Voorjaarsnota 2026 gepubliceerd

Algemeen beeld

Het kabinet heeft de Voorjaarsnota gepubliceerd. De Voorjaarsnota 2026 fungeert als startnota van het nieuwe kabinet en vertaalt de financiële afspraken uit het coalitieakkoord naar concreet beleid. Tegen de achtergrond van geopolitieke onzekerheden kiest het kabinet voor een trendmatig begrotingsbeleid, waarbij zowel aan de uitgavenkant als aan de inkomstenkant hervormingen worden aangekondigd. Binnen dit kader worden meerdere maatregelen voorgesteld die direct of indirect relevant zijn voor werkgevers, werkenden en uitvoerders op het gebied van de loonheffingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid. De meest in het oog springende hebben wij hieronder opgenomen. 

Inkomstenbelasting en sociale zekerheid

Een belangrijke aankondiging is de invoering van de zogenoemde vrijheidsbijdrage. Voor burgers wordt deze bijdrage vanaf 2027 vormgegeven via een beperkte aanpassing van de inkomstenbelasting, door wijzigingen in de tabelcorrectiefactor. Voor werkgevers wordt de vrijheidsbijdrage ingevuld via een verhoging van de Aof‑premie. Deze lastenverzwaring loopt de komende jaren geleidelijk op en levert structureel extra budgettaire ruimte op.

Daarnaast stelt het kabinet voor om het maximumdagloon per 2029 met 20% te verlagen. Dit raakt met name hogere inkomens, omdat het maximumdagloon bepalend is voor de hoogte van WW‑ en WIA‑uitkeringen. Ook voor werkgevers heeft deze maatregel gevolgen, aangezien dit dagloon een rol speelt bij de premiegrondslagen voor verschillende werknemersverzekeringen. Lagere grondslagen leiden tot lagere premie‑inkomsten, dit wordt volgens het Kabinet voorkomen door hogere premietarieven vast te stellen waardoor werkgevers per saldo geen lastenverlichting krijgen.

Verder wordt in de Voorjaarsnota ingegaan op de zorgpremies. Meevallers aan de uitgavenkant van de Zorgverzekeringswet leiden tot lagere premies voor verzekerden. Om een verslechtering van het EMU‑saldo te voorkomen, compenseert het kabinet deze meevallers echter via hogere tarieven in de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting en een verdere verhoging van de Aof‑premie. Per saldo levert dit dan ook geen besparing op voor de meeste verzekerden.

Arbeidsmarkt

Op het terrein van de arbeidsmarkt zet het kabinet in op een meer activerende benadering. De Werkloosheidswet wordt hervormd door de maximale WW‑duur per 2028 te beperken tot twaalf maanden. Tegelijkertijd wordt de uitkering in de eerste fase van werkloosheid verhoogd naar 80%, gevolgd door een lager percentage. Ook worden de referte‑eisen en de opbouw van WW‑rechten aangescherpt, met als doel om de uitstroom naar werk te bevorderen.

Daarnaast kondigt het kabinet structurele investeringen aan in leven‑lang‑ontwikkelen, in samenwerking met sociale partners. Deze investeringen moeten bijdragen aan duurzame inzetbaarheid en een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. 

Grensoverschrijdende arbeid en EU‑context

Tot slot benadrukt de Voorjaarsnota het belang van tijdige hervormingen in het kader van het Herstel‑ en Veerkrachtplan (HVP). Voor de uitbetaling van Europese middelen is voortgang bij meerdere arbeidsmarktdossiers cruciaal, waaronder de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (baz) en de Wet VBAR. Het niet tijdig behalen van deze mijlpalen kan leiden tot aanzienlijke kortingen op EU‑middelen. De aangekondigde hervormingen zijn daarmee niet alleen nationaal relevant, maar spelen ook een rol binnen de Europese en grensoverschrijdende context.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.