Staatssecretaris beantwoordt vragen van de Eerste Kamer, onder meer over verliesverrekening en het tijdspad
De Staatssecretaris van Financiën heeft recent de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan de Eerste Kamer aangeboden. De staatssecretaris beantwoordt hierin vragen over het wetsvoorstel.
Toelichting op uitgangspunten en vormgeving nieuw box 3-stelsel
De staatssecretaris gaat in op zowel de achterliggende visie op het belasten van vermogen als op de concrete uitwerking van het nieuwe box 3-stelsel. In de nota wordt eerst uiteengezet hoe het kabinet aankijkt tegen de belastingheffing over vermogen en de samenhang tussen de verschillende boxen in de inkomstenbelasting.
Vervolgens gaat de staatssecretaris in op de voorgestelde aanpassingen van het stelsel, waaronder het hybride karakter van het nieuwe systeem en de doorontwikkeling naar een volledige vermogenswinstbelasting. Daarbij staat hij stil bij de vaststelling van het inkomen op basis van het werkelijke rendement, de grondslag en waardering van vermogensbestanddelen, de (mogelijke) invoering van (achterwaartse) verliesverrekening en de beoogde aanpassingen in de tariefstelling.
Daarnaast is er specifiek aandacht voor de fiscale behandeling van onroerende zaken, startende ondernemingen, familiebedrijven, en verzekeringsproducten.
Verder gaat de staatssecretaris in op internationale aspecten. Daarbij bespreekt hij onder meer de belastingheffing over inkomsten uit vermogen in andere landen, de verhouding van het voorgestelde stelsel tot hoger recht en de voorkoming van dubbele belasting.
De bewindsman licht ook toe welke alternatieven tijdens de parlementaire behandeling zijn overwogen, waaronder belastingheffing op basis van een reëel werkelijk rendement, het handhaven van het huidige box 3-stelsel met verfijningen en de invoering van een vermogensbelasting.
Achterwaartse verliesverrekening
In de Eerste Kamer zijn er ook vragen gesteld over de mogelijke invoering van achterwaartse verliesverrekening. De staatssecretaris merkt op dat het kabinet niet van mening is dat er sprake is van een fundamentele weeffout. Wel geeft de bewindsman aan dat het kabinet het realiseren van voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak echter van groot belang vindt en daarom eventuele aanpassingen onderzoekt. De staatssecretaris licht toe dat de introductie van achterwaartse verliesverrekening leidt tot een budgettaire derving, waarvoor een dekkingsmaatregel noodzakelijk is.
Tijdspad
Verder gaat de staatssecretaris in op het tijdpad van de behandeling van het wetsvoorstel. Hij benadrukt dat het aan de Eerste Kamer is om te bepalen wanneer de behandeling plaatsvindt. Daarbij wijst hij erop dat afronding mogelijk is nadat eventuele wijzigingen via het Belastingplanpakket zijn ingediend, maar dat ook volledige behandeling op korte termijn mogelijk blijft, waarna aanpassingen via een latere wijzigingswet kunnen worden doorgevoerd. Het kabinet overweegt niet het wetsvoorstel in te trekken en onderstreept het belang van invoering van het nieuwe box 3-stelsel per 2028.
De staatssecretaris geeft aan dat het voorstel van het kabinet voor het proces de komende maanden als volgt is:
- Voor de zomer geeft het kabinet, via een brief, de Tweede en Eerste Kamer meer inzicht in wat er mogelijk is binnen de vermogensaanwassystematiek van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 en wat eventuele aanpassingen kosten.
- In augustus vindt binnen het kabinet integrale besluitvorming plaats over het lastenkader. Daar zal het kabinet ook over aanpassingen binnen het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 besluiten.
- Vervolgens zal de staatssecretaris op Prinsjesdag het parlement informeren over de uitkomsten van die integrale besluitvorming en dit aan het parlement voorleggen via het Belastingplanpakket.
De gehele nota naar aanleiding van het verslag vindt u hier.