voor het onderscheid tussen aanschaffings- en voortbrengingskosten eerst duidelijk dient te zijn waarin precies is geïnvesteerd. De A-G wijst erop dat is vastgesteld dat de ledlampen afzonderlijk als bedrijfsmiddel zijn aangemerkt. Hoewel die beoordeling niet uitvoerig was gemotiveerd, mocht worden uitgegaan van de vaststelling dat de ledlampen het bedrijfsmiddel waren. Volgens de A-G stond vast dat de lampen waren aangekocht. Daarmee waren de daaraan verbonden kosten aan te merken als aanschaffingskosten. Dat de kwekerij de onderdelen vervolgens zelf had verwerkt in een groter systeem, doet daar volgens de A-G niet aan af. De melding bij RVO had betrekking op de aangeschafte onderdelen en de geleverde arbeid, niet op een zelf voortgebracht groter systeem. De A-G concludeert dat op basis van de kwalificatie als aanschaffingskosten, het moment van investeren viel op 29 april 2021 – de datum waarop de verplichting werd aangegaan. De EIA-aanvraag op 30 december 2021 was daarmee buiten de wettelijk geldende termijn van drie maanden.

Het is nu aan de Hoge Raad om een eindoordeel te vellen.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.