- Nederland dreigt verder weg te zakken als aantrekkelijke investeringslocatie in Europa.
- Buitenlandse investeringen herstellen licht, maar blijven ver onder het niveau van topjaar 2016.
- Snelle en gerichte beleidskeuzes zijn nodig om kansen in strategische sectoren te verzilveren.
Binnen Europa loopt het Nederlands investeringsklimaat het risico in de onderste helft te belanden. Landen die nu nog onder de Nederlandse plek 10 staan rukken op, waardoor verdere daling op de loer ligt. En een terugkeer naar de bekleedde top-5 positie raakt steeds verder uit zicht. Dit blijkt uit de EY Netherlands Attractiveness Survey 2026. Wanneer beleidsmakers niet snel overgaan tot actie, lijkt langdurige achterstand onvermijdelijk.
De vanzelfsprekende aantrekkingskracht van het Nederlands investeringsklimaat van vroeger is verdwenen. Uit de EY Netherlands Attractiveness Survey 2026 blijkt dat het aantal buitenlandse investeringsprojecten in Nederland in 2025 weliswaar licht steeg naar 159 nu tegenover 147 een jaar geleden. Maar dit licht herstel steekt schril af bij de 409 projecten die Nederland in topjaar 2016 nog wist aan te trekken.
Opkomende landen in Europa dreigen Nederland in te halen
Hoewel in Europa het aantal projecten met rechtstreekse buitenlandse investeringen in 2025 terugliep met 7% tot 5.026 projecten, verwacht zes op de tien ondervraagde bestuurders dat de aantrekkelijkheid van Europa de komende drie jaar verbetert. De aard van investeringen verandert echter. Kapitaal verschuift naar strategische sectoren zoals AI, life sciences en koolstofarme energie, terwijl traditionele industriële sectoren zoals chemie, automotive en delen van de maakindustrie onder druk staan.
Voor Nederland betekent dit dat concurrentie niet alleen komt van de traditionele Europese toplanden, maar ook van opkomende investeringslocaties in Zuid-, Midden- en Oost-Europa. Landen en regio’s die sneller vergunningen verlenen, industriële ruimte beschikbaar hebben, energiezekerheid bieden en gerichte beleidskeuzes maken, winnen terrein.
Boertien, partner bij EY-Parthenon: “Nederland kan zich niet langer alleen beroepen op reputatie, ligging of historische kracht. We moeten in de actiemodus komen om niet nog meer terrein te verliezen, en ons met name richten op die sectoren die een hoge toegevoegde waarde leveren. Zo kunnen we ons echt onderscheiden in Europa.”
Nederland zet geen stappen terug naar de top
Nederland blijft ver verwijderd van de periode waarin het structureel tot de Europese top vijf behoorde. Het benodigde kapitaal is weliswaar aanwezig, maar de Nederlandse economie lijkt moeite te hebben om dit effectief te mobiliseren voor innovatie. Groei vraagt om keuzes in strategische sectoren, maar vooralsnog blijft concrete actie uit.
Daarbij worden de belangrijkste remmende factoren steeds urgenter. Door krapte op het energienet en de arbeidsmarkt, de beperkingen rondom de uitstoot van stikstof, en fiscale onzekerheid zijn internationale investeerders minder geneigd om voor Nederland te kiezen. Het gaat investeerders niet langer alleen om kosten of markttoegang, maar vooral om de vraag of een land snel, voorspelbaar en schaalbaar kan leveren. Nederland maakt hierop niet de beste beurt in Europa.
Patrick Boertien: “Het probleem is niet dat Nederland geen kansen heeft. Het probleem is dat ons land onvoldoende vaart maakt om kansen om te zetten in investeringen, economische activiteit en nieuwe groei. Dit vereist proactiviteit, snelheid en handelen vanuit de Rijksoverheid.”