Kabinet komt onder meer met verhoging reiskostenvergoeding, verlaging motorrijtuigenbelasting, verhoging energie-investeringsaftrek, schrappen startersaftrek, versobering kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en indexatie alcoholaccijns
Het kabinet heeft recentelijk de brief “Acties Weerbaarheid Energieschok” aan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer gestuurd. Daarin staat onder meer dat het kabinet actie onderneemt voor burgers en bedrijven die de huidige economische gevolgen voelen van de onrust in het Midden-Oosten. Het kabinet laat weten dat de acties langs drie lijnen lopen: koopkracht en veerkracht van bedrijven, leveringszekerheid en weerbaarheid. In de brief zijn daarnaast verschillende scenario’s uitgewerkt. Het kabinet houdt nadrukkelijk rekening met een verdere verslechtering van de situatie en bereidt zich hier op voor.
Het kabinet komt met de volgende € 627 miljoen aan uitgavenmaatregelen en € 300 miljoen gerichte lastenmaatregelen in 2026.
Reiskostenvergoeding
Om de koopkracht van burgers te ondersteunen, verhoogt het kabinet de maximale onbelaste reiskostenvergoeding met terugwerkende kracht voor heel 2026 en volgende jaren van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Het kabinet roept werkgevers hierbij op om van deze fiscale faciliteit gebruik te maken, zodat het voordeel daadwerkelijk bij de werknemers terechtkomt. Het kabinet laat weten dat de hogere reiskostenvergoeding omgerekend leidt tot een voordeel van circa 30 cent per liter brandstof.
Noodfonds energie
Het kabinet bereidt een noodfonds energie voor, om te voorkomen dat huishoudens in geval van een hogere gasprijs acuut in de problemen komen.
Garantieregelingen
Om de veerkracht van bedrijven te ondersteunen, breidt het kabinet toegang tot garantieregelingen uit, zodat levensvatbare bedrijven meer toegang tot financiering en liquiditeit krijgen.
Motorrijtuigenbelasting en OV-sector
Het kabinet verlaagt per 1 juli voor een half jaar de tarieven in de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers met 50% en voor vrachtauto’s naar het nihiltarief. Tegelijkertijd gaat het kabinet met de sector in gesprek over de vrachtwagenheffing. Het kabinet is in gesprek met de OV-sector om samen met de sector te kijken welke mogelijkheden er zijn om het OV als alternatief te versterken.
Energiebesparing
Het kabinet neemt op korte termijn ook een aantal maatregelen om de weerbaarheid met betrekking tot de vraag naar energie te vergroten. Burgers worden geholpen met energiebesparing door meer ruimte voor leningen uit het Warmtefonds en snelle inzet van energiefixers (dat zijn professionals die langsgaan bij huishoudens om kleine- en middelgrote energiebesparende maatregelen te nemen), verhoging van verduurzamingssubsidies voor VVE’s en door ondersteuning bij verduurzaming in de kwetsbaarste wijken middels extra middelen voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).
Inruilregeling brandstofauto’s
Het wagenpark wordt daarnaast sneller geëlektrificeerd doordat de inruilregeling brandstofauto’s al eind 2026 opengaat. Met deze regeling kunnen huishoudens met lagere (midden)inkomens een oude, fossiele auto (emissieklasse 1 t/m 4) laten slopen en gesubsidieerd een elektrische tweedehands auto aanschaffen. Aanvankelijk stond deze maatregel gepland voor 2027.
Visserij en landbouw
Het kabinet wil de visserijsector voor de lange termijn weerbaarder en minder afhankelijk van fossiele brandstoffen maken. Het kabinet gaat daarom energie-efficiëntiemaatregelen nemen. Dit betreft een energie-efficiëntieregeling voor de schelpdiersector die al was voorzien. Daarnaast stelt het kabinet een energie-efficiëntieregeling open voor de visserij in het derde kwartaal van 2026.
Het kabinet wil op de langere termijn de weerbaarheid en de schokbestendigheid verbeteren in het voedselsysteem. Het kabinet wil dit onder meer doen door de afhankelijkheid van energie en kunstmest, bijvoorbeeld via Renure, in de land- en tuinbouwsector te verminderen. Het kabinet onderzoekt nu bij welke bestaande regelingen hiervoor het beste kan worden aangesloten.
Energie-investeringsaftrek
Bedrijven worden extra ondersteund bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen door de verhoging van het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5% zodat het nog aantrekkelijker wordt voor ondernemers om investeringen te doen in energiebesparende maatregelen of duurzame energie.
Om bovenstaande maatregelen te kunnen financieren neemt het kabinet maatregelen ten aanzien van de startersaftrek, kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en alcoholaccijns.
Startersaftrek
De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 geschrapt. De startersaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting waardoor een ondernemer die minder dan vijf jaar ondernemer is (starter) minder belasting hoeft te betalen. Deze regeling is negatief geëvalueerd op doeltreffendheid.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt versoberd via aanpassing van het afbouwpercentage en inkorting van het plateau aan investeringsbedragen waarvoor de maximale aftrek geldt. Het maximale investeringsbedrag waarvoor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kan worden gekregen neemt hierdoor af.
Alcoholaccijns
De alcoholaccijns wordt geïndexeerd (jaarlijks aangepast aan de inflatie). In tegenstelling tot de brandstofaccijnzen wordt deze op dit moment niet standaard geïndexeerd. Door deze maatregel wordt voorkomen dat de reële waarde van de alcoholaccijns jaarlijks afneemt.
Overwinsten (olie-)bedrijven
In de Kamerbrief wordt ook ingegaan op een tweetal moties, waarin wordt verzocht om te onderzoeken of en hoe (olie-)bedrijven die mogelijke overwinsten boeken dankzij de stijgende energieprijzen, kunnen bijdragen aan het dempen van de effecten van stijgende prijzen of aan tijdelijk gerichte steun aan kwetsbare huishoudens.
Het kabinet ziet op basis van de huidige ontwikkelingen geen reden om aan te nemen dat sprake is van overwinst op de gasmarkt. Voor de oliemarkt bestaan wel indicaties dat opbrengsten bij winning en raffinage zijn toegenomen, al zijn kostenontwikkelingen onzeker en worden winsten grotendeels in het buitenland gerealiseerd. Voor Nederlandse raffinaderijen is het volgens het kabinet te vroeg om van extra winsten te spreken, mede vanwege wisselende marges, contractvormen en jaren met verliezen; eventuele hogere winsten werken bovendien al door in de vennootschapsbelasting. Het kabinet merkt op dat het moeilijk is om overwinst af te bakenen en acht het onwenselijk om naast de vennootschapsbelasting een unilaterale extra heffing in te voeren, mede gezien Europese afstemming.
Tot slot
Het kabinet geeft aan er bewust voor te kiezen om op dit moment terughoudend te zijn met ingrijpen. Op die manier denkt het kabinet de ruimte te houden voor aanvullende acties als zwaardere scenario’s werkelijkheid worden.
De gehele Kamerbrief en de bijlagen vindt u hier.